Ga naar inhoud

Lucht bemonsteren aanvullende methode om biodiversiteit te monitoren

Onderzoekers van Wageningen Environmental Research vergeleken dierlijk DNA uit de lucht met waarnemingen in het veld, geluidsopnames en camerabeelden. Ze stelden vast dat lucht-DNA een waardevolle aanvulling is op bestaande methoden om biodiversiteit te volgen.

Door Tim Koorn
Lucht bemonsteren aanvullende methode om biodiversiteit te monitoren
Gepubliceerd:

Onderzoekers van Wageningen Environmental Research vergeleken dierlijk DNA uit de lucht met waarnemingen in het veld, geluidsopnames en camerabeelden. Ze stelden vast dat lucht-DNA een waardevolle aanvulling is op bestaande methoden om biodiversiteit te volgen.

Het onderzoek vond plaats in het voorjaar van 2023 in voedselbos Ketelbroek bij Groesbeek. De onderzoekers, met Femke Warmer en Marcel Polling als hoofdauteurs, publiceerden onlangs een artikel over hun bevindingen in het tijdschrift Environmental DNA (link).

“We wilden eigenlijk weten hoe innovatieve methodes als automatische geluidsherkenning en luchtbemonstering presteerden in vergelijking met meer traditionele methodes als cameravallen en het uitvoeren van tellingen”, legt onderzoeker Marcel Polling van Wageningen Environmental Research uit.

“eDNA opsporen in het water gebeurt natuurlijk al veel vaker”, vervolg Polling. “In 2022 hebben een aantal wetenschappers echter een experiment gedaan met bemonstering van lucht in een dierentuin. Dat was veelbelovend, ze vonden alle dieren die in de dierentuin werden gehouden plus alle voederdieren en wij zijn daarmee een stap verder gegaan door dat een maand lang in een voedselbos, dus echt buiten in de natuur, te doen.”

Uit het onderzoek blijkt dat luchtbemonstering grotendeels dezelfde vogelsoorten detecteerde als de andere technieken. Daarnaast bracht DNA-analyse extra soorten aan het licht die met camera’s of waarnemingen moeilijk te zien waren. Het ging bijvoorbeeld om kleine knaagdieren, waaronder invasieve dieren zoals wasbeer en muskusrat, en twintig vogelsoorten waaronder bijvoorbeeld een aantal nachtactieve ‘stille’ soorten zoals uilen.

“Het is zeker een veelbelovende methode”, concludeert Polling. “Maar een belangrijke opmerking is wel dat alle methodes een eigen waarde hebben. Het hangt dus heel erg af van de precieze onderzoeksvraag.”

Wie snel het aantal vogels in een gebied in kaart wil brengen, kan misschien beter een ecoloog laten tellen. Cameravallen werken vooral goed voor grotere zoogdieren. “Maar eDNA blijkt goed in het schetsen van een breed beeld van de biodiversiteit in een gebied. Het is bovendien kostengunstig. Uiteindelijk werkt deze techniek het beste als aanvulling op andere technieken, niet als vervanging.”

De aanwezigheid van kleine knaagdieren als muskusratten werd ook vastgesteld in het voedselbos. “Dat zijn natuurlijk semi-aquatische dieren, dus om de aanwezigheid van muskusratten vast te stellen, is eDNA in het water ook effectief. Maar als je een groter gebied wil monitoren of mogelijk als early warning system, zou het best zinvol kunnen zijn om deze methode in te zetten.”

Bij het onderzoek in Ketelbroek maakten Polling en zijn collega’s gebruik van een, zoals hij het noemt, ‘grote, lompe sampler’, inmiddels hebben de onderzoekers een kleinere variant ontwikkeld. “We zetten echt stappen met deze techniek. Zo blijven we bezig met de vraag hoever dierlijk DNA precies kan reizen. Er is echt nog veel te onderzoeken.”

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners