De minister van Landbouw, Visserij, Voedsel zekerheid en Natuur (LVVN) gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechter dat Nederlandse sleepnetvissers niet meer zonder vergunning mogen vissen op de Doggersbank. Via een voorlopige voorziening wil de minister regelen dat vissers in afwachting van de uitspraak niet gecontroleerd zullen worden op hun vergunning.
De rechtszaak was aangespannen door natuurorganisaties, die stellen dat visserij met zogenoemd mobiel bodemberoerend vistuig schadelijk is voor de beschermde natuur in het Nederlandse deel van de Doggersbank. Dit is een beschermd Natura 2000-gebied in de Noordzee, ongeveer 275 kilometer ten noorden van Den Helder. Volgens de natuurorganisaties, en de Haagse rechtbank ging daar in mee, mag deze vorm van visserij alleen plaatsvinden met een vergunning.
Een woordvoerder van het ministerie van LVVN laat H2O in een schriftelijke reactie weten dat er hoger beroep wordt ingesteld ‘omdat het niet duidelijk is of een natuurvergunningplicht voor Natura 2000-activiteiten onder de Habitatrichtlijn ook geldt voor visserijactiviteiten binnen de exclusieve economische zone, zoals geregeld in het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB).’
Het GVB is een bevoegdheid van de Europese Unie. ‘Daarom is er altijd aangenomen dat eventuele natuurmaatregelen tegen visserijactiviteiten via het GVB moeten worden geregeld, en niet via nationale wetgeving.’
LVVN vraagt de Raad van State om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen en de vrijstelling van de natuurvergunningplicht tijdelijk te laten gelden tijdens het hoger beroep. ‘Zo wordt voorkomen dat er gehandhaafd moet worden tegen de visserij zolang niet duidelijk is of vissen zonder natuurvergunning een overtreding vormt.’
Het ministerie wijst erop dat er in het Doggersbank-gebied al natuurmaatregelen gelden: ‘een derde van het gebied is gesloten voor bodemberoerende visserij. Daarnaast wordt een aanvullend gebied van circa 300 km² afgesloten, uiterlijk in 2030.’
Volgens verschillende Europese afspraken, waaronder de Natuurherstelverordening’ (NHV), is Nederland verplicht om beschadigde ecosystemen actief te herstellen. ‘Maar’, schrijft de woordvoerder, ‘voor het herstel onder de NHV geldt dat eventuele beperkingen voor de visserij efficiënter via Europese regelgeving kunnen worden ingevoerd dan via nationale regels, omdat die beperkingen ook voor buitenlandse vissers gelden. Voor een goed natuurherstel is het sowieso belangrijk dat duidelijk is wie welke bevoegdheden en verantwoordelijkheden heeft voor visserij. Onduidelijkheid belemmert een effectieve aanpak, en het hoger beroep moet helpen die duidelijkheid te verschaffen.’
Een van de natuurorganisaties die de rechtszaak aan had gespannen, is de Stichting Doggerland. Milo Laureij van deze stichting zegt zeer teleurgesteld te zijn dat het ministerie heeft gekozen voor een hoger beroep. “De rechter is wat ons betreft duidelijk genoeg geweest. Dus we zien het hoger beroep met vertrouwen tegemoet. De overheid heeft al tien jaar lang sleepnetvisserij zonder vergunning toegestaan, wat dus in strijd is met de wet. Een voorlopige voorziening zou betekenen dat het zo nog twee jaar kan duren voordat het gebied in ieder geval tegen de meest schadelijke activiteit echt beschermd is.”
“Dat is verloren tijd, vervolgt Laureij, “want we zien de natuur in het gebied steeds verder achteruitgaan. En dat terwijl de staat al 17 jaar jaren een verplichting heeft om verslechtering te voorkomen en al tien jaar moet werken aan herstel van het gebied. Nog langer onrechtmatig toestaan van schadelijke activiteiten is echt een groot probleem, want beschermde zeegebieden gaan al jaren achteruit. Ze zouden juist een vliegwiel moeten zijn voor herstel van de bredere Noordzee.”