Het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) heeft gisteravond in grote meerderheid besloten om het beroep bij de Raad van State tegen het bestemmingsplan voor de Zuidplaspolder in te trekken. Volgens het waterschap kan er in de diepste polder van Nederland nu een nieuw dorp met achtduizend woningen gebouwd gaan worden.


"Als we doen wat we met elkaar hebben afgesproken, komt er een toekomstbestendig dorp", meent dagelijks bestuurder Josien van Cappelle. Maar daar hangt wel een prijskaartje aan, en juist dat was lange tijd het probleem. Er zijn nogal wat maatregelen nodig om 4 tot 5 meter onder NAP te kunnen wonen, gezien de verwachte klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande overstromingen en piekbuien.
In het bestemmingsplan Middengebied I voor het nieuwe dorp Cortelande had de gemeente Zuidplas die maatregelen volgens het waterschap onvoldoende meegenomen. Ook ontbrak het nog aan een waterhuishoudingsplan. Medio 2024 ging het waterschap daarom in hoger beroep bij de Raad van State, dat in november zou dienen.
Begin juni van dit jaar kondigde het dagelijks bestuur aan dat hoger beroep in te willen trekken, omdat er in de tussentijd de nodige stappen waren gezet. Nu heeft het algemeen bestuur daar dus, conform de verwachting, mee ingestemd. Alleen de Partij voor de Dieren was tegen; die partij ziet geen heil in bouwen op deze plek.
Voor honderd jaar
Hoogheemraad Van Cappelle (Water Natuurlijk) kijkt daar anders tegenaan. "Wij zijn niet van de ruimtelijke ordening", stelt ze. "Maar als er gebouwd gaat worden, dan moet dat wel op een verantwoorde manier. En niet voor één generatie, maar voor de komende honderd jaar. De afgelopen twee jaar hebben we heel hard gewerkt, nu liggen de bouwstenen er om een veilig en toekomstbestendig Cortelande te bouwen."
Al zeker twintig jaar broedt de gemeente op het plan voor een ‘vijfde dorp’ in de laagstgelegen polder van Nederland, tussen de dorpen Moordrecht, Moerkapelle, Zevenhuizen en Nieuwerkerk aan den IJssel in. Dat dit klimaatbestendig gebouwd moet worden, is volgens Van Cappelle ook bij de gemeente nooit punt van discussie geweest.
"De ambitie was er wel, het probleem was de vertaling in wat dat werkelijk betekent", aldus de hoogheemraad. "Dat was niet goed doorgerekend. Maar als je het nu niet goed aanlegt, dan worden de kosten later nog veel hoger."
Bestuurlijke overeenkomst
Zo wilde het waterschap dat er een integraal waterhuishoudingsplan werd opgesteld met een helder eindplaatje voor het watersysteem en dat er een grote flexibele bandbreedte voor het waterpeil wordt aangehouden om de waterkwaliteit in het gebied te borgen. Ook moeten er voldoende wadi’s of andere waterbergingsmogelijkheden komen om piekbuien op te kunnen vangen.
Begin 2025 werd oud-Deltacommissaris Wim Kuijken ingezet om beide partijen weer tot elkaar te brengen. Dat leverde eind oktober vorig jaar niet alleen een rapport op met nadere afspraken, maar ook 210 miljoen euro extra van het Rijk voor klimaatmaatregelen en gebiedsontwikkeling.
Vervolgens paste de gemeente het bestemmingsplan middels een ‘herstelbesluit’ aan en werkten beide partijen onder leiding van een onafhankelijk procesbegeleider aan het waterhuishoudingsplan. Als laatste werd een bestuurlijke overeenkomst opgesteld met inhoudelijke en procesafspraken. Die wordt morgen ondertekend op het gemeentehuis van Zuidplas.
Testcase
Van Cappelle spreekt van "een hele mooie stap die we met elkaar bereikt hebben". "Deze casus is ook een testcase voor hoe we toch kunnen bouwen in laag Nederland", meent ze. "Wij denken dat dat hier verantwoord kan. Maar het is wel van groot belang om als waterschap vroegtijdig aan tafel te zitten. Want als je pas aan het eind komt, ben je gewoon te laat."
Dat dit in de Zuidplaspolder niet altijd goed ging, komt volgens strategisch programmamanager Karijn de Jong van HHSK ook doordat dit een grote opgave is voor een kleine gemeente. "Er was niet voldoende capaciteit om dit vanuit de gemeente goed aan te sturen. Het is een complexe opgave, waarvan water maar een onderdeel is. Daar heb je een goede procesregie voor nodig."
Daarom zou het helpen als de provincie of het Rijk meer de regie neemt, bijvoorbeeld met een landelijke taskforce, bepleit De Jong. "Zodat je niet elke keer adviseurs hoeft in te vliegen. En het zou ook helpen als het advies van de waterschappen bindend zou zijn. Dat is het nu niet, maar pas dan kunnen water en bodem echt sturend zijn."