Rijkswaterstaat is van plan om plasticfabrikant Sabic in Bergen op Zoom een dwangsom van maximaal 2,5 miljoen euro op te leggen voor het lozen van de PFAS-stof perfluorbutaansulfonzuur (PFBS) op het Bergsche Diep. Dat blijkt uit een brief die Rijkswaterstaat in april aan Sabic verstuurde, en die in handen is van NRC.
De stof, die het Saoedische bedrijf als brandvertrager aan plastics toevoegt, spoelt via afstromend regenwater al jaren van het fabrieksterrein af, blijkt uit de brief. Sinds eind 2022 laten monsternames van zowel het bedrijf als van Rijkswaterstaat zien dat het afstromend regenwater verhoogde concentraties PFBS bevat.
Zo werd in juni 2023 maar liefst 26.000 nanogram per liter in het afstromend regenwater gemeten. Ter vergelijking; het Joint Research Centre van de Europese Commissie raadt aan dat zoute en brakke oppervlaktewateren, zoals het Bergsche Diep, maximaal 10 nanogram PFBS per liter mogen bevatten (een risicogrens waarvan de rechter vorig jaar bevestigde dat een waterbeheerder deze als toetsingsnorm mag hanteren om te berekenen hoeveel PFBS een oppervlaktewaterlichaam via lozingen maximaal mag ontvangen).
Kansen onbenut
Drie jaar geleden verplichtte Rijkswaterstaat Sabic om onderzoek te doen naar de mogelijkheden om verontreiniging van het afstromend regenwater te voorkomen. Ondanks verschillende onderzoeken en maatregelen is het bedrijf er echter niet in geslaagd de hoeveelheid PFBS die met het regenwater afstroomt tot een aanvaardbaar niveau te reduceren. “Teleurstellend”, schrijft Rijkswaterstaat in de brief. Het bedrijf heeft volgens de dienst de kans gekregen het probleem op te lossen, en “de geboden mogelijkheid onvoldoende benut”.
Daarom is Rijkswaterstaat nu van plan om een dwangsom van 625.000 euro op te leggen voor iedere maand waarin te veel PFBS in het afgevoerde regenwater wordt aangetroffen, oplopend tot een maximum van 2,5 miljoen euro. Dat er drie jaar geleden slechts een onderzoeksverplichting is opgelegd, was achteraf gezien “niet de geëigende weg”, schrijft de dienst ook in de brief. Naar eigen zeggen had Rijkswaterstaat eigenlijk al eerder “kunnen en moeten optreden” tegen de vervuiling.
Bezwaar
Sabic heeft bezwaar aangetekend, onder andere omdat het bedrijf stelt dat regenwater al PFBS kan bevatten voordat het de grond raakt. Uit de brief van Rijkswaterstaat blijkt echter dat het hemelwater op het fabrieksterrein ruim 400 keer zo vervuild is als hemelwater buiten het terrein.
Wel erkent Sabic dat het “aannemelijk” is dat die extra hoeveelheid PFBS van de fabriek afkomstig is. Dit zou door bodemverontreiniging kunnen komen, al is de herkomst volgens het bedrijf “moeilijk te achterhalen”.
Deze week neemt Rijkswaterstaat een definitief besluit over het voornemen. Dat Sabic onder de dwangsom uit zal komen is onwaarschijnlijk, denkt milieujurist Stijn van Uffelen van Mobilisation for the Environment (MOB), die de brief met NRC deelde. Vorig jaar stond MOB, naast de minister van Infrastructuur en Waterstaat, Stichting Gezond Water en de gemeenten Reimerswaal en Hulst, in de rechtbank tegenover Sabic in een zaak over PFAS-lozingen op de Westerschelde.
Wil het bedrijf voorkomen dat de dwangsom wordt verbeurd, dan zou het ofwel de vervuiling van het regenwater moeten stoppen, ofwel een vergunning moeten zien te krijgen voor het legaal lozen van betreffend water. “Bij elke vergunningaanvraag zal een bedrijf moeten onderbouwen dat het al het redelijke heeft gedaan om de uitstoot te voorkomen. Dat is in dit geval een stuk moeilijker”, aldus Van Uffelen in NRC. “Want als ze niet eens kunnen uitleggen hoe het daar terechtkomt, hoe kan je dan uitleggen dat je het maximale hebt gedaan om het te voorkomen?”