Ga naar inhoud

‘Early warning’ meetnet van Vitens signaleert 230 drinkwaterbedreigingen, én omissies in stoffenbeleid

Door Tim Koorn
‘Early warning’ meetnet van Vitens signaleert 230 drinkwaterbedreigingen, én omissies in stoffenbeleid
Grondwaterbeschermingsgebied | Foto Vitens
Gepubliceerd:

Ondiepe grondwaterlagen in het verzorgingsgebied van Vitens blijken op veel meer plekken vervuild dan tot nu toe werd aangenomen. Dat blijkt uit het Vitens Early Warning Monitoringsprogramma (VEWM), dat door Vitens en de provincies Fryslân, Overijssel, Gelderland en Utrecht is opgezet. KWR Water Research Institute analyseerde de data die in de afgelopen 5 jaar verzameld zijn, en trof 230 drinkwaterbedreigende stoffen aan, waarvan 110 stoffen een grondwaterkwaliteitsnorm of -signaleringswaarde overschreden.

Vitens is één van de drinkwaterbedrijven die een early warning meetnet hebben opgezet, om eerder in het vizier te krijgen welke bedreigingen op weg zijn richting diepe grondwaterpakketten die als drinkwaterbron worden gebruikt. Doel van het meetnet is om ondieper – oftewel dichter op emissiebronnen – te meten dan in de bestaande provinciale meetnetten gebeurt. Op die manier willen de bedrijven eerder en beter zicht krijgen op recente emissies van drinkwaterbedreigende stoffen. 

In de provinciale grondwatermeetnetten (provincies monitoren de grondwaterkwaliteit vanuit hun verantwoordelijkheid voor de bescherming van drinkwaterbronnen) wordt namelijk op 10 en 25 meter diepte gemeten. Daardoor geven deze metingen een weerslag van emissies van mogelijk tientallen jaren geleden, waardoor de metingen geen inzicht geven in de effectiviteit van het huidige grondwaterbeschermingsbeleid.

Verboden stoffen
Het VEWM-meetnet bestaat zodoende uit (circa 600) monitoringsfilters op minder dan 10 meter diepte, verspreid over de intrekgebieden van 80 kwetsbare grondwaterwinningen in het verzorgingsgebied van Vitens. In elk van deze intrekgebieden zijn 8 tot 15 filters geplaatst, verspreid over grond met de functies landbouw, natuur, stedelijk gebied en infiltrerend oppervlaktewater. In de periode 2021-2025 zijn deze filters minimaal twee keer bemonsterd en geanalyseerd op zo’n 600 verschillende stoffen. 

Met het meetnet zijn in het ondiepe, relatief recent gevormde grondwater 230 stoffen aangetroffen, waaronder (afbraakproducten van) bestrijdingsmiddelen, medicijnen en PFAS. Daaronder bevonden zich ook stoffen die al één tot enkele decennia verboden zijn, zoals de herbiciden atrazine, simazine en dichlobenil. 

Wat de herkomst van de aangetroffen stoffen betreft, kan die in sommige gevallen uiteenlopend zijn, zoals bij de stof EDTA (aangetroffen in 74 procent van de metingen), die voorkomt in schoonmaakmiddelen, meststoffen, voedingsmiddelen, cosmetica en papier. Andere stoffen zijn te herleiden naar een vrij specifieke toepassing, zoals de bloeddrukverlager candesartan. 

Infiltrerend oppervlaktewater
Opvallend is hoe sterk oppervlaktewater de kwaliteit van het ondiepe grondwater beïnvloedt. Dat gaat niet alleen om de rivieren, maar “juist ook” om beken, sloten en andere kleinere wateren, schrijft Vitens in een persbericht. Onder infiltrerend oppervlaktewater (oevergrondwater) worden bestrijdingsmiddelen en geneesmiddelen procentueel vaker aangetroffen (83 procent van de meetpunten) dan onder landbouwgebied (57 procent) en stedelijk gebied (39 procent van de meetpunten). 

Hierin ziet KWR een bevestiging van risico’s van infiltrerend oppervlaktewater voor de grondwaterkwaliteit in wateraanvoergebieden en vrij afwaterende gebieden met afvalwaterlozingen, overstorten of oppervlakkige afstroming. Ook laten deze resultaten zien dat “beleid voor bescherming van grondwater onlosmakelijk verbonden is met de kwaliteit van oppervlaktewater, en zich dus niet kan beperken tot beleid dat enkel gericht is op de grondwaterbeschermingsgebieden”, stelt Vitens. 

Ook valt op dat veel verontreinigingen (industriële stoffen, geneesmiddelen, bestrijdingsmiddelen) vaker voorkomen onder landbouwgrond dan onder stedelijk gebied. Dit bevestigt “dat de risico’s van de landbouw voor de grondwaterkwaliteit breder zijn dan alleen de emissie van bestrijdingsmiddelen-gerelateerde stoffen”, aldus KWR. 

PFAS
Veruit het vaakst aangetroffen zijn PFAS. Van de zes stoffen die in meer dan 50% van de waarnemingen zijn aangetroffen, behoren er vijf tot de stofgroep PFAS. Dit zijn TFA (97% detecties), PFOA (65% detecties), PFBA (59% detecties), PFHPA (56% detecties) en PFHxS (54% detecties). “Dit geeft aan dat bodems en het nieuwgevormde grondwater op grote schaal met diverse PFAS-componenten verontreinigd zijn geraakt en dat deze verontreiniging waarschijnlijk nog altijd doorgaat”, schrijft KWR. 

TFA is onder alle landgebruikklassen aangetroffen, maar in significant hogere concentraties onder landbouw en infiltrerend oppervlaktewater. Alle andere PFAS-componenten zijn veel vaker onder oevergrondwater, landbouw of stedelijk gebied aangetroffen dan onder natuur. Dit bevestigt volgens KWR drie routes waarlangs TFA in het grondwater belandt: atmosferische depositie, belasting vanuit de landbouw, en via infiltrerend oppervlaktewater.

IJzergereduceerd milieu
Verder ziet KWR “sterke aanwijzingen dat in het toelatingsbeleid onvoldoende aandacht is voor persistentie van stoffen in een ijzergereduceerd milieu dat kenmerkend is voor het Nederlandse grondwater”. Binnen elke stofgroep, en ongeacht de landgebruiksklasse, zijn namelijk “veel meer en veel vaker” verontreinigingen aangetroffen in anoxisch (zuurstofarm) grondwater, dan in oxisch (zuurstofrijk) of suboxisch grondwater. 

Dit patroon geeft aan dat locaties met ondiep gereduceerd grondwater kwetsbaarder zijn voor het doordringen van verontreinigingen tot diep grondwater, dan locaties met een dikkere laag oxisch of suboxisch grondwater. “Wij vermoeden dat dit patroon samenhangt met de wijze waarop de milieurisico’s van stoffen in de toelatingsprocedure worden beoordeeld”, schrijft KWR, “namelijk onder het uitgangspunt van een oxisch milieu. Hierdoor worden de stoffen die niet afbreken in een oxisch milieu er wel gericht uitgefilterd, terwijl hier geen sprake van is bij stoffen die niet afbreken in een gereduceerd milieu.” 

KWR raadt daarom aan om deze omissie bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (systeemverantwoordelijke) aan te kaarten, en te pleiten voor een herziening van toelatingsprocedures (zoals toegepast door bijvoorbeeld het Ctgb of EFSA), door afbraak in ijzergereduceerde milieus expliciet mee te nemen. 

De betrokken provincies gaan met de resultaten “aan de slag” en “roepen het Rijk en Europa op om dat ook te doen”. Vitens en de provincies willen het nieuwe meetnet in stand houden, en benadrukken dat “voorkomen dat deze stoffen in de bodem en het grondwater terechtkomen de enige structurele oplossing” is. 

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners