De energietransitie op de Noordzee kan hand in hand gaan met natuurbehoud. Dat is de belangrijkste boodschap van een onlangs gepubliceerd rapport: Avoidance & Minimisation of Environmental Impacts from Offshore Wind & Grid Infrastructure.
Het rapport is geschreven door de internationale Offshore Coalition for Energy and Nature – North & Baltic Seas (OCEaN) met daarin energie- en transmissiebedrijven, en natuurorganisaties, waaronder Stichting De Noordzee.

Pim Somers“Binnen deze coalitie proberen we met de verschillende partijen te kijken hoe we de energietransitie vorm kunnen geven en de klimaatproblematiek aan kunnen pakken, zonder schade aan te brengen aan de natuur”, zegt Pim Somers. Hij is projectleider Natuurvriendelijke Energie bij Stichting De Noordzee en medeopsteller van het rapport.
OCEaN vond het volgens Somers belangrijk om een overzicht te maken van de beschikbare maatregelen, die erop gericht zijn de ecologische impact van windparken en de bijbehorende netinfrastructuur waar mogelijk te voorkomen en in elk geval te minimaliseren. “Er zijn al heel veel interventies bekend, maar die waren nog nooit op deze schaal gebundeld.”
In het rapport staan tachtig maatregelen opgesomd. “We hebben daarbij gekeken naar mitigatiemaatregelen in de hele levenscyclus van windparken, dus van planning tot aanleg en van gebruik tot ontmanteling. Interventies om de natuur te versterken in de windparken, die natuurlijk ook belangrijk zijn, hebben we in dit rapport nog buiten beschouwing gelaten.”
De maatregelen zijn bedoeld als inspiratie voor bedrijfsleven en politiek. “Als Nederland zijn we best wel een voorloper als het gaat om het mee laten wegen van de ecologische impact in de aanbestedingen. Die positie moeten we volgens ons behouden en versterken. Maar de effectiviteit van onze eigen maatregelen staat onder druk als andere landen nalatig blijven.”
Als voorbeeld noemt Somers de bouw van een nieuw windpark op de grens met de Britse wateren. De aanbestedingen hiervan zullen later dit jaar gaan lopen. “Natuur trekt zich niks aan van grenzen. Dus als wij maatregelen nemen en de Britten niet, dan hebben je maatregelen niet de ecologische effectiviteit die je zou willen.”
Maar ook Nederland zelf kan nog meer doen, meent Somers. “Bijvoorbeeld: hou bij locatiekeuze en ontwerp van een windpark rekening met seizoensgebonden concentratiegebieden van vogels. Plan sowieso niets in beschermde gebieden en hou ook daarbuiten rekening met de habitat van beschermde soorten. En neem technische maatregelen om de natuur zo min mogelijk te verstoren, bijvoorbeeld bij het aanleggen van kabels.”
Het maken van een overzicht met beschikbare interventies, heeft er volgens Somers ook toe geleid dat er nu een beter beeld is ontstaan van de kennislacunes. “Sommige effecten op systeemniveau begrijpen we nog steeds niet goed. We moeten kijken of we winst kunnen behalen met een andere layout van de parken of andere typen fundering.”
En ook, hoewel dat ver weg lijkt in een tijd waarin nog volop windparken worden aangelegd, weten we nog niet veel over de effecten van de ontmanteling van windparken. “Dat is dichterbij dan je denkt. De eerste parken zullen waarschijnlijk over een jaar of acht moeten worden ontmanteld en de kennis over de gevolgen hiervan voor de natuur is echt nog niet goed genoeg ontwikkeld.”
Een ander belangrijk punt waar besluitvorming over nodig is, stelt Somers, is het behoud van natuurversterkende elementen van windparken– zoals kunstmatige riffen – te behouden ook als de parken verdwijnen. “Het zou natuurlijk kapitaalvernietiging zijn om enerzijds in dat soort maatregelen te investeren en ze daarna weer weg te halen. Hier moet nog echt goed naar gekeken worden.”
LEES OOK