Als de waterkwaliteit goed op orde zou zijn in de Amsterdamse grachten. En je zou er dan gaan snorkelen, wat zou je dan op en onder het water allemaal kunnen zien? Met die vraag in het achterhoofd ontwikkelde Amber Beernink de Digitale Watersafari.
Amber Beernink is architect en ontwikkelingswerker en ze woont aan het water. Dat is een niet onbelangrijk detail, want al wonende aan het water ontdekte ze de potentie van drijvende tuinen. “In steden als Amsterdam is weinig ruimte en veel behoefte aan natuurversterkende initiatieven.”

Amber BeerninkIn het kader van de viering van 750 jaar Amsterdam ontwikkelde ze vorig jaar een expositie met tien drijvende tuinen met festivals in vijf verschillende stadsdelen. “Het was natuurlijk eigenlijk absurd om met natuur te gaan slepen door de stad, maar de bedoeling was nu juist om met de drijvende tuinen aan een breed publiek te laten zien dat het bij natuurversterking niet altijd gaat om grootschalige projecten, maar dat ook een kleinere interventie strategisch kan zijn.”
De drijvende tuinen die in het kader van dit project zijn gemaakt, bevinden zich de komende vijf jaar in de Amsterdamse Noorder IJ-plas, maar daarmee is het project niet afgelopen. “Er komt een onderzoek naar de impact van de drijvende tuinen op biodiversiteit en waterkwaliteit en ik wil natuurlijk ook locatiespecifieke ontwerpen maken voor nieuwe tuinen op andere plekken.”
Hiervoor zoekt ze nog toestemming om het eeuwenoude naaldhout dat bij de kadevernieuwing omhoog komt, wederom te mogen gebruiken. "De expositie heeft alvast aangetoond dat het technisch mogelijk is dit hout te gebruiken als drijvende, robuuste omkisting van de soms fragiele tuinen."
Beernink is er namelijk van overtuigd dat een ontwerpbenadering die de natuur centraal zet, uiteindelijk het meeste bijdraagt aan het leefklimaat in de stad. “Natuurinclusief bouwen en ontwerpen is hartstikke leuk, maar ik ben daarbij geïnteresseerd in de vraag wat het oplevert als je de dieren en de biodiversiteit centraal zet, als opdrachtgever zogezegd. Want hoe je er ook naar kijkt, juist de natuur is cruciaal als je het hebt over doelstellingen als de Kaderrichtlijn Water.”
In dat kader maakte Beernink, samen met kunstenaar Inge Jansen, dan ook de Digitale Watersafari. Geïnspireerd door de bekende schoolplaten uit het begin van de vorige eeuw, maakte ze een interactieve collage waarop te zien is welke organismen in en op het stadswater te zien zouden zijn als de waterkwaliteit op orde zou zijn.
Door te klikken op afbeeldingen, komt meer informatie over dieren en afbeeldingen in beeld, gecombineerd met filmbeelden. “Je zou deze website een toevoeging aan het publiekscampagne deel van de drijvende tuinen kunnen noemen. Ik wil laten zien hoe rijk de onderwaternatuur zou kunnen zijn.”
De Digitale Watersafari is niet gemaakt met één specifieke doelgroep in het achterhoofd. “We voeren gesprekken met het Centrum voor Milieueducatie, om de safari in te zetten op scholen. Maar ik denk zeker ook dat het voor waterprofessionals interessant is. Juist omdat de natuur op en in het water zo belangrijk is bij die uitdagingen waar nu in de watersector volop over wordt gepraat, van de beschikbaarheid van schoon drinkwater tot de omgang met afvalwater en noem maar op.”