Het grootste datacenter van Amsterdam, dat momenteel wordt gerealiseerd in het Westelijk Havengebied (Westpoort), zal naar verwachting jaarlijks circa 420 miljoen liter industriewater verbruiken. Dat komt neer op ruim drie olympische zwembaden per week. Dat meldt Het Parool.
Dat blijkt uit antwoorden van het provinciebestuur van Noord-Holland op vragen van BBB en Partij voor de Dieren in Provinciale Staten. Het datacenter wordt gebouwd door het Britse bedrijf Pure DC en zal worden gehuurd door Microsoft.
Volgens de vergunningaanvraag gebruikt het datacenter ongeveer 420.000 kubieke meter water per jaar voor de koeling van servers en noodstroomaggregaten. Daarnaast vraagt het complex een aanzienlijk vermogen van het elektriciteitsnet: circa 807 miljoen kilowattuur per jaar. Ter vergelijking: alle huishoudens in Amsterdam samen verbruikten in 2024 ongeveer 869,4 miljoen kilowattuur.
De bouw van het datacenter leidde eerder al tot discussie, onder meer vanwege de druk op het elektriciteitsnet en het feit dat de capaciteit niet ten goede komt aan lokale bedrijven. De bouw kan doorgaan omdat vergunningen en netaansluitingen al jaren geleden zijn geregeld, ondanks een gemeentelijke bouwstop voor datacenters en landelijke beperkingen voor zogenoemde hyperscale-datacenters.
Rivierwater uit de Rijn
Het datacenter maakt gebruik van industriewater: voorgezuiverd rivierwater uit de Rijn dat niet geschikt is als drinkwater, maar wel voor industriële toepassingen. “Het datacenter gaat draaien op industriewater, voorgezuiverd rivierwater uit de Rijn dat door bedrijven wordt gebruikt”, aldus de provincie.
Voor waterbedrijf Waternet maakt dit een belangrijk verschil. De drinkwatervoorziening in de regio staat onder druk door groeiende vraag en klimaatverandering. De verwachting is dat de huidige productiecapaciteit rond 2035 onvoldoende zal zijn.
Industriewater is minder schaars en het gebruik door het datacenter leidt volgens Waternet niet tot directe problemen. In het Westelijk Havengebied levert het bedrijf momenteel circa 1,5 miljoen kubieke meter industriewater per jaar aan bedrijven. Datacenters behoren daarbij tot de grotere afnemers, maar zijn niet de grootste.
Het waterverbruik is sterk afhankelijk van de buitentemperatuur. Een groot deel van het jaar worden servers gekoeld met buitenlucht. Pas bij temperaturen boven de 15 tot 20 graden wordt natte koeling ingezet, gedurende ongeveer 1000 tot 1500 uur per jaar.
In warme periodes kan het verbruik daardoor fors oplopen. Het provinciebestuur wijst erop dat juist in de zomer het grootste deel van het jaarlijkse watergebruik plaatsvindt. Tegelijkertijd kunnen dan ook lage rivierstanden optreden, mede door klimaatverandering.
Waternet verwacht echter geen problemen met de beschikbaarheid van Rijnwater. “We hebben nog nooit een probleem gehad met de inname van Rijnwater, ook niet tijdens de droge zomers van de afgelopen jaren.” Wel onderzoekt het bedrijf alternatieve bronnen, zoals het gebruik van gezuiverd rioolwater voor industriewater.
Verdringingsreeks
Hoewel het industriewater niet direct concurreert met drinkwater, is er volgens Waternet wel een indirect verband. Investeringen in industriewater kunnen bijdragen aan de drinkwatervoorziening, bijvoorbeeld door infrastructuur efficiënter te benutten. “We zijn zuinig op elke druppel.”
Bij waterschaarste geldt bovendien de landelijke verdringingsreeks, waarin drinkwater altijd prioriteit heeft boven industriewater. Volgens de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied is het waterverbruik van het datacenter niet uitzonderlijk in vergelijking met andere datacenters. Wel is vergelijking lastig vanwege verschillen in ontwerp en koeltechniek.
De initiatiefnemers presenteren het project als het duurzaamste datacenter van Amsterdam. Een belangrijk onderdeel daarvan is het hergebruik van restwarmte via het warmtenet, dat woningen in Amsterdam-Noord en Nieuw-West kan verwarmen. Tot 85 procent van de gebruikte energie zou op die manier worden hergebruikt, mits aanvullende infrastructuur wordt gerealiseerd.