Ga naar inhoud

Minister Heinen wil door met groene staatsobligaties, met ‘blauwe uitgaven’ aan waterbeheer

Door Tim Koorn
Minister Heinen wil door met groene staatsobligaties, met ‘blauwe uitgaven’ aan waterbeheer
Foto Joop van Houdt / Beeldarchief Rijkswaterstaat
Gepubliceerd:

De uitgifte van ‘groene’ staatsobligaties met een grote ‘blauwe’ component heeft aantoonbaar bijgedragen aan de groei van de Europese groene kapitaalmarkt. Dat blijkt uit een evaluatie van het Groene Obligatieprogramma, die minister van Financiën Eelco Heinen vrijdag aan de Tweede Kamer heeft aangeboden. De minister wil het programma daarom voortzetten.

Groene obligaties zijn leningen waarbij de Staat zich committeert aan het toewijzen van ‘opgehaalde middelen’ aan duurzame energie, energie-efficiëntie, schoon vervoer, klimaatadaptatie en duurzaam waterbeheer. In 2019 gaf de Nederlandse Staat voor het eerst een groene staatsobligatie uit: de Dutch State Loan 2040. Via het Deltafonds is een groot deel van de DSL 2040 toegekend aan projecten gericht op overstromingsbeheer, zoetwatervoorziening en klimaatbestendige ruimtelijke inrichting. In 2023 volgde de uitgifte van de DSL 2044, waarbij wederom speciale nadruk is gelegd op watersectorgerelateerde investeringen (o.a. nature-based solutions) via het Deltafonds, ook wel ‘blauwe uitgaven’ genoemd.

Eind 2025 stond er voor 27 miljard euro aan groene staatsobligaties uit – ongeveer 6 procent van de staatsschuld – en is de balans opgemaakt van zes jaar groen obligatiebeleid. Het ministerie van Financiën concludeert dat het beleid ‘effectief en efficiënt’ is geweest, en dat de belangrijkste doelen zijn bereikt: externe partijen zien de obligaties als kwalitatief hoogwaardig, en als voorbeeld voor andere schulduitgevers. Ook is de Europese groene kapitaalmarkt gedurende deze periode sterk ontwikkeld, waar de Nederlandse staatsuitgifte aantoonbaar aan heeft bijgedragen.

Triple A status
Dankzij een gematigde staatsschuld, sterke betaalbaarheid van deze schuld, en concurrerende en welvarende economie geniet Nederland de hoogst mogelijke kredietwaardigheidsclassificatie, de zogeheten AAA-rating. Daarmee behoort Nederland tot een klein clubje landen dat tegen de meest gunstige rentes leningen kan afsluiten, doordat de triple A status beleggers het vertrouwen geeft dat ze uitgeleend geld zullen terugkrijgen.  

De kredietwaardigheid van een land wordt, op basis van onder andere de staatsschuld en de staat van de economie, periodiek beoordeeld door ‘De Grote Drie’ kredietbeoordelaars: de in Amerika en Engeland gevestigde bureaus Moody’s Ratings, Standard & Poor’s, en Fitch. Met de uitgifte van de DSL 2040 was Nederland in 2019 het eerste land met triple A status dat een groene staatsobligatie uitgaf. Ook was de DSL 2044 de eerste AAA-staatslening waarvan de ‘blauwe’ componenten volledig in lijn waren met de Europese Taxonomieverordening, die bepaalt wanneer iets een ‘groene’ investering is. Duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen is één van de doelstellingen van deze verordening.

Moody’s
Omdat het voor de Staat van groot belang is de AAA-status te behouden, is het niet onbelangrijk wat kredietbeoordelaars van ons groene obligatieprogramma vinden. Kredietbeoordelaar Moody’s is om een second opinion gevraagd, en heeft daartoe geëvalueerd hoe het uitgeleende geld besteed is en wat de impact daarvan is, zoals 224 kilometer dijkversterking. Ook is beoordeeld hoe bijvoorbeeld het Deltaprogramma, Hoogwaterbeschermingsprogramma, alle betrokken waterbeheerders en de hier geldende waterwetgeving ervoor zorgen dat uitgeleend geld geïnvesteerd wordt in activiteiten die het milieu niet schaden. Onderaan de streep kreeg Nederland de hoogst mogelijke score, omdat het obligatieprogramma volgens Moody’s een hoge bijdrage aan duurzaamheid levert dankzij een duidelijke allocatie van opbrengsten aan onder andere klimaatadaptatie en duurzaam waterbeheer.

Risicodragend kapitaal
Het programma had ook de ambitie om meer risicodragend groen kapitaal vrij te maken. Dat doel is mogelijk bereikt, maar daarvoor is nog geen onomstotelijk bewijs gevonden. Sommige groene staatsobligaties zijn weliswaar onderdeel van investeringsfondsen met een hoger risicoprofiel, zoals het Triodos Impact Mixed Fund dat in risicovolle aandelen zoals ‘een bedrijf gespecialiseerd in wateroplossingen’ investeert. Er zijn op dit moment echter nog te weinig aanwijzingen om vast te stellen dat de uitgifte van groene staatsobligaties geleid heeft tot een verschuiving van kapitaal naar hoger risico.

Het goede voorbeeld
Minister Heinen is tevreden met de uitkomsten van de evaluatie. “Met het programma zijn de twee vooraf gestelde doelen bereikt: het geven van het goede voorbeeld en de ontwikkeling van de groene kapitaalmarkt”, schrijft hij in zijn brief aan de Kamer. Ook heeft het programma voldaan aan de vooraf gestelde voorwaarde dat de prestaties van groene obligaties niet mochten achterblijven bij die van reguliere staatsobligaties.

Op basis van de positieve uitkomsten ziet de minister voldoende reden om door te gaan met het groene obligatieprogramma. “Continuering draagt bij aan consistentie, waar de Nederlandse Staat veel waarde aan hecht in haar financieringsbeleid. Ook zorgt het ervoor dat de huidige uitstaande groene obligaties nog steeds heruitgegeven kunnen worden.”

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners