KNMI zocht in opdracht van de waterschappen en Rijkswaterstaat naar manieren om de neerslagschatting te verbeteren. Dit leidde tot een verbeterd Internationaal Radar Composiet, een landsdekkend beeld van neerslaghoeveelheden op basis van radargegevens en grondstations.
“Waterschappen zagen dat de neerslagschattingen op bepaalde plekken een zekere mate van over- of onderschatting hadden”, zegt Jip van Steen, Product Owner bij het Waterschapshuis en betrokken bij de doorontwikkeling van het Internationaal Radar Composiet (IRC). De waterschappen vroegen, via STOWA en het Waterschapshuis, aan het KNMI of het radarcomposiet niet te verbeteren zou zijn.

Jip van Steen“Een bekend voorbeeld is de heftige overstroming in Limburg twee jaar geleden”, vertelt Van Steen. “Daarbij onderschatte het radarcomposiet de daadwerkelijke regenval.” Onder andere deze gebeurtenis toont volgens Van Steen het directe belang aan van een betrouwbaar en nauwkeurig radarcomposiet voor de waterschappen.
Het IRC-onderzoek bestond uit een aantal deelonderzoeken en oplossingsrichtingen. “Uiteindelijk zijn we gekomen tot het effectiever wegfilteren van verstoringen van het regenradarsignaal, meer gebruik maken van radargegevens uit Duitsland en België en het beter combineren van regenradargegevens en regenmetergegevens. Dit zorgt voor een duidelijke verbetering van de neerslagschattingen. Met dezelfde partijen zetten we nu de succesvolle samenwerking voort om te zorgen voor verdere verbetering van de meteo-informatievoorziening voor waterbeheerders.”
De verbeterde data zijn, stelt Van Steen, niet alleen voor het dagelijks waterbeheer, bijvoorbeeld het peilbeheer van belang, maar ook voor hydrologisch onderzoek. “Hydrologen zijn natuurlijk geholpen als ze kunnen werken met een zo nauwkeurig mogelijke dataset uit het verleden. En trouwens, ook het gewone publiek profiteert van het verbeterde radarcomposiet, want KNMI gebruikt de gegevens voor hun reguliere neerslagproducten.”