De lijst met stoffen uit gewasbeschermingsmiddelen en biociden die in het Nederlandse oppervlaktewater worden aangetroffen, is opnieuw geactualiseerd. De jaarlijkse update, die Vewin aanlevert bij het Ctgb, laat zien dat de kwaliteit van drinkwaterbronnen nog altijd onder druk staat. Hoewel het geen nieuwe problematiek blootlegt, onderstreept de actualisatie dat normoverschrijdingen bij innamepunten hardnekkig zijn en dat bronaanpak urgenter wordt.
Volgens Vewin gaat het om een jaarlijkse actualisatie van de stoffenlijst die aan het Ctgb wordt aangeleverd ten behoeve van aanvragen voor de toelating van nieuwe middelen. Daarbij zijn uitsluitend stoffen opgenomen die normoverschrijdend zijn aangetroffen bij innamepunten voor drinkwater uit oppervlaktewater. De lijst is daarmee geen volledig overzicht van alle zorgwekkende stoffen in het milieu, maar richt zich specifiek op die stoffen die bij drinkwaterwinningen problemen veroorzaken.
“In algemene zin geldt dat de kwaliteit van drinkwaterbronnen in toenemende mate onder druk staat en de afgelopen jaren niet significant is verbeterd”, zegt een woordvoerder van Vewin. "Verontreinigingen uit landbouw, industrie en huishoudens zorgen er volgens Vewin voor dat de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater eerder verslechtert dan verbetert. Dat beeld wijkt nauwelijks af van dat van vijf jaar geleden, ondanks aangescherpt beleid en extra aandacht voor waterkwaliteit."
Stoffenkennis
De kennis over afzonderlijke stoffen ontwikkelt zich ongelijk, zegt de woordvoerder. “Dat is vaak een groeiproces. Voor vele stoffen, zoals voor PFAS, zien we dat de kennis over de aanwezigheid in het milieu en bronnen van drinkwater en de effecten op mens en milieu zich langzaam ontwikkelen.” Nieuwe analysetechnieken maken steeds meer stoffen zichtbaar, maar regelgeving en risicobeoordeling lopen daar vaak achteraan.
Drinkwaterbedrijven hebben doorgaans wel zicht op de herkomst van stoffen die normoverschrijdend worden aangetroffen. “Vaak is de sector wel te herleiden, denk aan chemische/farmaceutische industrie, landbouw of huishoudelijk afvalwater”, aldus de woordvoerder. Bij overschrijdingen van de signaleringswaarde kunnen waterbeheerders bovendien bronopsporing toepassen. “Hierbij gaan ze niet alleen op zoek naar de identiteit van de stof, maar ook naar mogelijke lozers.” Een bekend voorbeeld is volgens Vewin pyrazool, waarbij gericht onderzoek leidde tot beter inzicht in emissiebronnen.
Vewin benadrukt al langer dat voorkomen beter is dan zuiveren. “De drinkwaterbedrijven pleiten consequent voor meer ambitie om verontreinigingen bij de bron aan te pakken, zowel op Europees als nationaal niveau. Wat niet in de drinkwaterbronnen komt, hoeft er ook niet te worden uitgehaald.” De aanpak verschilt per stof. “Maar voor PFAS is de inzet een zo snel en volledig mogelijk verbod op Europees niveau.” In afwachting daarvan pleit Vewin voor strengere vergunningen en het minimaliseren of verbieden van lozingen.
Denemarken
Ook bij bestrijdingsmiddelen ziet de vereniging ruimte voor aanscherping. “Meer in het algemeen is het zaak dat de toelatingscriteria voor bestrijdingsmiddelen beter worden afgestemd op de normen van de KRW.” Voor middelen die PFAS bevatten gaat Vewin nog een stap verder: “Die zouden, zoals in Denemarken gebeurt, volledig moeten worden verboden.” Daarnaast wijst de sector op de noodzaak om landbouwpraktijken rond grondwaterbeschermingsgebieden aan te passen om nitraatbelasting terug te dringen.
Vewin signaleert verder dat de toenemende vervuilingsdruk directe gevolgen heeft voor de drinkwaterbedrijven en hun klanten. “De druk op de kwaliteit van de bronnen van ons drinkwater neemt toe en drinkwaterbedrijven kunnen niet anders dan de zuiveringsinspanningen vergroten.” Dat leidt tot hogere investeringen en uiteindelijk tot stijgende tarieven. Tegelijkertijd nemen energiegebruik, grondstoffenverbruik en afvalstromen toe, wat ook de klimaatvoetafdruk vergroot. “De maatschappelijke kosten van de verontreinigingen overtreffen de extra kosten voor zuivering door de drinkwaterbedrijven vele malen.”
Zal de stoffenlijst ooit compleet zijn? “Je weet niet wat je niet weet”, stelt Vewin. "Laboratoria van drinkwaterbedrijven, instituten zoals RIVM en universiteiten zoeken continu naar nieuwe stoffen met steeds geavanceerdere technieken. Vast staat dat veel stoffen (nog) niet gereguleerd zijn. Daarom geldt uit voorzorg een grenswaarde van 0,1 µg/l voor nieuwe en ongereguleerde stoffen in drinkwaterbronnen."