De discussie over de toestand van de waterkwaliteit in Friesland heeft geleid tot een patstelling in de Provinciale Staten. Een motie van BBB om waternormen realistischer te maken, haalde het vooralsnog niet: de stemmen staakten met 21 voor en 21 tegen. Op 28 mei volgt een herstemming.
De discussie draaide om een terugkerend vraagstuk: in hoeverre is Friesland verantwoordelijk voor vervuiling van het oppervlaktewater, wanneer een groot deel daarvan voortkomt uit externe bronnen zoals uitwerpselen van watervogels, zoute kwel, mineralisatie van veen en de inlaat van minder schoon water uit het IJsselmeer? Voor BBB-Statenlid Dieuwke Bakker is het duidelijk: de provincie moet zich inzetten voor ‘realistische’ normen die wél rekening houden met deze natuurlijke invloeden van buitenaf. “Want het zou niet fair zijn om Friesland op te laten draaien voor de gevolgen waar ze geen schuld aan heeft”, stelde ze gister tijdens het debat.
Bakker vreest dat zonder versoepeling van de normen de provincie in de knel komt. Niet alleen in ecologische zin, maar ook economisch. De doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) moeten uiterlijk in 2027 zijn gehaald. Als dat niet lukt, kunnen de gevolgen fors zijn voor vergunninghoudende overheden en bedrijven. “Gebeurt dat niet, dan kunnen de sociaal-economische gevolgen voor het bedrijfsleven en vergunninghoudende overheden na 2027 wel eens escaleren”, waarschuwde Bakker.
Ze wees op regio’s die nu al de gevolgen ondervinden van externe vervuiling. De Noardlike Fryske Wâlden, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog zijn volgens haar voorbeelden van gebieden die worden geconfronteerd met vervuild water afkomstig van onder meer watervogels. Daardoor zijn deze gebieden aangewezen als zogeheten nutriënten verontreinigd gebied (NV). De landbouw wordt hier geraakt, want boeren mogen op hun percelen minder mest gebruiken.
Steun voor andere motie
Ook de vermelding van wateren op de Waddeneilanden op de KRW-lijst is volgens Bakker onterecht. De sloten en vaarten daar zouden niet voldoen aan de minimumeisen van de Europese richtlijn, die stelt dat KRW-wateren een bepaalde omvang moeten hebben. Samen met het CDA diende Bakker daarom een motie in om deze wateren van de lijst te schrappen. Die motie kreeg wél voldoende steun in de Staten.
Naast de discussie over de normen zelf stemden de Staten ook over maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren. Er kwam een meerderheid voor de aanleg van extra natuurvriendelijke oevers, het creëren van lussen in waterwegen en het vaker baggeren van vervuilde watergangen. Volgens gedeputeerde Friso Douwstra (CDA) kunnen deze maatregelen worden uitgevoerd binnen het beschikbare budget van 1,8 miljoen euro. Ze dragen volgens hem bij aan het halen van de KRW-doelen, in het bijzonder binnen kwetsbare Friese natuurgebieden.
De motie van Bakker om de waternormen in bredere zin te versoepelen is voorlopig nog niet aangenomen. Door het staken van de stemmen komt de motie opnieuw in stemming bij de eerstvolgende Statenvergadering op 28 mei. Dan wordt duidelijk of de provincie de lijn van de BBB zal volgen of vasthoudt aan de huidige Europese normen.