In de context van een kantoorsetting hebben de levenscycli van herbruikbare bekers een 2 tot 2,5 keer kleiner waterverbruik en een kleinere algehele milieu-impact dan papieren wegwerpbekers. Dat is de conclusie van een onderzoeksrapport dat Stientje van Veldhoven, minister van Klimaat en Groene Groei, vandaag heeft aangeboden aan de Tweede Kamer.
Aanleiding voor het onderzoek was een in maart 2025 aangenomen motie, waarin het kabinet werd verzocht om onderzoek te laten uitvoeren naar de milieu-impact van wegwerpbekers en herbruikbare bekers. Dit vanwege ‘de groeiende behoefte aan onderbouwd inzicht in de rol van bekers binnen de bredere duurzaamheids- en afvalpreventiedoelstellingen’, zoals de Europese Single-Use Plastics-richtlijn.
In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hebben Rebel Circular Economy en TAUW daarom de milieu-impact vergeleken van vier soorten bekers: papieren wegwerpbekers die aan de binnenkant met plastic (LDPE) gecoat zijn, herbruikbare kunststof bekers (van polypropyleen, PP), glazen bekers en keramieken bekers.
Hierbij is de milieu-impact onderling vergeleken over de bandbreedte van de volledige levenscyclus van het voorwerp, oftewel van grondstofwinning tot en met ‘afdankroutes’ zoals recycling of verbranding. Daarbij is gekeken naar een breed scala aan typen milieu-impact, waaronder broeikasgasemissies, materiaal- en grondstoffengebruik, watergebruik, landgebruik, emissies van toxische stoffen, en effect op de biodiversiteit. De gegevens voor deze levenscyclusanalyses zijn mede gebaseerd op eerdere onderzoeken, van onder andere TNO en CE Delft.
Watergebruik
Geconcludeerd wordt dat de levenscyclus van papieren bekertjes het hoogste watergebruik heeft (15 m³ per jaar). Dat is 2,1 tot 2,5 keer meer dan dat van herbruikbare bekers. Dit verschil is grotendeels te verklaren door het grote waterverbruik van de papierindustrie, en het hoge verbruik van materiaal voor de productie van wegwerpbekers, door het grote aantal benodigde bekers per persoon per jaar.
Van de herbruikbare opties heeft de levenscyclus van PP-bekers het hoogste waterverbruik (7 m³ per jaar). De levenscycli van glas en keramiek kosten zo’n 6 m³ water per jaar, waarbij glas een net iets kleiner watergebruik heeft dan keramiek. Binnen de herbruikbare varianten zijn de verschillen te verklaren door materiaal, gewicht, wasproces en logistiek.
Watergebruik van papieren, polypropyleen, glazen en keramieken bekers in verschillende ‘levensfasen’ | Beeld Rebel Circular Economy & Tauw
Alle typen milieu-impact bijeengenomen, concluderen de onderzoekers (in lijn met eerdere studies) dat herbruikbare bekers wat betreft de indicatoren watergebruik, landgebruik, klimaatverandering en totale impact op de menselijke gezondheid, een kleinere milieu-impact hebben dan wegwerpbekers.
Bekerscenario’s
Naast vier “beker-scenario’s die representatief zijn voor het gebruik van bekers in een kantoorsetting in Nederland”, hebben de onderzoekers ook nog “wat-als-scenario’s doorgerekend, waarbij ze hun eigen data en aannames uitgedaagd hebben”, aldus de minister in haar brief aan de Kamer. “Denk aan een scenario waar herbruikbare bekers vaker afgewassen worden, of een hoog percentage papieren bekers ingezameld wordt voor recycling.” Ook in die scenario’s hebben herbruikbare bekers echter consistent een kleinere milieu-impact dan bekers voor eenmalig gebruik.
De resultaten zijn volgens het rapport “niet één-op-één toepasbaar op andere contexten (zoals restaurants of sportclubs) of kantoorsettingen met afwijkende bekerscenario’s”. Wie interesse heeft in het doorrekenen van andere bekerscenario’s, wordt dan ook verwezen “naar de uitnodiging om contact op te nemen met de onderzoekers voor aanvullende analyses”.
‘Goede koers’
Het rapport van Rebel en Tauw is voor het kabinet een ‘bevestiging dat afgelopen jaren een goede koers is ingezet’, besluit minister Van Veldhoven, daarbij doelend op de beleidslijn waarin het kantoren, bedrijven en (onderwijs)instellingen verboden wordt om (plastic bevattende) wegwerpbekers aan te bieden.
In haar brief reageert de minister ook op een ander onderzoek, van CE Delft, waarin onderzocht is in welke sectoren wegwerpbekers gebruikt worden en of daar sinds 2021 veranderingen in hebben plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat met name op kantoren een grote vermindering van het gebruik van wegwerpbekers te zien is, en dat het aantal (plastic bevattende) wegwerpbekers dat op de markt gebracht is in 2024 grofweg gehalveerd is ten opzichte van 2021.
Zwerfafval toegenomen
Ondertussen laat de Landelijke Monitor Zwerfafval van Rijkswaterstaat echter zien dat het aantal bekers in zwerfafval tussen 2021 en 2023 en in 2025 een stijgende trend vertoonde. Een verklaring hiervoor kan zijn dat voor consumpties voor onderweg slechts een ‘stimulerende’ maatregel geldt, aldus Van Veldhoven. “De beprijzende maatregel die was genomen voor consumptie voor onderweg wordt immers op verzoek van de Kamer afgeschaft en hier wordt in de tussentijd (sinds 1 januari 2024) ook niet op gehandhaafd door de Inspectie Leefomgeving en Transport. Dit lijkt ook het effect van de maatregelen voor consumptie voor onderweg te verminderen.”
Deze resultaten roepen de vraag op of er aanvullende maatregelen nodig zijn, schrijft de minister aan de Kamer. Voor het moment heeft het kabinet er echter “vertrouwen in dat de ingezette ontwikkeling verder uitkristalliseert en dat steeds meer bedrijven en organisaties overstappen van wegwerp naar hergebruik”. Pas in het najaar van 2027 zal het kabinet bezien of ‘aanvullende inzet’ nodig is, onder andere omdat het eerst de cijfers van een aantal andere evaluaties wil afwachten.