De vraag die maandag in de rechtbank Oost-Brabant centraal stond, leek op papier betrekkelijk eenvoudig: mag de Stichting Droogteschade Waterwinning (SDW) ruim duizend agrariërs vertegenwoordigen in een collectieve schadeclaim tegen de Nederlandse drinkwaterbedrijven? Achter die procesvraag gaat een veel grotere discussie schuil over droogteschade, publieke middelen, waterwinning en de manier waarop boeren gecompenseerd moeten worden.
De rechtszaal in Den Bosch stond afgelopen maandag niet in het teken van de vraag óf boeren schade ondervinden door grondwaterwinning voor de productie van drinkwater. Ook werd nog niet gesproken over de honderden miljoenen euro\'s die mogelijk met de zaak gemoeid zijn. De rechtbank boog zich uitsluitend over een procedurele vraag: is de Stichting Droogteschade Waterwinning voldoende representatief om namens een grote groep agrariërs een collectieve rechtszaak te voeren?
Pas wanneer de rechtbank oordeelt dat de stichting voldoet aan de eisen van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA), kan de inhoudelijke behandeling van de zaak beginnen.
De discussie over droogteschade door drinkwaterwinning speelt al tientallen jaren, maar kreeg de afgelopen jaren een nieuwe dimensie door de oprichting van SDW. De stichting stelt dat boeren structureel te weinig worden gecompenseerd voor opbrengstverlies dat ontstaat doordat drinkwaterbedrijven grondwater onttrekken.
Volgens de stichting bedraagt de jaarlijkse schade 15 tot 28 miljoen euro. Via de huidige schadeprocedure wordt daarvan jaarlijks slechts 3 tot 5 miljoen euro vergoed. Daarom spant SDW namens inmiddels ruim twaalfhonderd agrariërs een collectieve procedure aan tegen acht drinkwaterbedrijven: Brabant Water, Vitens, Evides, PWN, Oasen, Waterbedrijf Groningen, WMD Drinkwater en Waterleiding Maatschappij Limburg.
De stichting wil niet alleen dat er voortaan een andere systematiek voor schadevergoeding komt, maar vraagt ook compensatie met terugwerkende kracht over de afgelopen twintig jaar.
Huidige wetgeving
Dat boeren recht kunnen hebben op een schadevergoeding als gevolg van grondwaterwinning is op zichzelf niet nieuw. Al sinds 1954 is wettelijk vastgelegd dat schade door grondwateronttrekking moet worden vergoed. Tegenwoordig is die regeling opgenomen in de Omgevingswet.
Wanneer een agrariër vermoedt schade te lijden door een drinkwaterwinning, kan hij een verzoek indienen bij de Adviescommissie Schade Grondwateronttrekking (ACSG). Deze onafhankelijke commissie onderzoekt vervolgens per perceel of sprake is van schade als gevolg van de grondwateronttrekking en adviseert over de hoogte van een eventuele vergoeding. De drinkwaterbedrijven keren deze schade vervolgens uit. Dat systeem functioneert volgens de drinkwaterbedrijven al jarenlang naar behoren.
SDW stelt echter dat de bestaande procedure te langzaam, te ingewikkeld en te kostbaar is voor individuele boeren. De stichting wil daarom overstappen op een landelijke collectieve benadering waarbij met behulp van hydrologische modellen de schade voor alle betrokken agrariërs kan worden berekend. Drinkwaterbedrijven vrezen dat de schadevergoeding straks terechtkomt bij boeren die geen schade hebben en dat boeren die wel schade hebben niet de volledige schade krijgen uitgekeerd. Bovendien vinden ze het oneerlijk dat een kwart van de uitgekeerde schade naar de procesfinancier en niet naar de boeren gaat.
Juridische hobbels
De zitting van afgelopen maandag was niet de eerste procedurele hobbel. Vorig jaar boog de rechtbank zich al over twee andere vragen. Allereerst stelden de drinkwaterbedrijven dat de rechtbank Oost-Brabant alleen bevoegd zou zijn om over Brabant Water te oordelen en niet over de andere drinkwaterbedrijven die elders in Nederland actief zijn.
Daarnaast voerden de bedrijven aan dat de WAMCA helemaal niet bedoeld zou zijn voor een zaak als deze. Volgens hen richt de wet zich op collectieve claims tegen commerciële ondernemingen wegens onrechtmatig handelen of contractuele tekortkomingen en niet op publieke drinkwaterbedrijven die een wettelijke taak uitvoeren.
De rechtbank ging in december echter niet mee in beide verweren. In een tussenvonnis stelde de rechtbank dat zij wél bevoegd is om de collectieve vordering tegen alle betrokken drinkwaterbedrijven te behandelen. Ook oordeelde de rechtbank dat een collectieve schadevordering op grond van de WAMCA in beginsel mogelijk is.
Daarbij overwoog de rechtbank onder meer: "De drinkwaterbedrijven zijn op grond van de wet aansprakelijk voor de schade die zij veroorzaken door de onttrekkingen." Met die uitspraak verdween een belangrijk obstakel, maar daarmee was de weg naar een inhoudelijke behandeling nog niet vrij.
Representatief genoeg?
Maandag draaide alles om representativiteit. De WAMCA stelt namelijk eisen aan organisaties die namens een grote groep gedupeerden procederen. Zij moeten beschikken over goed bestuur, transparante financiering en voldoende steun onder de groep die zij zegt te vertegenwoordigen. Daarover liepen de standpunten opnieuw uiteen.
Volgens SDW vertegenwoordigt de stichting inmiddels 1159 agrariërs. Voorzitter Jakob Bartelds vertelde na afloop van de zitting dat de achterban opnieuw is gecontroleerd. "Onze deskundigen hebben vastgesteld dat we ruim voldoende deelnemers hebben. Dat hebben we nogmaals laten controleren." Tijdens die controle zijn volgens Bartelds dubbele registraties verwijderd. "Er zaten wel wat dubbelingen in met twee keer het bedrijf en de personen zelf. Maar dat is er allemaal uitgehaald."
Volgens SDW vertegenwoordigt die groep een aanzienlijk deel van alle agrariërs die volgens de stichting schade ondervinden van grondwaterwinning. Op basis van de omvang van de waterwingebieden schat SDW dat ongeveer 10.000 agrarische bedrijven in aanmerking zouden kunnen komen voor een schadevergoeding. Met de aangesloten boeren vertegenwoordigt de stichting volgens Bartelds ongeveer 12 procent van die groep. Dat is volgens hem een hoog percentage. "En dat is in dit soort procedures veel."
De drinkwaterbedrijven zetten tijdens de zitting juist vraagtekens bij die representativiteit. Vitens benadrukt dat de stichting weliswaar ongeveer twaalfhonderd agrariërs vertegenwoordigt, maar daarmee zeker niet alle boeren in de betrokken gebieden.
Op de vraag wat dat zegt over de representativiteit antwoordt de woordvoerder van het bedrijf: "Ja, dat zegt over de representativiteit van SDW dat zij niet alle agrariërs in de aangewezen droogteschadegebieden van Vitens vertegenwoordigen."
Vitens wijst er bovendien op dat in haar verzorgingsgebied jaarlijks al aan ongeveer 3.500 grondgebruikers een vergoeding voor droogteschade wordt uitgekeerd. Volgens het bedrijf laat dat zien dat er al een bestaande regeling functioneert voor boeren die daadwerkelijk schade ondervinden van grondwateronttrekkingen.
Twee fundamenteel verschillende visies
Achter de zitting schuilt een belangrijk punt: de maatschappelijke kosten. SDW erkent dat de totale claim hoog kan uitvallen. De stichting becijfert de jaarlijkse extra schade op maximaal 28 miljoen euro. Inclusief een eventuele vergoeding over de afgelopen twintig jaar gaat het om honderden miljoenen euro\'s.
Volgens Bartelds moet dat bedrag echter in perspectief worden geplaatst. "Als je 20 of 28 miljoen uitrekent, dan lijkt dat heel veel. Maar dat hebben wij dus berekend over de kubieke meters water die worden gewonnen." Volgens de berekeningen van SDW zou de impact op de gemiddelde drinkwaterrekening beperkt blijven. "Dan is dat voor een klant van Brabant Water 5 euro per jaar."
Volgens Bartelds staat dat bedrag bovendien in verhouding tot de tariefstijgingen die drinkwaterbedrijven de afgelopen jaren toch al hebben doorgevoerd. De drinkwaterbedrijven plaatsen daar een heel ander perspectief tegenover.
De woordvoerder van Brabant Water stelt dat de rechtszaak uiteindelijk ten koste gaat van alle drinkwatergebruikers. "Deze rechtszaak kent alleen maar verliezers. Dit is niet goed voor de agrariërs, niet voor de drinkwaterbedrijven en zeker niet voor alle Nederlanders samen, die uiteindelijk deze claim moeten betalen via het drinkwatertarief."
Ook de woordvoerder van Vitens benadrukt dat drinkwaterbedrijven een publieke taak uitvoeren. "De drinkwaterbedrijven benadrukken dat wij een publieke taak hebben om de samenleving van voldoende en schoon drinkwater te voorzien. Dit doen we zorgvuldig en binnen de wettelijke kaders; ook mogelijke droogteschade vergoeden wij al volgens bestaande wetgeving."
Daarmee plaatsen de bedrijven de claim nadrukkelijk in het bredere publieke belang. Zij vrezen dat hogere schadevergoedingen uiteindelijk leiden tot hogere drinkwatertarieven voor burgers en bedrijven.
“Dat is een wetmatigheid. Drinkwaterbedrijven zijn anders dan gewone bedrijven. De drinkwaterprijs is sterk wettelijk gereguleerd. De bedrijven mogen geen drinkwater onder kostprijs leveren, maar mogen ook geen winst maken, anders dan wat nodig is om de drinkwatervoorziening op peil te houden. De kosten van een massaclaim komen één op één op de schouders van consumenten en bedrijven terecht”, aldus een woordvoerder van Brabant Water.
Vertrouwen
Na afloop van de zitting blijft het vertrouwen aan beide kanten groot. "Wij hebben er alle vertrouwen in dat we dit ook nog wel redden." Vitens laat weten: "Over de lopende procedure doen wij op dit moment verder geen inhoudelijke uitspraken. We zien het oordeel van de rechter met vertrouwen tegemoet."
De uitspraak over de representativiteit wordt op 11 november verwacht. Pas daarna kan duidelijk worden of de rechtszaak een nieuwe fase ingaat: die waarin niet langer de procedure centraal staat, maar de inhoud van een van de grootste collectieve schadeclaims die ooit tegen de Nederlandse drinkwatersector is aangespannen.
Over SDW
De Stichting Droogteschade Waterwinning (SDW) brengt de deelnemende boeren geen kosten in rekening. Alleen als de claim tot een uitbetaling leidt, moeten de deelnemers een percentage ‘van maximaal 25 procent’ van de vergoeding die ze krijgen, afdragen.
Deze no cure no pay-constructie is mogelijk door een overeenkomst die is gesloten tussen SDW, een stichting zonder winstoogmerk, en Redbreast, een investeringsmaatschappij die gespecialiseerd is in procesfinanciering en beheer van complexe juridische procedures.
Redbreast Associaties financiert, via dochteronderneming Droogteschade Nederland CV (DNL), de massaclaim van SDW op basis van een inschatting of de zaak gewonnen kan worden. Alleen als ze die kansrijk acht, financiert Redbreast dit soort procedures. Als vergoeding vraagt ze een deel van de opbrengst plus een premie voor het risico dat zij overneemt. Met dit concept behaalt de procesfinancier een substantieel rendement als de massaclaim wordt toegewezen door de rechter.
LEES OOK
H2O Actueel: Rechtbank: stichting ontvankelijk in massaclaim droogteschade waterwinning
H2O Premium: Droogteschade door waterwinning: rechter buigt zich nu over miljoenenclaim door boeren