In januari oordeelde de rechtbank dat Nederland meer moet doen om de inwoners van Bonaire te beschermen tegen klimaatverandering. De regering legt zich niet neer bij deze uitspraak en gaat in hoger beroep. Dat blijkt uit een brief van de minister van Klimaat en Groene Groei aan de Tweede Kamer.
Volgens de Haagse rechtbank doet de Nederlandse Staat niet genoeg om de inwoners van Bonaire te beschermen tegen klimaatverandering en de gevolgen daarvan. De rechtbank merkte op dat inwoners van Bonaire daarbij anders worden behandeld dan de inwoners van Europees Nederland.
In de uitspraak staat verder dat er in 2030 een uitgewerkt plan moet liggen om Bonaire weerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. Ook moet Nederland binnen achttien maanden bindende tussentijdse doelen in nationale regelgeving opnemen om de uitstoot van broeikasgassen voor de gehele economie terug te dringen.
Daartegen gaat het kabinet nu in hoger beroep. Stientje van Veldhoven, minister van Klimaat en Groene Groei, schrijft aan de Tweede Kamer dat hier ‘zwaarwegende (juridische) redenen’ voor zijn. De minister stelt dat het kabinet bedenkingen heeft ‘bij het door de rechtbank gehanteerde juridisch kader en de verplichtingen die de rechtbank afleidt uit besluiten van VN-klimaatconferenties (COP-besluiten)’.
Een ander betwist punt is de overweging van de rechtbank dat emissies van internationale lucht- en zeevaart bij het vaststellen van de nationale emissiereductiedoelen moeten worden meegenomen. Deze overweging sluit volgens het kabinet niet aan bij de internationale aanpak ‘waarin deze emissies worden gereguleerd via gespecialiseerde VN-organisaties’.
Dat het kabinet nu in hoger beroep gaat, betekent niet dat het oorspronkelijke vonnis niet dient te worden uitgevoerd. Dat geldt bijvoorbeeld voor de uitvoering van het mitigatiebevel. Dit houdt in dat in nationale regelgeving absolute emissiereductiedoelen voor de gehele economie moeten worden opgenomen. Van Veldhoven schrijft hierover dat het kabinet een verzoek zal indienen om dit bevel niet uit te voeren tot de uitspraak in hoger beroep is gedaan.