In 2025 is er landelijk bijna 19 miljoen extra productiecapaciteit voor drinkwater bijgekomen. Dat lijkt al heel wat, maar het is nog onzeker of de benodigde 102 miljoen kuub extra in 2030 wordt gehaald, zo blijkt uit het eerste Monitoringsplan over het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030.
Dat Actieprogramma is een landelijk plan van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de koepel van drinkwaterbedrijven Vewin, om oplossingen te zoeken voor het in 2023 voorspelde tekort van 102 miljoen kuub drinkwater richting 2030. Het omvat zowel regionale plannen als nationale acties.
Om zicht te houden op de uitvoering hebben de drie initiatiefnemers gezamenlijk het Monitoringsplan over 2025 opgesteld. Dat was ook het eerste jaar, want het Actieprogramma werd uiteindelijk pas in januari vorig jaar gepresenteerd.
In het Monitoringsplan wordt de voortgang van de maatregelen per drinkwaterregio in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat vorig jaar in totaal 18,65 miljoen kuub extra productiecapaciteit is gerealiseerd. Dat is deels te danken aan landelijke en regionale acties, maar vooral aan maatregelen die al veel eerder in gang waren gezet, zo luidt een belangrijke kanttekening.
Knelpunten
In het overzicht worden ook verschillende knelpunten genoemd die de uitbreiding van de drinkwatercapaciteit belemmeren. Die verschillen per regio, maar de grootste zijn complexe, langdurige vergunningprocedures, de ruimtelijke inpassing van nieuwe locaties en de netcongestie.
Daarnaast spelen uitdagingen rondom aangescherpte natuurwetgeving, N2000-gebieden en de stikstofproblematiek een rol, evenals de verslechterende waterkwaliteit en normen voor onder andere PFAS en reststroom- en concentraatlozingen. Ook zijn er zorgen over “de structurele borging van de financiële gezondheid van de drinkwaterbedrijven, ook voor de langere termijn”.
Al met al betekent dit dat er van de 38 realisatie- en uitbreidingsprojecten die voor 2030 opgeleverd moeten worden, al 13 zijn vertraagd. "Ondanks dat er door drinkwaterbedrijven en provincies al veel is gedaan, is er dus nog veel te doen om de in 2030 benodigde extra productiecapaciteit te realiseren", zo luidt de conclusie.
Nieuwe acties
Het Monitoringsplan beschrijft ook wat IenW, IPO en Vewin al doen om vertraging te voorkomen en welke aanvullende en nieuwe acties er volgens hen nodig zijn. Zo wordt drinkwater opgenomen in de Handreiking Weging Waterbelang en vinden gesprekken plaats met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat over het versnellen van procedures en vergunningverlening.
Ook over 2026 komt er weer een Monitoringsplan. "Daarmee houden de partijen zicht op de voortgang van het Actieprogramma en op de mate waarin de doelstellingen voor 2030 binnen bereik blijven", zegt Vewin in een toelichting. "Samenwerking op alle niveaus is essentieel om de gestelde doelen te behalen."