Ga naar inhoud

Kier in Haringvliet wordt niet gebruikt door uitgezette steur

Door Tim Koorn
Kier in Haringvliet wordt niet gebruikt door uitgezette steur
Haringvlietdam | Foto Wim Eikelboom
Gepubliceerd:

De door natuurbeschermers bevochten Kier in de sluizen van het Haringvliet wordt niet gebruikt door uitgezette Europese steuren. De trekvissen kiezen liever de route via de haven van Rotterdam naar zee.

Dat blijkt uit onderzoeken naar trekgedrag van steuren met een volgzendertje. Het onderzoek is uitgevoerd door Niels Brevé, wetenschappelijk onderzoeker bij de Sportvisunie naar migratieroutes van trekvissen. 

Sinds 2012 worden met regelmaat jonge steuren uitgezet in het stroomgebied van de Rijn, als verkenning voor een herintroductie van deze uitgestorven trekvis die leeft in zoet en zout water. 

Om de haalbaarheid van de terugkeer van de steur in de Rijn te onderzoeken werken Sportvisunie, ARK Rewilding Nederland, Wereld Natuur Fonds, RAVON en Diergaarde Blijdorp samen in een steurproject. De eerste proefuitzetting was in 2012. Het ging toen om 43 jonge steuren uit kwekerijen in Frankrijk. Dit zijn nazaten van de laatste oorspronkelijke Europese steuren die in de jaren negentig zijn gevangen uit de Noordzee. Daarna volgden diverse uitzetmomenten. Afgelopen weekend zijn er 20 Europese steuren uitgezet in de Waal bij Woudrichem. 

Haringvlietdam
De steur is een trekvis die instinctief op jonge leeftijd vanuit de rivieren naar de Noordzee zwemt. De meest voor de hand liggende route is via het Hollands Diep en Haringvliet, de plek waarin zowel de Rijn als de Maas uitmonden. Het Haringvliet wordt sinds 1970 afgesloten door een dam, als onderdeel van de Deltawerken tegen overstromingen. Voor trekvissen vormen de sluizen een onneembare hindernis. De bij de bouw aangebrachte vispassages in de pijlers van de dam bleken onvoldoende te helpen.

Na een sterke lobby van natuurorganisaties is in 2019 de Haringvlietdam deels opengesteld, zodat trekvissen makkelijker van en naar de Noordzee kunnen zwemmen. De dam staat een aantal weken per jaar op een kier. De kier blijft bescheiden om de intrek van zout zeewater te beperken. Dat zoute zeewater is ongewenst voor de landbouw en de drinkwaterwinning in Zuid-Holland. 

Hoewel de verwachting was dat trekvissen gebruik zouden gaan maken van de Kier in de Haringvlietdam, blijkt het tegendeel het geval, zo ontdekte visonderzoeker Niels Brevé. Vrijwel alle van de 418 jonge steuren die de afgelopen jaren zijn uitgezet in de rivieren, kozen niet de route naar zee via het Haringvliet. 

Rotterdamse haven
Van de 74 steuren van 1 jaar oud die in 2023 zijn losgelaten in de Biesbosch bereikte minimaal 10 procent de Noordzee. Zij zwommen allemaal via de Nieuwe Waterweg om de Maasvlakte heen, terwijl het Haringvliet op papier de meest aantrekkelijke route is. Hetzelfde patroon deed zich voor in 2024 toen 100 steuren werden losgelaten in de Beneden Merwede bij Woudrichem. Daarvan bereikte ook 10 procent uiteindelijk de Noordzee. Opnieuw allemaal via de drukbevaren Nieuwe Waterweg en niet via de Kier in de Haringvlietdam. Een uitzetting in de Amer, grenzend aan het Hollands Diep en het Haringvliet, gaf hetzelfde resultaat. Ook hier bereikten 15 van de 30 steuren de Noordzee via Rotterdam. 

“We weten inmiddels de voorkeursroute van de steuren naar zee. Dat is via de Rotterdamse haven”, zegt Brevé. “Bij lage rivierafvoeren worden in de zomermaanden de openingen in de Haringvlietdam grotendeels gesloten om de intrek van zout water te voorkomen. Dat is van nature juist de cruciale periode voor de trekvissen van de Rijn om de zee te bereiken.” Ook bij zalm en paling blijkt dat deze vissen via de Nieuwe Waterweg de open zee bereiken, met alle risico’s van dien. Want op de Nieuwe Waterweg lopen trekvissen een grotere kans om vermalen te worden in scheepsschroeven.

Overlevingskans
Uit het telemetrie-onderzoek naar uitgezette steuren komt nog een les: de sterfte is vrij hoog, mede door predatie door meervallen. Daarom wordt voor komende uitzettingen gekozen om oudere vissen de vrijheid te geven. Die hebben een hogere overlevingskans, legt Brevé uit. “We laten 2-jarige steuren – gekweekt in Blijdorp - wennen aan natuurlijk voedsel, stroming en rivierwater in visvijvers in Oosterhout. Dan weten ze beter hoe ze moeten terugkeren naar de rivier als volwassen dieren. We krijgen steeds scherper in beeld hoe we de Rijn opnieuw geschikt kunnen maken als leefgebied voor de Europese steur. Ook leren we welke factoren belangrijk zijn voor een succesvolle terugkeer.”

Volgens de steurexpert van de Sportvisunie gedijt de steur het beste in een overgangsgebied tussen zout zeewater en zoet rivierwater. Zulke brakwaterzones zijn er nu niet. “Daarnaast is het wenselijk dat de waterkwaliteit van de Rijn verbetert. Nu komt er nog een aanzienlijke hoeveelheid plasticvervuiling voor in het stroomgebied.”

De organisaties hebben een vergunning om tot en met 2028 in totaal 2500 steuren los te laten in het stroomgebied van de Rijn. De Europese steur is in de jaren vijftig van de vorige eeuw uitgestorven in de grote rivieren in Nederland als gevolg van watervervuiling en overbevissing. Tot de jaren negentig kwam de steur nog voor in de Noordzee. 

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners

Meer inzicht in uw installatie

Meer inzicht in uw installatie

Digitalisering speelt een steeds grotere rol binnen de procesindustrie. Moderne instrumentatie levert niet alleen meetwaarden, maar ook diagnostische informatie en gegevens over de conditie van apparatuur. Bedrijven beschikken daardoor over

Door Tim Koorn
/