Een Brabantse mestverhandelaar wordt verdacht van dumping van industrieel zoutafval op Belgische landbouwgrond, meldde Follow The Money vanmorgen. Uit controles van Belgische opsporingsdiensten blijkt dat het zout, waarvan lokaal grondwater op sommige plekken zo zout als zeewater is geworden, afkomstig is van de Dutch Glycerin Refinery (DGR) in Delfzijl.
De DGR is de grootste glycerineraffinaderij ter wereld en eigendom van het (voor corruptie veroordeelde) palmolieconcern Musim Mas. Bij de raffinage van ruwe glycerine ontstaan als bijproduct zouten, die de DGR normaliter doorverkoopt aan bedrijven die het bijvoorbeeld als strooizout gebruiken. Overtollig zout gaat naar een afvalverwerkingsbedrijf. Afnemers die het zout ophalen, rapporteren aan DGR voor welke toepassing de lading bestemd is, aldus de glycerinefabriek tegen FTM. Het bedrijf zegt zelf geen contact te hebben met de uiteindelijke ontvangers, en daarom geen zicht op ‘mogelijk misbruik’ te hebben.
Zeewater
Eind 2025 voerden Belgische opsporingsdiensten bodemonderzoek uit op agrarische gronden in De Kempen, in de grensstreek ten zuiden van Tilburg. Op sommige plaatsen werd zo veel zout in de bodem aangetroffen dat het grondwater even zout als zeewater is, schreef het Belgische Openbaar Ministerie eind januari. Ook werden zware metalen en vetzuren aangetroffen, en ‘alcoholachtige stoffen die duidelijk niet in de bodem thuishoren’. Het Antwerps Parket spreekt van ‘ernstige verontreiniging’ en overschrijding van bodemsaneringsnormen.
Lucratief
Volgens FTM zou ‘zeker 5000 ton – ruim tweehonderd vrachtwagens – zoutafval illegaal zijn afgevoerd en gedumpt, ook aan de Nederlandse kant van de grens’. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) onderzoekt de dumpingen momenteel. In antwoord op vragen van FTM geeft DGR aan eind 2025 door de ILT te zijn ingelicht dat het gedumpte zout terugleidt naar de raffinaderij. DGR zegt de levering van zout aan de Brabantse verhandelaar vanaf dat moment te hebben gestaakt, en zegt alle medewerking te willen verlenen aan het lopende onderzoek.
Volgens Follow The Money hebben ‘bronnen dicht bij het onderzoek’ aangegeven dat de verdachte verhandelaar en zijn compagnons het zout voor 100 euro per ton ‘verwerkten’, terwijl dit bij een erkende afvalverwerker 800 euro per ton kost. Met hoeveelheden over de 5000 ton loopt dat kortom in de miljoenen, aldus FTM.
De eigenaars van de grond waarop het zoutafval gedumpt is, de Belgische Glenn D. en Geert H. die met de verhandelaar samenwerkten, zijn tevens verdachten in het momenteel lopend onderzoek.
Mestfraude
De verdachte verhandelaar is de Nederlander Peet W., wie al langer een bekende van opsporingsdiensten aan beide kanten van de grens is. De in Baarle-Nassau woonachtige W. was tot voor kort melkveehouder en bestuurder van QLW Invest, een financiële holding die één van de grootste mestverwerkers van Europa exploiteert en in Nederland twee mestvergistingsbedrijven runde.
Eén daarvan was bijvoorbeeld het mestvergistingsbedrijf Biomoer in Moerstraten. Toen W. dit bedrijf verwierf, wilde hij ‘om strategische redenen’ niet zeggen wat zijn plannen ermee waren. Een jaar later bleek dat hij de silo’s van de vergister voor illegale opslag van onder andere rundvee- en nertsenmest gebruikte.
In december stond W. terecht voor grootschalige mestfraude. De officier van justitie sprak van een ‘mestcarrousel’ waarin vele duizenden kilo’s mest uit de boekhouding werden gehouden. Nadat W. bekend had dat hij de leider van een crimineel netwerk was dat stelselmatig mestwetgeving ontdook, besloot het (Nederlandse) OM – hoewel ‘een substantiële gevangenisstraf als eis zonder meer voor de hand had gelegen’ – de zaak met zogeheten procesafspraken af te doen.
Reden daarvoor was onder andere dat de strafrechtsketen met personeelstekorten en daardoor ‘enorme achterstanden’ kampt, ‘zeker voor milieufraudezaken’, aldus de bij de zaak betrokken officier van justitie. Na een jarenlang voortslepende zaak en een dossier dat inmiddels 28.000 pagina’s besloeg, trof het OM daarom met W. de schikking dat hij anderhalf jaar vijftig uur taakstraf per maand zal uitvoeren, een boete van 250.000 euro en een miljoen euro aan onterecht verkregen subsidies moet terugbetalen, en zich aan een driejarig beroepsverbod moet houden.