Ga naar inhoud

Koken met invasieve exoten – Bon appétit, of beter van niet?

Door Tim Koorn
Koken met invasieve exoten – Bon appétit, of beter van niet?
Beeld: Gyula Derkovits (1894\u20131934), Hungarian National Gallery / Wikimedia Commons
Gepubliceerd:

‘Als Amerikaanse rivierkreeften zo’n groot probleem zijn, maar ook lekker smaken, kan je het probleem dan niet gewoon wegeten?’, vroeg de Leeuwarder Courant zich gister af. Met enige regelmaat duiken in de horeca en de visserij initiatieven op waarin de invasieve exoot, allicht met de beste bedoelingen, wordt voorgeschoteld als feelgood food waarmee men al etend een goede daad verricht. Toch is niet iedereen er voorstander van om invasieve exoten met mes en vork te bestrijden.

“Lekker laten trekken met saffraan, knoflook, ui, witte wijn en veel tomaat, en dan heb je aan het eind van de dag een lekkere bisque.” Met dit recept maakte de chefkok van restaurant Fuiks in Capelle aan de IJssel jarenlang soep van Amerikaanse rivierkreeften uit de Krimpenerwaard. Daar in de soeppan van de chef kon de graafgrage kreeft niet meer doen wat hij het liefste deed: graven en woelen in en rond watergangen, met troebel oppervlaktewater en instabiele oevers en dijken tot gevolg.

In verschillende keukens is de uitheemse kreeft als delicatesse op het menu beland. Met aardappels, maïs en worst bijvoorbeeld, bij restaurant Venster in Utrecht, waar lokale rivierkreeften in grote bergen op lange biertafels worden gekieperd tijdens Louisiana Crawfish Boil avonden. Of in de kroketjes en bitterballen van Polderkreeft, waar je ‘onze dijken weer sterk mee eet’. “In plaats van [de Amerikaanse rivierkreeft] te bestrijden met vergaderingen, rapporten en commissies, trekken wij de polder in met netten, lieslaarzen en een missie”, schrijft de krokettenleverancier op zijn website. “Hoe meer we er van eten, hoe beter het is voor de natuur in de polder.”

Kroketten eten voor het vaderland: op het eerste gehoor klinkt het als een win-winsituatie, maar is de strijd tegen exoten er ook op de lange termijn bij gebaat? En wie mag de kreeften anno 2026 eigenlijk precies vangen? En kan je als particulier ook iets bijdragen, of kun je dat beter laten?

Binnenlandse handel
Het gebruik van vangtuigen voor rivierkreeften valt onder de Visserijwet en is wettelijk voorbehouden aan beroepsvissers. Daar wordt onder verstaan vissers die ten minste 250 hectare viswater bezitten en daarmee minstens 8.500 euro per jaar aan inkomen genereren.

Doordat Amerikaanse rivierkreeften sinds 2016 op de zogeheten Unielijst van invasieve exoten staan, is het verhandelen van de kreeften binnen de Europese Unie eigenlijk verboden. In Nederland geldt echter een uitzondering: beroepsvissers mogen de kreeften vangen en binnen Nederland verkopen voor consumptie. Wel hebben vissers, omdat het om een exoot gaat, voor het vangen, vervoeren en verhandelen een vergunning nodig, om het risico op verdere verspreiding te beperken.  

Binnenlandse handel is dus toegestaan, en door sommige overheden proactief gestimuleerd. Zo lanceerde de Provincie Noord-Holland in 2019 een campagne om de Amerikaanse rivierkreeft als streekproduct onder de aandacht te brengen van de horeca. Onverstandig, vond de Partij voor de Dieren, omdat je daarmee meer marktvraag creëert en “het gevaar bestaat dat vissers juist kreeften gaan uitzetten om een centje te verdienen”, aldus (toenmalig Statenlid, huidig Kamerlid) Ines Kostić.

Volgens sommigen zouden we van de exoot juist een exportproduct moeten maken. De BoerBurgerBeweging pleitte vorig jaar bij de Europese Commissie voor het mogelijk maken van de export van zowel de Amerikaanse rivierkreeft als de Chinese wolhandkrab, een andere invasieve exoot. “Het verbod op grensoverschrijdende handel belemmert een grootschalige vangst”, zei BBB-Europarlementariër Sander Smit daarover. “Juist consumptiegerichte vangst is een effectieve en kostenefficiënte manier om schade te beperken, verspreiding tegen te gaan én biedt een kans om vissers daaraan een leuke boterham te laten verdienen.”

Recreatieve vangst
Beroepsmatig vangen en verkopen mag dus. Mogen particulieren de waterschappen óók een handje helpen door rivierkreeften te vangen? Dat vroeg bijvoorbeeld chefkok en Parool-columnist Samuel Levie zich onlangs af, toen hij de kreeften uit de sloot wilde vissen om ze op een tuinfeestje te serveren. Ze zomaar bevissen geldt echter als stropen, en “stroperij wordt gezien als een economisch delict, en mocht het zover komen, dan is het aan het ministerie om een straf op te leggen”, waarschuwde een persvoorlichter van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) hem.

Men mag er recreatief uitsluitend naar vissen met een hengel en voor eigen consumptie, en alleen in bezit van het zogeheten visrecht voor een bepaald stuk oppervlaktewater. Normaal gesproken is degene die water in eigendom heeft ook de visrechthebbende, tenzij die het visrecht verhuurd heeft aan derden zoals een beroepsvisser of hengelsportvereniging.

Wie de kreeft vervolgens wil opeten zal dat echter ter plekke moeten doen, want omdat het een exoot is, is het verboden om hem te verplaatsen. Ook uitzetten in ander water dan waar hij gevangen is, mag niet. Amerikaanse rivierkreeften leggen immers honderden eitjes per leg, dus het verplaatsen van één kreeft kan al voor een nieuwe populatie zorgen. 

In het najaar zijn de kreeften ook aan land te vinden (waarbij ze enkele kilometers wandelend kunnen afleggen), en voor rapen gelden weer andere regels. Particulieren mogen voor eigen gebruik maximaal 10 kilo schaal- en schelpdieren per persoon per dag rapen.

Kortom: recreatief vissen en vangen mag onder strikte voorwaarden – maar is ‘geen oplossing’ voor het bestrijden van de kreeften, stelt onder andere Sportvisserij Nederland. Wel vindt de vereniging dat de betrokkenheid van sportvissers ondersteunend kan zijn bij bijvoorbeeld signalering en kennisdeling.

Consumptie niet stimuleren
In de war over of hij ‘nu juist een ecologische held [was], of een kreeftencrimineel die zich schuldig maakt aan stroperij’, belde chefkok Levie met Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Het waterschap nam een duidelijk standpunt in: het wil de consumptie van Amerikaanse rivierkreeften niet stimuleren. Rivierkreeften die in opdracht van het waterschap worden gevangen, worden dan ook vernietigd. Ook vindt het waterschap (beroeps)visserij niet de oplossing, aldus woordvoerder Aukje Schep in Het Parool. “We willen niet dat er voor vissers een economisch motief ontstaat om een populatie te behouden.”

In de Leeuwarder Courant beschreef een voorman van de Friese Bond van Binnenvissers gisteren hoe hij een nieuw soort samenwerking met Wetterskip Fryslân voor zich ziet: Friese binnenvissers gaan rivierkreeften vissen, leveren die aan een groothandel, en omdat die niet genoeg kan betalen zou het waterschap dan moeten bijspringen met een vaste vergoeding per maand. En “Monique Plantinga, dagelijks bestuurder bij Wetterskip Fryslân, weet zich na een motie van WaterNatuurlijk en BBB extra aangespoord om met de vissers op te trekken”, aldus de krant. 

Het Wetterskip is momenteel inderdaad in overleg met de binnenvissers, maar die gesprekken bevinden zich nog in een prematuur stadium, liet woordvoerder Michiel Zijlstra vandaag weten. Op dit moment laat ook het Wetterskip alle rivierkreeften die in het kader van bestrijding gevangen worden nog vernietigen, en net als AGV vindt ook het Wetterskip het belangrijk dat de handel in Amerikaanse rivierkreeften op de lange termijn geen verdienmodel oplevert dat baat heeft bij het in stand houden van een populatie.

Uit China of uit de polder?
“Het idee dat vissers de populatie in stand zouden houden om in de toekomst kreeften te vangen, daar geloven we niet in”, zegt Margreet van Vilsteren, directeur en oprichter van Good Fish, een stichting die consumenten en de visketen van ‘duidelijke en onafhankelijke informatie over de duurzaamheid van vis’ wil voorzien. “Je vangt die rivierkreeft op geen enkele manier helemaal weg, en ze planten zich pijlsnel voort. In onze viswijzer staat de rivierkreeft op groen: het is een duurzame keuze en dus zouden we meer rivierkreeft moeten consumeren en hem niet moeten vernietigen.” 

Met duurzaam doelt Good Fish op het feit dat de Amerikaanse rivierkreeft die in supermarkten in de schappen ligt, veelal van ver komt: opgekweekt in China, of gevangen in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan. Daarom stimuleert de stichting de consumptie van rivierkreeft uit vaderlandse wateren, onder andere met een kaart waarop bijgehouden wordt welke vissers, leveranciers en restaurants ze verkopen. 

Waterkwaliteit
Het eten van exoten van eigen bodem zou dan weliswaar kunnen zorgen dat minder kreeften op het vliegtuig hoeven te stappen om Nederlandse eettafels te bereiken, maar gelet op de staat van onze waterkwaliteit betwijfelt het Voedingscentrum of dat nu wel zo verstandig is. ‘Een enkele keer kan geen kwaad’, maar het regelmatig eten van rivierkreeft uit vervuilde waterlichamen raadt het Voedingscentrum af. De Amerikaanse rivierkreeft woelt namelijk in de waterbodem, en “schadelijke stoffen die door vervuiling in de bodem zitten, zoals dioxines en PFAS, kunnen [daardoor] ophopen in het lichaam”, aldus het Voedingscentrum. Daarbij wijst het centrum op onderzoek van Wageningen University & Research, dat heeft laten zien dat deze stoffen zich in het vetweefsel van de kreeften concentreren. Om zelfde reden raadt het centrum overigens het eten van de Chinese wolhandkrab eveneens af.

Ook wijst het Voedingscentrum erop dat schaal- en schelpdieren die in vervuild water leven ziekteverwekkers bij zich kunnen dragen, die tot klachten als buikloop, overgeven en buikkramp kunnen leiden. Daarom is het devies om de rivierkreeften, als men ze toch wil eten, in elk geval volledig te verhitten en nooit bij havenmondingen, uitwateringen of in gesloten gebieden te rapen.

Duizendknoopjam
Culinaire creativiteit met uitheemse soorten beperkt overigens zich niet tot de rivierkreeft. Van de reuzenberenklauw tot de Nijlgans – chacun a son goût. Zo wordt op een landgoed in Brabant de Japanse duizendknoop (bestreden met schapen en bladvlooien, en) in bier, jam en chutney verwerkt. De woekerplant staat ook op het menu van onder andere het chique Amsterdamse restaurant Kaagman & Kortekaas, en op televisie maakte kookboekenschrijfster Yvette van Boven er sorbetijs van. Jonge scheuten van de plant schijnen, als men ze kookt, als rabarber te smaken.

De Amsterdamse kunstinstelling Mediamatic organiseerde de afgelopen drie jaar zelfs een Japanse Duizendknoop Festival om het imago van de woekerplant op te vijzelen. Oprichter Willem Velthoven vond de bestrijdingsmethoden van de Gemeente Amsterdam maar een ‘harde aanpak’ met ‘lelijke oplossingen, (..) erg technocratisch en weinig creatief’. Daarom werd op zijn festival gekookt, geknutseld en geschilderd met de plant. Volgens Velthoven is het ‘het heel goed voorstelbaar dat mensen Japanse duizendknoop in de tuin of op het balkon [gaan] houden om de jonge scheuten te verwerken in het avondeten’.

Wildplukken en het planten van nieuwe duizendknoopplanten in tuinen is niet echt het toekomstbeeld waar de NVWA, die zich namens LVVN met het exotenbeleid bezighoudt, op zit te hopen. Sterker nog, voor invasieve Aziatische duizendknopen geldt – overigens net zo goed als voor andere soorten die op de Unielijst staan – dat ze eigenlijk überhaupt niet vervoerd mogen worden. Iedere verplaatsing is immers een risico op verspreiding, en “stukjes wortelstok van maar enkele grammen of kleine stengelstukken met een knoop zijn daarvoor al genoeg”, aldus de NVWA. Bovendien geldt bij wildpluk het risico dat ‘snoeien doet groeien’, omdat de stengels van Aziatische duizendknopen een groeispurt inzetten wanneer er een stuk afgeknipt wordt. 


SLEUFVAL EN PARAPLUKORF

Voor het vangen van Amerikaanse rivierkreeften zijn waterschappen momenteel nog afhankelijk van de beroepsvisserij, doordat beroepsvissers wettelijk gezien de enigen zijn die ze grootschalig mogen vangen. Daardoor moeten waterschappen ofwel een ontheffing aanvragen, ofwel de vangst uitbesteden aan beroepsvissers. Daar komt, na een wetswijziging, binnenkort verandering in. Voor de vangst mogen waterschappen dan uitsluitend gebruik maken van speciaal vistuig dat daarvoor ontwikkeld is door LVVN en het Hoogheemraadschap van Delfland (daarbij geholpen door de inzendingen van een prijsvraag). Met de zogeheten sleufval en paraplukorf kan selectief op rivierkreeften worden gevist, doordat beide vistuigen openingen hebben waar rivierkreeften niet uit kunnen ontsnappen, maar vissen of andere bijvangst wél. 


LEES OOK
H2O Actueel: Landelijk Aanvalsplan Invasieve Exoten aangeboden aan Tweede Kamer

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners