Het Hoogheemraadschap van Delfland zoekt de confrontatie met het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de aanpak van Amerikaanse rivierkreeften. Volgens Delfland leeft het ministerie de regels uit de Exotenverordening niet na en moet het verantwoordelijkheid nemen voor het afvangen van de rivierkreeften.
De Amerikaanse rivierkreeft zorgt voor problemen in de Nederlandse wateren. Zij eten waterplanten weg en woelen de bodem en de oevers om. Daardoor wordt het water troebel, ontstaat er sneller blauwalg en verslechtert de waterkwaliteit. Door hun gegraaf kunnen bovendien oevers verzwakken.
“In februari hebben wij het ministerie al met spoed verzocht om op te treden tegen de rivierkreeft”, vertelt Shanna Wiegerinck van het Hoogheemraadschap van Delfland. “In april liet het ministerie daarop weten dat ze de aanpak van rivierkreeften als een gedeelde verantwoordelijkheid zien van ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen. Maar daar nemen wij geen genoegen mee.”
Delfland stelt dat het ministerie van LVVN volgens de Exotenverordening en de Omgevingswet aan de lat staat om de Amerikaanse rivierkreeft aan te pakken. “Wij zijn verantwoordelijk voor de waterveiligheid en de waterkwaliteit.”
Uiteindelijk is het ook een discussie over geld. Het hoogheemraadschap bestrijdt de rivierkreeft zelf op een beperkt aantal locaties. “Onlangs heeft ons bestuur besloten om recent aangelegde natte ecologische zones te beschermen tegen vraat van rivierkreeften. Het is voor ons financieel niet haalbaar om dit in ons hele beheersgebied te doen. Dat zou betekenen dat we andere taken, waartoe we wettelijk verplicht zijn, niet meer uit kunnen voeren.”
Met deze nieuwe brief hoopt het hoogheemraadschap ‘aandacht en urgentie’ te verkrijgen voor het onderwerp. “Er zijn tot nu toe onvoldoende effectieve maatregelen genomen in de bestrijding van deze rivierkreeft. Als er niet tot actie wordt overgegaan, zijn de gevolgen niet te overzien. Dat leidt tot ecologische problemen, maar uiteindelijk ook tot schade aan onze kunstwerken en gemalen. Die vervolgens herstellen vraagt ook weer mankracht en een financiële inspanning. De kosten hiervoor moeten betaald worden door het Rijk.”