De waterschappen krijgen er de komende jaren vele kleine collegaatjes bij. In het kader van het onderzoeksprogramma BioCops zullen op verschillende plekken in Nederland bladvlooien, mijten en snuitkevers worden losgelaten om de groei en verspreiding van uitheemse invasieve plantensoorten te remmen. De insecten moeten als natuurlijke vijanden ten strijde trekken tegen de Japanse duizendknoop, watercrassula (waternaaldkruid) en grote waternavel.
Deze drie plantensoorten bezorgen de waterschappen al jaren problemen. De exoten overwoekeren en verdringen inheemse vegetatie en vormen een bedreiging voor de biodiversiteit te land en te water. Door watercrassula en grote waternavel kunnen watergangen dichtgroeien, waardoor de doorstroming wordt belemmerd, de waterkwaliteit verslechtert, en inheemse planten en waterdieren verdrongen worden. De Japanse duizendknoop kan door enorme groeikracht van de wortelstokken schade aan riolering aanrichten en vormt een gevaar voor de erosiebestendigheid van dijkbekleding.
Natuurlijke vijanden
Dat deze planten in Nederland zo welig kunnen tieren komt onder andere doordat hier geen organismen voorkomen die van nature van deze planten leven. Onder de paraplu van het BioCops-project gaan de waterschappen daarom onderzoeken of natuurlijke vijanden, afkomstig uit het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de planten, een handje kunnen helpen. Het gaat hierbij om een specifieke galmijt (Aculus helmsi) in de strijd tegen watercrassula, een specifieke snuitkever (Lisonotus elongatus) voor de grote waternavel en een bladvlo (Aphalara itadori) voor Aziatische duizendknoopsoorten.
Het onderzoek, dat wordt uitgevoerd door Waterschap Aa en Maas, Wetterskip Fryslân, de Universiteit Leiden, Stichting Probos en CABI, wordt gefinancierd door de STOWA, gemeente Amsterdam, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, de waterschappen Amstel Gooi en Vecht, Aa en Maas, Hunze en Aa’s, Brabantse Delta, De Dommel, Rivierenland, Zuiderzeeland en Wetterskip Fryslân.
Welkome aanvulling
De bestrijding van de woekerplanten is voor waterschappen een tijdrovend en kostbaar karwei. Zo moet de verwijdering van duizendknoopsoorten heel zorgvuldig gebeuren, omdat de kleinste achterblijvende wortelrestjes weer kunnen uitgroeien tot een nieuwe plant. Waterschappen en andere overheden hebben al allerhande bestrijdingsmethoden geprobeerd, zoals afdekken met geotextiel, uitgraven, elektrocuteren van de wortels, verhitten, het chemische bestrijdingsmiddel glyfosaat, onderdompelen in zout water, of begrazing door geiten, schapen of varkens. De onderzoekers hopen nu dat natuurlijke vijanden een (kosten)effectieve aanvulling kunnen gaan vormen op andere bestrijdingstechnieken.
CABI
Volgens STOWA wordt de inzet van natuurlijke vijanden buiten Europa al meer dan een eeuw succesvol toegepast, en heeft de techniek zijn potentieel bewezen om een belangrijke rol te spelen in de bescherming van het aquatisch milieu en oeverhabitats.
In het Verenigd Koninkrijk doet CABI, een onafhankelijke non-profitorganisatie die gespecialiseerd is in de beheersing van invasieve planten, al ruim tien jaar onderzoek naar de veiligheid en werkzaamheid van natuurlijke vijanden van onder andere Aziatische duizendknopen, watercrassula en grote waternavel. Mede op basis van de resultaten van dit onderzoek zal nu worden onderzocht of deze methode ook in de Nederlandse natuur kans van slagen heeft.
Overwinteren in Nederlands klimaat
Experimenten met de uitheemse galmijt en snuitkever zijn nieuw voor Nederland. De inzet van de bladvlo tegen Aziatische duizendknoopsoorten is een vervolg op eerder onderzoek, gecoördineerd door de STOWA, waar al uit bleek dat de beoogde bladvlosoort in staat is in de Nederlandse natuur te overwinteren en voort te planten. Het is echter nog niet duidelijk of de mate van overleving en voortplanting hoog genoeg is om een langdurig gevestigde populatie in Nederland op te bouwen. Dit moet voor alle drie de insecten duidelijk worden uit het onderzoek dat nu aanvangt.
Uit het eerder onderzoek bleek ook dat de bladvlo weliswaar schade toebracht aan jonge scheuten van de duizendknoop, maar nog niet voldoende om effectieve impact te maken. In het nu te starten onderzoek zal de bladvlo worden uitgezet nadat de wortels en uitlopers van de duizendknoop al zijn verwijderd door middel van ‘uitrieken’. De onderzoekers hopen dat dit een effectiever resultaat zal opleveren en dat beheerders op deze manier minder vaak hoeven terug te keren om hergroeide duizendknoopplanten uit te trekken.
License to kill
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft vergunningen afgegeven voor de vrijlating van de de uitheemse bladvlo, galmijt en snuitkever in de Nederlandse natuur. Om aan de strenge veiligheidscriteria voor afgifte van deze vergunningen te kunnen voldoen, is onder andere getest of het drietal alleen de beoogde doelsoorten bestrijdt en geen schade aanricht aan inheemse plantensoorten. Uit alle gedane onderzoeken bleek dat er geen negatieve effecten op de inheemse biodiversiteit, mensen of (huis)dieren te verwachten zijn.
Eind juli of begin augustus zullen de eerste galmijten worden losgelaten om watercrassula te bestrijden.
LEES OOK
H2O Actueel: Onderzoek: toestand waterplanten in rivieren gaat langzaam vooruit
H2O Premium: Plaagplantenplaag in Overijssels moerasgebied: \'We zien krabbenscheer, fonteinkruid en kranswieren verdwijnen\'