Vooruitlopend op de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 presenteert Vewin haar inzet richting politieke partijen. In een standpunt pleit Vewin voor stevige keuzes in verkiezingsprogramma’s én voor duidelijke afspraken in een volgend regeerakkoord. De koepel benadrukt dat veilig, betrouwbaar en betaalbaar drinkwater niet vanzelfsprekend is.
Vewin wijst op de toename van de drinkwatervraag als gevolg van bevolkingsgroei, woningbouw en economische ontwikkeling. Tegelijkertijd ervaren drinkwaterbedrijven steeds meer belemmeringen bij het uitbreiden van de productie- en distributiecapaciteit. Juridische, bestuurlijke en praktische obstakels maken het lastig om tijdig in nieuwe bronnen en infrastructuur te investeren.
Daarom vraagt Vewin om een krachtige uitvoering van het landelijke Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023–2030. Daarbij moet de minister van Infrastructuur en Waterstaat volgens Vewin de regie nemen, inclusief monitoring, het aanspreken van overheden en waar nodig inzet van noodregelgeving.
Drinkwater moet bovendien worden verankerd in nationale programma’s zoals de nieuwe Nota Ruimte en het Nationaal Water Programma. Verder pleit Vewin voor versnelling van procedures voor de aanleg van infrastructuur en prioritering binnen het stikstof- en elektriciteitsbeleid.
Naast beschikbaarheid staat ook de kwaliteit van drinkwaterbronnen onder druk. De doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) voor 2027 worden in Nederland niet gehaald. Vewin roept op tot aanscherping van beleid, zoals het zesde Nitraat-Actieprogramma, in lijn met de KRW-doelen. Daarnaast moet er sneller worden opgetreden tegen lozingen van schadelijke stoffen, waaronder PFAS. Dit vraagt volgens Vewin om versnelde herziening van vergunningen, versterking van toezicht en handhaving, en samenwerking tussen overheden, drinkwaterbedrijven en andere partijen.
Aanpassing Drinkwaterwet
Een ander speerpunt is de leveringszekerheid van drinkwater. Vewin wil dat de bestaande leveringsplicht voor huishoudens wordt uitgebreid naar bedrijven, en dat de overheid een expliciete zorgplicht krijgt voor de drinkwatervoorziening. Dit vraagt volgens de organisatie om aanpassing van de Drinkwaterwet.
Ook de financiële ruimte voor investeringen verdient aandacht, stelt Vewin. Door de huidige WACC-regels (Weighted Average Cost of Capital) is het voor drinkwaterbedrijven lastig om voldoende vermogen aan te trekken voor noodzakelijke investeringen. Voor de reguleringsperiode 2025-2027 is er enige verruiming, maar Vewin pleit voor een structurele oplossing op de lange termijn.
Tot slot benadrukt Vewin het belang van drinkwaterbesparing. In het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing is afgesproken dat het gemiddeld verbruik per persoon in 2035 gedaald moet zijn van 125 liter naar 100 liter per dag. Voor grootverbruikers geldt een besparingsdoel van minimaal 20 procent. Om deze doelen te halen, is volgens Vewin inzet nodig van overheden, bedrijven én burgers.
Met deze inzet vraagt Vewin politieke partijen om verantwoordelijkheid te nemen en de noodzakelijke maatregelen op te nemen in hun verkiezingsprogramma’s én in het volgende regeerakkoord.