Rijkswaterstaat weigert nader onderzoek in te stellen naar signalen dat de nieuw aangelegde geul in Meinerswijk bij Arnhem leidt tot het weglekken van Veluws grondwater bij lage rivierstanden in de Nederrijn. Dat liet Rijkswaterstaat weten aan Stichting Kloppend Stadshart – een burgerinitiatief van het buitendijkse Stadsblokken-Meinerswijk.
Stichting Kloppend Stadshart zegt dat uit hydrologische metingen zou blijken dat de nieuwe geul rond het bouwproject Meinerswijk in droge periodes water onttrekt aan de Veluwe, via een diepe oude zandwinplas die is aangetakt.
Daarom diende de stichting bij Rijkswaterstaat een handhavingsverzoek in. Dat verzoek is afgewezen. “In het proces voorafgaand aan het verlenen van de vergunning is er al deugdelijk onderzoek gedaan naar de aspecten die u noemt. Voor deze aspecten zie ik geen aanleiding en noodzaak om aan uw verzoek tot handhaving gehoor te geven”, laat Rijkswaterstaat weten aan de stichting.
Roerige voorgeschiedenis
De aanleg van de geul is een jaar geleden begonnen als onderdeel van de ontwikkeling van het buitendijkse woongebied met de naam ‘Arnhems Eiland’. Gemeente Arnhem vervangt een industrieterrein door ruim 400 huizen, grotendeels op een zandige hoogte tussen de Nederrijn en de nieuwe nevengeul.
De herontwikkeling van Meinerswijk tot woongebied kent een roerige voorgeschiedenis, omdat het buitendijks ligt. Nieuwbouw in het winterbed van de grote rivieren is in principe niet meer toegestaan vanwege de kans op overstromingen. Voor deze plek maakte de minister van Infrastructuur en Waterstaat een uitzondering. Dat leidde tot langdurige juridische procedures.
De nevengeul is een rivierkundige maatregel om de Nederrijn meer ruimte te geven bij hoge afvoeren. De geul heeft volgens de bewonersgroep een bijwerking die is onderschat. Daarom beraadt Kloppend Stadshart zich op nieuwe stappen nu Rijkswaterstaat geen actie onderneemt, laat voorzitter Margo Meeuwissen weten.
“Sinds de nevengeul aan de zandwinplas Plas van Bruil werd verbonden stroomt er bij lage rivierstanden kostbaar Veluwe-kwelwater en potentieel drinkwater via deze geul de Rijn in. Dit leidt tot verdroging van bijzondere natuur in de omgeving, waterkwaliteitsverlies in de Plas van Bruil en mogelijk funderingsschade in de omgeving. Het zijn effecten die door de autoriteiten worden weggewuifd.”
Rijkswaterstaat stelt dat in de MER-studie voor de ontwikkeling van Meinerswijk de hydrologische effecten zijn onderzocht. Conclusie van die onderzoeken was dat de bodem ter plaatse zo doorlatend is dat men geen noemenswaardige effecten verwacht van het aantakken van een voorheen afgesloten plas aan de rivier. Via het grondwatersysteem stond de plas volgens Rijkswaterstaat al in verbinding met de rivier en zijn waterstanden in de plas gelijk aan de rivier. “Het verbinden van de diepe plas met de rivier zal daardoor naar verwachting niet leiden tot lagere waterstanden, verdroging of wegstromen van water”, meent Rijkswaterstaat.
Kwelwater
Stichting Kloppend Stadshart zegt dat deze conclusie haaks staat op eigen waarnemingen van bewoners met kennis van zaken, onder wie Gerard Litjens, oud-directeur van Bureau Stroming. “Wij zien dat er juist onverwachte en onvoorziene effecten optreden tijdens droogte. Onze inschatting is dat er vanuit de zandwinplas in 2025 in enkele maanden tijd via de nevengeul tussen de 2,4 en 3,6 miljoen kubieke meter Veluwse kwelwater is weggestroomd de Nederrijn in. We hebben Rijkswaterstaat om handhaving gevraagd en vooral om een deugdelijk onderzoek. Het onderzoek dat is gedaan vinden we een aanfluiting. Daar wordt tot op heden niet op ingegaan.”
Het bewijs dat het gaat om Veluws kwelwater haalt Litjens uit metingen. “De Plas van Bruil heeft een 50 procent lager chloridegehalte dan de Rijn. En dat wijst dus op Veluwekwel.”