Ga naar inhoud

Bestrijdingsmiddelen in Natura 2000-gebieden: rode vlaggen, kennislacunes en vervolgstappen

Eerste verkenning van aanwezigheid bestrijdingsmiddelen in Natura2000-gebieden toont rode vlaggen, legt kennislacunes bloot en definieert vervolgstappen

Door Tim Koorn
Bestrijdingsmiddelen in Natura 2000-gebieden: rode vlaggen, kennislacunes en vervolgstappen
Gepubliceerd:

Onderzoekers van Wageningen University & Research hebben een eerste verkenning verricht naar de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in twaalf Nederlandse Natura 2000-gebieden. Er werden pesticiden aangetroffen, met name in planten, ook op grotere afstand van landbouwgebieden. Ook werden kennislacunes en vervolgstappen in kaart gebracht.

“Er ligt een uitspraak van de Raad van State waaruit volgt dat individuele agrariërs aan moeten kunnen tonen dat hun pesticidegebruik geen negatieve gevolgen heeft op Natura 2000-gebieden”, vertelt Bas Buddendorf, senior onderzoeker bij de WUR. “Het ministerie vroeg of het mogelijk was om een snelle voortoets te ontwikkelen. Deze zou gebruikt kunnen worden bij de vergunningverlening. Dat bleek in de praktijk onhaalbaar. Al was het maar omdat pesticiden verschillende verspreidingsroutes kennen en de bron van vervuilingen over grotere afstanden dus lastig te achterhalen is.”

Bas Buddendorf

Bas BuddendorfUiteindelijk vroeg het ministerie van LVVN om een onderzoek om met bestaande meetgegevens beter te begrijpen hoe pesticiden zich verspreiden. Eerder onderzoek stelde al vast dat residuen van bestrijdingsmiddelen zelfs diep in natuurgebieden terug te vinden zijn. Buddendorf: “Wat ons onderzoek toevoegt is de risicobeoordeling. Waarbij in bodems geen overschrijding is gevonden, maar wel in planten. Dat is inderdaad een rode vlag, maar het is nog te vroeg om al harde conclusies te trekken met oog op de kennishiaten.”

De voornaamste conclusie van het onderzoek is wat Buddendorf betreft niet het aantal kilometer dat verspreidingsroutes van bestrijdingsmiddelen kan omvatten, maar juist de nadruk op wat we nog niet weten. “Daarbij gaat het om blootstellingsrisico’s voor verschillende diersoorten, schimmels en bacteriën, maar ook verspreidingsroutes van de bestrijdingsmiddelen. Om de gevolgen van de aanwezigheid van de pesticiden op Natura 2000-gebieden goed in te kunnen schatten, hebben we in elk geval dringend behoefte aan gestandaardiseerde monitoring, volgens één protocol.”

Betere monitoring zou volgens Buddendorf data opleveren die gebruikt kunnen worden om op regionaal of zelfs landelijk niveau tot een kaart te komen met hotspots. “Dan weet je in elk geval welke gebieden zwaarder getroffen zijn en waar je maatregelen zou willen nemen.”

Buddendorf benadrukt dat deze discussie ook een internationale kant heeft. “We weten nog heel veel niet over de verspreidingsroutes. De vervuilende bron kan ook over de grens liggen. We moeten nog veel meer weten over die verspreidingsroutes om tot een beschermende of mitigerende vervolgstappen te komen.”

Bij het beschrijven van een mogelijke mitigerende aanpak, lieten de onderzoekers zich inspireren door drinkwaterbeschermingsgebieden. “Dat zijn natuurlijk een soort buffers rond waterwinlocaties waar agrariërs niet of anders gebruik maken van pesticiden om de grondwaterbron te beschermen. Zoiets kun je je rond Natura 2000-gebieden ook wel voorstellen. Voor stikstofdispositie gebeurt zoiets in sommige gebieden al. Daar zou je bij aan kunnen sluiten. Maar ik herhaal, om goed te weten wat verstandig beleid is, hebben we echt nog veel onderzoek te verrichten.”

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners