Vandaag is het een jaar geleden dat Donald Trump voor de tweede keer het Witte Huis betrok. Het werd een jaar waarin klimaat- en waterbelangen, zacht gezegd, het onderspit delfden. Wat doet dat met de Amerikaanse watersector? Henk Ovink, directeur van de Global Commission on the Economics of Water en voormalig watergezant van de VN, en Rohit Aggarwala, milieucommissaris van New York City, maken de balans op na een turbulent jaar.
Terwijl de inkt van zijn inauguratie nog aan het opdrogen was trok de kersverse president op 20 januari 2025 al een lijst van regeringsbesluiten over klimaatmitigatie en -adaptatie in. Trump kondigde aan uit het Parijsakkoord en ‘elke overeenkomst, pact, akkoord of soortgelijke verbintenis aangegaan in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering’ te stappen. Hij beëindigde alle activiteiten van het American Climate Corps, een door president Biden opgezet programma waarin voor vele Amerikanen werk zou worden gecreëerd op het gebied van klimaatadaptatie en milieubescherming: 20,000 banen om mee te beginnen, en dan nog eens 50,000 per jaar erbij tot aan 2031. Op dezelfde dag waarop de stekker uit dit alles getrokken werd, werd ook duidelijk waar de stekker in ging: de fossiele energie-industrie.
De daaropvolgende 364 dagen werd deze strijd tegen ‘radical left climate programming’ voortgezet. De federale regering liet nationale klimaatrapporten offline halen om ze ‘te evalueren’, en zorgde ervoor dat online informatie over klimaatverandering van onder andere de Environmental Protection Agency – dat sinds een jaar gerund wordt door een klimaatscepticus die innig samenwerkt met het Department of Government Efficiency van Elon Musk – verwijderd of herschreven werd. Hoe het écht zou zitten met het klimaat liet de minister van Energie bovendien optekenen door vier klimaatwetenschappers en een econoom, allen bekend als klimaatsceptici, die concludeerden dat het allemaal wel meeviel met droogte, zeespiegelstijging en meer van zulks.
Meteorologie- en klimatologieprogramma’s van de National Oceanic and Atmospheric Administration werden gedecimeerd of beëindigd, alsook belangrijke, reeds betaalde NASA-satellietmissies die informatie over klimaatverandering verzamelen. Ook het National Center for Atmospheric Research, een 65 jaar oud instituut dat klimaat- en watergerelateerd onderzoek doet en wiens weer- en klimaatmodellen wereldwijd gebruikt worden, wil de regering ontmantelen, en onlangs kondigde Trump aan de VS terug te trekken uit 66 internationale organisaties waaronder VN-klimaatorganisaties zoals het IPCC, UN Water en UN Oceans.
De bescherming van bepaalde bedreigde diersoorten werd afgeschaft, een herstelprogramma voor inheemse vissoorten in het stroomgebied van de Columbia-rivier beëindigd, en federale oppervlaktewateren opengesteld voor onder meer de winning van olie, gas en steenkool. Ook sprak Trump zijn veto uit tegen een project dat 50,000 mensen in Colorado van schoon drinkwater had moeten voorzien in een gebied waar het grondwater te zout en verontreinigd met radioactieve stoffen is, en zijn vispopulaties en waterzekerheid voor bewoners van de Californische Sacramento-San Joaquin rivierdelta op het spel komen te staan door plannen om meer water uit deze rivier te pompen.
Zelfs de Federal Emergency Management Agency (FEMA) – de nationale rampenbestrijdingsdienst die zich bezighoudt met acute crisisbeheersing bij overstromingen en andere natuurrampen, maar ook met langetermijn-adaptatie van kustgebieden aan zeespiegelstijging – wil Trump flink uitkleden.
Tot zover een kleine selectie. En tot zover nog maar het eerste jaar van zijn ambtstermijn. Hoe behoudt de Amerikaanse watersector in dit turbulente vaarwater het vermogen om (financieel) vooruit te plannen, en wat doet dit alles met de waterzekerheid, waterveiligheid en paraatheid voor klimaatverandering?
Mooie praatjes

Henk Ovink | Foto: Cynthia van Elk“Het is desastreus voor de watersituatie in de VS, en die was al niet zo best”, aldus Ovink. “Op het gebied van waterkwaliteit en -zekerheid had Amerika juist al een enorme inhaalslag te maken. Bekend zijn natuurlijk de verhalen van Flint [stad die met lood in drinkwater kampte, red.], maar dat is maar het topje van de ijsberg. Watervervuiling met PFAS en andere stoffen is ook daar aan de orde van de dag. En nu wordt alles op het gebied van milieu ook nog eens aan de kant geschoven, ten faveure van industriële productie en winst voor zijn vrienden. Het beleid is daarmee volledig gedreven door kortetermijnbelangen: nu geld verdienen, maar daar morgen alweer last van hebben, alleen wordt die last ontkend of bedekt door mooie praatjes. De maatschappelijke kosten voor bijvoorbeeld volksgezondheid en de leefomgeving zullen hierdoor alleen maar oplopen, en daar zal ook de economie zelf weer last van krijgen.”
Je houdt je hart vast voor wat de gevolgen kunnen zijn als Amerika zo onvoorbereid het volgende orkaanseizoen of de volgende droogtes in gaat
“De Amerikaanse watersector was juist goed op weg naar een holistische aanpak van waterproblemen op systemisch niveau. Die ontwikkelingen worden nu niet alleen stilgezet, maar ook teruggedraaid. De water grab – het recht van de sterksten, de rijksten – viert nu de boventoon, met rare beslissingen zoals in Californië en Colorado tot gevolg. En voor de FEMA is naast reductie ook complete decentralisatie het plan, terwijl er op decentraal niveau geen financiering, kennis of mandaat voor crisisbeheersing is. Je houdt je hart vast voor wat de gevolgen kunnen zijn als Amerika zo onvoorbereid het volgende orkaanseizoen of de volgende droogtes in gaat.”
“Stuk voor stuk zijn het beslissingen die ook voor zijn eigen achterban nadelig zullen uitpakken. Trump heeft zo zijn helden, zoals de brandweer, maar zijn eigen beleid maakt het werk van diezelfde helden, bijvoorbeeld door toenemende droogte, alleen maar ingewikkelder. Het is van alle kanten zó onlogisch – er is geen leuk verhaal over te vertellen.”
“Toen ik voor Obama aan een waterprogramma voor New York heb gewerkt zat daar ook heus deregulering bij, maar als instrument om de goede dingen te doen: om met innovatie ruimte te maken voor de positie van kwetsbare gemeenschappen, en voor waterveiligheid, waterzekerheid en klimaatadaptatie. Deregulering van een heel andere aard dan het huidige ‘we laten alles los en we zien wel’. Die deregulering is funest voor watertechnologiebedrijven, die juist baat hebben bij heldere, hoge standaarden voor schoon en veilig water, en consistentie in het beleid.”
‘Desastreuze kortzichtigheid’
Bij de COP30-klimaattop schitterde de VS vorig jaar in afwezigheid. Voor december aanstaande staat een waterconferentie van de Verenigde Naties op de planning – de tweede sinds 1977 – in de Verenigde Arabische Emiraten. Zal de VS daarbij zijn? “Dat is nog even afwachten. Het Department of State [ministerie van buitenlandse zaken, red.] en US AID [agentschap voor ontwikkelingssamenwerking, red.] deden altijd samen mee, maar US AID is opgeheven, en de mensen die daar aan water werkten zijn voor het grootste gedeelte ontslagen. Of er een delegatie vanuit de VS zal deelnemen en in wat voor vorm is niet bekend.”
“Praten is altijd belangrijk, en bovendien: ook in de VS gaat het zeker niet alleen om de federale overheid, integendeel! Lokale overheden, staten, communities en ngo’s, die samen met bedrijven – zeker ook uit de watersector – wel de schouders eronder blijven zetten en continue tegenkracht en tegenmacht weten te organiseren waren niet alleen goed vertegenwoordigd in Belém op de klimaattop, maar zullen ook het verhaal kunnen dragen tijdens de volgende waterconferentie. Die maatschappelijke kracht is in de VS heel groot, slim, en sterk, en daar zitten vele partnerschappen, ook voor ons. En daar zit ook het tegenantwoord op de huidige desastreuze kortzichtigheid. Er is zoveel te doen, en gelukkig wordt daar elke dag hard aan gewerkt. Maar het gaat niet vanzelf, en de ontkenning van de problemen, het ondermijnen van het vermogen en de autonomie van maatschappelijke partijen inclusief de wetenschap, is funest en ontwrichtend, met een onzeker perspectief.”
New York

Rohit AggarwalaOok zonder federale steun kunnen een hoop projecten gelukkig nog doorgang vinden, vertelt Rohit Aggarwala, milieucommissaris van New York City, via videoverbinding vanuit de Big Apple. De stad is voor haar waterinfrastructuur en waterbeheer grotendeels onafhankelijk van staatssteun. “Onze begroting is wel geraakt door besluiten van de huidige regering, maar daarmee zijn we zo’n 200 miljoen dollar verloren op een tienjarenplan van 33 miljard. Dat is jammer, maar is op het grotere geheel te overzien.”
Ook hebben steden en staten een zekere mate van vrijheid om eigen milieuregels vast te stellen. “En over het algemeen leggen de progessievere staten, zoals New York en California, de lat wel iets hoger wanneer het idee bestaat dat federale regels niet streng genoeg zijn. In New York leggen we niet zo vaak eigen normen vast, maar we proberen altijd betere resultaten te boeken dan wat de wet minimaal van ons verwacht.”
De afgelopen jaren hebben we de meest intense rain storms in de geschiedenis van New York meegemaakt, maar ironisch genoeg zijn er geen federale mandaten die tegen wateroverlast en overstromingen beschermen
“Onze grootste uitdaging is dat we op grond van nationale wetgeving verplicht zijn om in drinkwater- en afvalwaterzuivering miljarden te investeren – dat gaat om zo’n 40 procent van het budget van ons tienjarenplan – terwijl de kwaliteit van beiden al erg hoog is en de meeste New Yorkers acutere zorgen hebben, namelijk overstromingsrisico’s. De afgelopen 4,5 jaar hebben we de vijf meest intense rain storms in de geschiedenis van New York meegemaakt, maar ironisch genoeg zijn er geen federale mandaten die tegen wateroverlast en overstromingen beschermen. Dát is de mismatch waar wij ons de meeste zorgen over maken.”
“De 200 miljoen dollar die we kwijtgeraakt zijn – al wordt daar nog over geprocedeerd – was voor stormwater protection, vanuit een fonds dat onderdeel was van de FEMA. Een andere organisatie die erg belangrijk voor ons is is het Army Corps of Engineers. Deze ingenieurs hebben kustverdedigingswerken voor NYC gebouwd, en daar staan er meer van op de planning. Hoe de toekomst van geplande werkzaamheden van het Corps eruitziet onder de huidige regering en haar prioriteiten, weten we niet.”