Het voornemen van het kabinet om de belastingvrijstelling voor het verbranden van zuiveringsslib af te schaffen, stuit op kritiek van de waterschappen. Volgens de Unie van Waterschappen zet deze maatregel de kwaliteit van het Nederlandse oppervlaktewater verder onder druk.
Als het aan het demissionaire kabinet ligt, gaat de vrijstelling voor het verbranden van zuiveringsslib op de schop. De maatregel maakt waarschijnlijk deel uit van het Belastingplan 2026 en moet jaarlijks zo’n 11 miljoen euro opleveren voor de schatkist. Maar volgens de Unie van Waterschappen snijdt de maatregel in eigen vlees. “Dit werkt averechts voor de waterkwaliteit”, stelt de Unie van Waterschappen.
Zuiveringsslib is het restproduct dat achterblijft wanneer rioolwater wordt gezuiverd. In dit proces worden schadelijke stoffen zoals stikstof, fosfaat, microvervuilingen en organisch materiaal uit het water gehaald, zodat het schone water weer kan worden geloosd op het oppervlaktewater of in sommige gevallen hergebruikt. De stoffen die uit het water worden gehaald, komen terecht in slib. Omdat dit slib vervuild is, moet het worden verwerkt - doorgaans door verbranding.
Juist omdat water steeds beter wordt gezuiverd - mede dankzij strengere Europese normen zoals de Kaderrichtlijn Water én de bevolkingsgroei - ontstaat er meer slib. Hoe schoner het gezuiverde water, hoe meer verontreiniging in het slib terechtkomt. Door verbranding wordt het slib veilig afgevoerd. Maar als daar straks belasting over moet worden betaald, ontstaat volgens de waterschappen een perverse prikkel.
“Dan wordt het financieel aantrekkelijker om afvalwater minder grondig te zuiveren”, meldt de Unie van Waterschappen. De belastingmaatregel kan er vervolgens toe leiden dat de toch al moeilijk bereikbare waterkwaliteitsdoelen niet worden gehaald.
Met name de Europese Kaderrichtlijn Water stelt eisen aan de chemische en ecologische waterkwaliteit. Nederland heeft de verplichting om vóór 2027 aan deze eisen te voldoen, maar dat is al een stevige opgave. Extra financiële obstakels voor goede zuivering helpen daar niet bij, aldus de Unie van Waterschappen.
De waterschappen komen met een tegenvoorstel: een belasting op niet-duurzaam fosfaat uit buitenlandse mijnen. Fosfaat is een essentiële grondstof voor kunstmest en daarmee voor de landbouw, maar de wereldvoorraad is eindig en de productie is vaak milieuvervuilend. Waterschappen winnen inmiddels ook fosfaat terug uit afvalwater, een circulaire oplossing.
“Door import van lineair, niet-circulair fosfaat te belasten, stimuleer je hergebruik van eigen bodem”, stelt de Unie van Waterschappen. “Dat levert het Rijk inkomsten op, zonder dat het ten koste gaat van de waterkwaliteit.” Bovendien wordt daarmee de marktpositie van circulair fosfaat versterkt - een product dat juist via innovatieve zuiveringstechnieken uit afvalwater wordt teruggewonnen.
Of het voorstel daadwerkelijk in het definitieve Belastingplan 2026 belandt, zal later dit jaar blijken. Tot die tijd blijft de Unie van Waterschappen aandringen op heroverweging.