Een investering van circa 30 miljoen euro in nieuwe pompen in het sluiscomplex van Eefde moet ervoor zorgen dat er in droge zomers voldoende water beschikbaar blijft voor de landbouw in Salland, Twente, de Achterhoek en het zuidelijk deel van Drenthe.
Rijkswaterstaat Oost-Nederland gaat de plannen hiervoor uitwerken, in samenwerking met de provincies Overijssel en Drenthe en de waterschappen Rijn en IJssel, Drents Overijsselse Delta en Vechtstromen.
Het sluiscomplex tussen rivier de IJssel en het Twentekanaal hoort bij de belangrijkste binnenvaartsluizen van ons land. Het verbindt de IJssel met de vaarwegen door Twente. Het Twentekanaal is naast hoofdvaarweg ook cruciaal voor de zoetwatervoorziening in Twente, Salland en een deel van de Achterhoek en Drenthe. Dit oostelijk deel van het land heeft de laatste jaren vrij veel last van de droogte, omdat het bestaat uit hoge zandgronden.
Om Oost-Nederland van voldoende zoet water te voorzien, wordt in de zomermaanden IJsselwater in het Twentekanaal gebracht. Ook moet de inlaat van IJsselwater schutverliezen compenseren, want bij elke doorvaart van vrachtschepen stroomt er vrij veel water uit het kanaal. Het kanaal heeft een verval van 6 meter.
Vanuit het Twentekanaal wordt het ingebrachte water naar de Berkel, Schipbeek en het Almelose Kanaal gevoerd en vervolgens naar de Overijsselse Vecht en het Coevorden-Vechtkanaal. Het gaat om maximaal 22,5 kubieke meter per seconde, zo is vastgelegd in het Waterakkoord Twentekanalen en Overijsselse Vecht. Rijkswaterstaat rekent met de waterschappen een tarief per geleverde kubieke meter water uit de IJssel.
Inlaatpunt
Bij de huidige sluis doet zich een probleem voor. Zodra de waterstand van de IJssel onder de 2 meter NAP zakt, kan het rivierwater niet meer worden ingelaten. Het sluiscomplex Eefde is in 2020 gemoderniseerd voor 80 miljoen euro. Bij het aanbrengen van een inlaatpunt voor water uit de IJssel is toen een inschattingsfout gemaakt. De stand van de IJssel is tegenwoordig vaker lager als gevolg van klimaatverandering.
De afgelopen jaren zijn daarom in de zomermaanden telkens tijdelijke pompen geplaatst om rivierwater in het Twentekanaal te brengen. Die noodmaatregel kost circa 2 miljoen euro per seizoen.
Rijkswaterstaat investeert nu in een aanpassing van het sluiscomplex, zodat onder alle omstandigheden water uit de IJssel in het kanaal gebracht kan worden. Door het aanbrengen van drie zogeheten buisvijzels van 5 meter diameter beweegt de inlaat mee met de veranderende waterstanden in de rivier. Deze turbines schroeven het water van laag naar hoog.
In de wintermaanden – als het Twentekanaal overtollig water afvoert in de IJssel – kunnen deze buisvijzels waterkrachtstroom opwekken. Dat kan jaarlijks ruim 1 miljoen euro aan stroom opleveren.
Lage stand IJssel
Peter Schrijver, dagelijks bestuurder bij Waterschap Rijn en IJssel, is blij met de komst van de vaste buisvijzels. “We worden ingehaald door de klimaatscenario’s”, zegt hij. “We krijgen vaker te maken met droogte en een lage stand van de IJssel. Om voldoende water in de oostelijke helft van ons land te krijgen, zijn we afhankelijk van de IJssel. Mede als gevolg van de uitslijting van de rivierbodem, vraagt dat om een robuuste wateraanvoer.”
Het aanbrengen van buisvijzelpompen – die naar schatting 30 miljoen euro kosten – wordt voor de helft betaald door Rijkswaterstaat. De andere helft komt voor rekening van de waterschappen Rijn en IJssel, Drents Overijsselse Delta en Vechtstromen en de provincies Drenthe en Overijssel. Voor de voorbereiding van de plannen is 3,1 miljoen euro beschikbaar. Die betaalt Rijkswaterstaat.