Op 1 oktober begint traditioneel het storm- en hoogwaterseizoen. Voor de Nederlandse waterbeheerders betekent dat verhoogde paraatheid. Stormvloedkeringen worden getest, protocollen zijn van kracht en dijkwachten staan klaar. Na een droge zomer met lage rivierafvoeren en relatief lage grondwaterstanden is de aandacht nu gericht op het omgaan met mogelijke extremen in de herfst en winter.
De start van het stormseizoen werd vandaag gemarkeerd met een digitaal hoogwatercollege, georganiseerd door de Unie van Waterschappen, Rijkswaterstaat, KNMI en Waterschap Drents Overijsselse Delta. Tijdens deze bijeenkomst kregen journalisten en andere belangstellenden uitleg over de werking van het Nederlandse watersysteem, de rol van de verschillende partijen en de actuele stand van zaken.
Vanuit het Watermanagementcentrum Nederland (WMCN) worden waterstanden nauwlettend in de gaten gehouden en wordt er op tijd gewaarschuwd bij dreiging van hoogwater. Dit stelt waterbeheerders in staat om snel actie te ondernemen, bijvoorbeeld door coupures te sluiten of dijkbewaking in te stellen. De komende decennia verwacht het KNMI dat de winterneerslag in Nederland zal toenemen, terwijl de zomer juist droger wordt. Dat maakt het werk van waterbeheerders complexer: ze moeten enerzijds water vasthouden voor droge tijden, en anderzijds voorbereid zijn op piekafvoeren en stormvloeden.
Volgens KNMI-meteoroloog Peter Siegmund warmt Nederland dubbel zo snel op als het mondiale gemiddelde. Dat betekent niet alleen meer hittegolven, maar ook extremere neerslag. “In een warmer klimaat kan de atmosfeer zeven procent meer vocht vasthouden per graad temperatuurstijging. Daardoor regent het niet alleen vaker harder, maar nemen ook de contrasten toe: droge periodes worden droger, natte periodes natter”, legt Siegmund uit.
Rijkswaterstaat ziet het hoogwaterseizoen als de periode waarin meerdere waterdreigingen samen kunnen vallen: stormvloeden vanaf de Noordzee, hoge rivierafvoeren uit Rijn en Maas, opstuwing in het IJsselmeergebied en extreme regenbuien. Bas Boterman, senior adviseur waterbeheer bij Rijkswaterstaat, benadrukt dat goede verwachtingen en tijdige besluiten cruciaal zijn. “Een stormvloedkering of coupure in een dijk heb je alleen wat aan als je hem op tijd sluit. Daarom worden waterstanden en weersverwachtingen vier keer per dag bijgewerkt.”
Dreigingsniveaus
Voor de dreigingsniveaus gebruikt Rijkswaterstaat een kleurcodesysteem, variërend van groen (lichte verhoging) tot rood (ernstige dreiging). Bij code oranje worden stormvloedkeringen gesloten en treden dijkinspecties in werking. Code rood is zeldzaam en kan aanleiding zijn voor noodmaatregelen zoals het verhogen van kades of zelfs evacuaties.
Ook de waterschappen staan paraat. In het beheergebied van Waterschap Drents Overijsselse Delta, van Assen tot Deventer en van Meppel tot Zwolle, ligt de nadruk op het gecontroleerd afvoeren van water. Bij stormen met noordwestenwind is vooral het Meppelerdiep een knelpunt. “Daar komt al het water van het Drents Plateau samen. Ons grootste gemaal bij Zwartsluis neemt de afvoer over. Als dat stilvalt, lopen de kades in Meppel snel onder”, zegt beheerder Armando Grotenhuis.
Daarnaast speelt de vrijwillige inzet van honderden dijkwachters een belangrijke rol. Marco de Wit van hetzelfde waterschap vertelt over Kampen, waar een uniek stelsel van afsluitbare coupures door de binnenstad de bewoners beschermt. “We doen dit met 200 vrijwilligers. Binnen een uur kunnen teams de schotbalken en schuiven plaatsen. Jaarlijks oefenen we dit, zodat het een geoliede machine is.”
Op dit moment is er volgens Rijkswaterstaat geen sprake van bijzonder hoge waterstanden. De Rijn en de Maas voerden deze zomer weinig water, het IJsselmeerpeil staat iets hoger dan gewenst en het grondwaterpeil is in hoger gelegen gebieden nog relatief laag. Toch blijft de boodschap: zekerheid reikt niet verder dan twee weken vooruit. “Dat is onze realiteit. We moeten voortdurend bijstellen op basis van de nieuwste data”, aldus Boterman.