De waterschappen hebben forse kritiek op het concept van het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn. Het programma draagt onvoldoende bij aan het behalen van waterkwaliteitsdoelen en zorgt voor grote juridische en praktische risico’s, aldus de Unie van Waterschappen. “Dit programma is niet toekomstbestendig”, zegt Sander Mager, vicevoorzitter van de Unie in een verklaring.
De Unie is in haar reactie niet alleen kritisch op het concept, maar ook op het proces. Het ‘krappe tijdpad’ om te reageren maakt een zorgvuldige en bestuurlijke afstemming onmogelijk, schrijft de koepelorganisatie van de 21 waterschappen. Los daarvan stelt ze vast dat er in de concepttekst van het programma cruciale onderdelen ontbreken, waardoor de effecten op het bereiken van de doelen niet kunnen worden beoordeeld. Voorts is daardoor onduidelijk of de samenhang met andere Europese verplichtingen (Vogel- en Habitatrichtlijn, Natuurherstelverordening, Green Deal) is geborgd.
De Unie vraagt het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedsel en Natuur de omissies alsnog uit te werken en de waterschappen daar actief bij te betrekken. “In plaats van ze alleen te laten reageren op vrijwel finale voorstellen.” Na de herstelwerkzaamheden moet er opnieuw de mogelijkheid zijn om in te spreken, zo wil de Unie. De vraag is of een en ander kan, want het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn moet op 1 januari 2026 ingaan.
Aan de lat
De kritiek van de waterschappen is evenwel evident, want het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn heeft als doel waterverontreiniging vanuit de landbouw te voorkomen en te verminderen, zodat het programma bijdraagt aan het halen van de kwaliteitsnormen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Daarvoor staan de waterschappen nadrukkelijk aan de lat, zij moeten zorgen voor schoon en ecologisch gezond water.
Halen van de KRW-doelen in 2027 is evenwel een probleem en een van de oorzaken is de nutriëntendruk uit de landbouw. De Nitraatrichtlijn, onderdeel van de KRW, richt zich specifiek op het tegengaan van nitraat- en fosfaatverontreiniging en moet de nutriëntenbelasting terugdringen. De Unie vindt dat het huidige concept actieprogramma daarin tekortschiet.
Maar de KRW kent ook een bredere, harde resultaatsverplichting: het behalen van alle kwaliteitsnormen én het voorkomen van achteruitgang, ook tijdelijk, schrijft de Unie. “Het huidige conceptprogramma voldoet hier niet aan. Het leunt sterk op vrijwillige en generieke maatregelen, en bevat zelfs versoepelingen van bestaande regels.”
Het ontbreken van een sluitende aanpak brengt aanzienlijke juridische en financiële risico’s met zich mee, schrijft de Unie. "Nederland loopt het risico dat de Europese Commissie vaststelt dat niet wordt voldaan aan internationale verplichtingen, met mogelijke inbreukprocedures tot gevolg."
Te rijk gerekend
Uit een uitgevoerde zogeheten ex-ante analyse zou blijken dat de voorgestelde maatregelen onvoldoende zijn om de doelen te halen. Zo wordt voor grondwater in de regio Zand-Zuid en Lössregio (Brabant en Limburg) de norm van 50 mg/l nitraat structureel overschreden: ook in 2030 en 2045 blijven de concentraties rond 53 mg/l respectievelijk 64 mg/l, stelt de Unie. “Dit betekent dat de Nitraatrichtlijn niet gehaald wordt. De berekeningen zijn bovendien mogelijk te optimistisch (‘te rijk gerekend’), doordat onvoldoende rekening is gehouden met variatie in nattere jaren en met onzekerheden in de gebruikte rekenmodellen, zoals de onderzoekers zelf ook aangeven.”
Ook voor oppervlaktewater zijn de effecten van het programma ‘beperkt en hoogst onzeker’. “Alleen in een enkele rekenvariant is een lichte daling van stikstof te zien; voor fosfaat geldt uitsluitend in Zand-Zuid een significante afname. In andere gebieden blijft verbetering volledig uit of dreigt achteruitgang.” En ook hier wreekt zich dat het programma niet volledig is, aldus de Unie. “Daardoor blijft de bijdrage van de KRW-doelen onduidelijk.”
Verdeling grondsoortregio’s in Nederland | Bron concept 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn
Slecht idee
Wat ook niet helpt om de doelen te halen, zijn versoepelingen, zoals het versmallen van mestvrije bufferstroken, aldus de Unie. In gebieden die niet als aandachtsgebied zijn aangewezen, zouden stroken mogen worden versmald naar 1 meter, zo staat in het conceptprogramma. Een slecht idee, aldus de Unie, die erop wijst dat de stroken in veel gebieden aantoonbaar effectief zijn gebleken in het voorkomen van uitspoeling, versterken van biodiversiteit en behouden van basisnatuurkwaliteit. Door ze te versmallen wordt eerder behaalde waterkwaliteitswinst tenietgedaan en ontstaat een reëel risico op terugval. “Dit staat haaks op het KRW-achteruitgangsverbod.”
In haar reactie aan het ministerie vraagt de Unie onder meer aanvullende verplichtende maatregelen in de Zand-Zuid- en Lössregio’s, een juridische toets op het KRW-achteruitgangsverbod en de resultaatsverplichting, een regionale effectenanalyse gebaseerd op onderbouwde gegevens en waarborgen bij versoepelingen en uitzonderingen.
Aandachtsgebieden
De aanwijzing van aandachtsgebieden is voor de Unie ook een belangrijk aandachtspunt. Ze plaatst kanttekeningen bij de landelijke analyse die ten grondslag ligt aan de aanwijzing van de gebieden (voorheen bekend als Nutriënten Verontreinigde gebieden ofwel NV-gebieden) en ze pleit voor een meer zorgvuldige aanpak. Temeer omdat in deze gebieden aanvullende maatregelen genomen moeten worden om de nitraat en fosforbelasting van het oppervlaktewater te verminderen. “Bij de aanwijzing van NV-gebieden is eerder gebleken dat dit tot grote onrust en verzet kan leiden”, schrijft de Unie.
Ze roept het ministerie van Landbouw op de landelijke bronnenanalyse verder te verbeteren, zodat de resultaten representatiever zijn en beter aansluiten bij de regionale werkelijkheid, zoals de waterschappen die ervaren. “Dit vraagt extra tijd, inzet en samenwerking met waterschappen en provincies. Hiervoor is uitstel van de aanwijzing van aandachtsgebieden noodzakelijk.”
Doelsturing
Over de introductie van doelsturing in het 8e Actieprogramma is de Unie niet negatief. “Doelsturing kan agrariërs meer vrijheid geven om zelf te bepalen hoe zij waterkwaliteitsdoelen behalen, het waterbewustzijn vergroten, vakmanschap erkennen en koplopers ontlasten.” Het is echter een traject van lange adem en alleen effectief als het stevig geborgd is, aldus de Unie. “Daarvoor zijn heldere en meetbare doelen, juridische verankering, en een robuust systeem voor monitoring en bijsturing onmisbaar.”
En deze voorwaarden vindt de Unie niet terug in de huidige opzet. Ze vraagt het ministerie daarom om een ‘juridisch verankerd doelsturingskader’ te ontwikkelen met heldere en meetbare doelen, een duidelijk tijdpad en toetsing en de borging dat vrijstellingen binnen doelsturing geen afbreuk doen aan andere beleidsdoelen zoals biodiversiteit en bodemkwaliteit.
LEES OOK
H2O Actueel: Unie van Waterschappen roept IenW op tot samenhangend waterbeleid en regie op rivierkreeften
H2O Actueel: Landsadvocaat: Nederland loopt juridische risico’s door normoverschrijdingen bestrijdingsmiddelen en nutriënten