De ondergrondse opslag van radioactief afval mag nooit plaatsvinden in gebieden die nodig zijn voor de drinkwatervoorziening. Dat stelt Vewin namens de tien drinkwaterbedrijven in Nederland in een zienswijze op een plan van de rijksoverheid. Ook Waterbedrijf Groningen en WMD hebben van zich laten horen.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) werkt aan een nieuwe versie van het Nationaal Programma Radioactief Afval (NPRA) uit 2016. Tot nu toe wordt radioactief afval bovengronds opgeslagen in bunkers die minstens honderd jaar bescherming bieden, maar een definitieve oplossing is er nog niet.
Rond de eeuwwisseling zou hierover pas een besluit genomen worden. Vanwege de ambities op het gebied van kernenergie van dit kabinet wil de minister de besluitvorming echter vervroegen. In het nieuwe programma, dat tot begin deze week ter inzage lag, wordt opslag in de ondergrond als mogelijkheid genoemd.
Het gaat dan om ondergrondse zoutlagen en kleilagen, die zo dicht zouden zijn dat de kans op vervuiling van de ondergrond nihil is. Maar volgens Vewin staat dit "op gespannen voet met de veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening".
Onaanvaardbaar
De vereniging wijst op het voorzorgbeginsel en stelt ieder risico voor de drinkwaterwinning in relatie tot ondergronds eindbergen van radioactief afval "onaanvaardbaar" te vinden.
"Grondwater is heel kwetsbaar", verklaart woordvoerder Patricia van der Linden. "In Nederland wordt 60 procent van het drinkwater uit grondwater geproduceerd. Als een grondwaterwinning ergens onbruikbaar wordt door vervuiling, kunnen we niet zomaar overstappen op een andere. Het uitbreiden naar nieuwe winningen voor het vergroten van de productie is al een uitdaging."
Het gaat de drinkwaterbedrijven niet alleen om de huidige waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, boringvrije zones en Aanvullende Strategische Voorraden (ASV’s). Ook willen ze dat er rekening gehouden wordt met de nog aan te wijzen Nationale Grondwater Reserves (NGR’s).
Toekomstige generaties
Dat benadrukken ook Waterbedrijf Groningen en het Drentse drinkwaterbedrijf WMD, die elk nog een eigen zienswijze indienden waarin ze ingaan op de situatie in Groningen en Drenthe. In die provincies is veel onrust ontstaan door de plannen; ook bijvoorbeeld Waterschap Hunze en Aa’s, de Provincie Drenthe en allerlei belangengroeperingen hebben zienswijzen ingediend.
WMD benadrukt het principe om "geen onredelijke lasten op de schouders van toekomstige generaties" te leggen. "De Drentse bodem en grondwater zijn kwetsbaar, weet WMD uit ervaring. Helaas is het noodzakelijk dat wij fors investeren in zuiveringsinstallaties om verontreinigingen uit het verleden te verwijderen."
Waterbedrijf Groningen is opgelucht dat de Tweede Kamer deze week een motie aannam om in elk geval de zoutkoepels in Pieterburen, Onstwedde en Bourtange te schrappen van de lijst met mogelijke opslagplaatsen voor kernafval.
"Maar wij zijn ook deels afhankelijk van Drentse bronnen", zegt woordvoerder Leonie Spronk. "Ons kernpunt is daarom dat het drinkwaterbelang, nu en in de toekomst, integraal moet worden meegenomen in de plannen."