Om de haven van Antwerpen bereikbaar te houden, is de vaargeul in de Westerschelde de afgelopen decennia meerdere keren verdiept en verbreed. Jaarlijks wordt er gebaggerd om die vaargeul te onderhouden. Het opgegraven baggerslib wordt elders in de Westerschelde gestort. De manier waarop dat gebeurt, verstoort volgens een nieuw onderzoek de natuur.
Onderzoekers van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en de universiteiten van Utrecht en Antwerpen bestudeerden bodemhoogtedata (vanaf 1955 tot nu) en ecotoopkaarten (van 1996 tot nu). “Je ziet een structurele verschuiving van intergetijdengebieden naar hogere ecotopen,” legt Tim Grandjean van het NIOZ uit. De onderzoekers publiceerden hun bevindingen in het rapport ‘De Westerscheldenatuur: Een mooie toekomst vraagt keuzes nu!’

Tim GrandjeanHet algemene beeld was lang dat die verschuiving het gevolg was van natuurlijke processen in de Westerschelde, maar daar zet Grandjean vraagtekens bij. “Je ziet een duidelijke correlatie tussen de ophogingen en de plek waar het baggerslib is gestort. Kijken we naar de gehele Westerschelde dan zie je die ophoging lang niet in hetzelfde tempo gaan.”
En dat leidt volgens Grandjean tot een probleem, omdat de Westerschelde zo onder druk komt te staan. “Als het gaat om natuurwaarde wil je in een gebied als de Westerschelde een goede balans tussen de hoger gelegen schorren en de lager gelegen slikken. Die balans is nu verstoord. Dat bedreigt Natura 2000 gebieden en de belangrijke rol die de Westerschelde nu speelt als foerageergebied voor miljoenen trekvogels.”
De disbalans bedreigt volgens de onderzoekers ook het vermogen van de Westerschelde om te reageren op de zeespiegelstijging. “Je wilt dat de Westerschelde en de hele provincie Zeeland mee kunnen bewegen als zeespiegel stijgt. We zien namelijk niet alleen dat de Westerschelde ophoogt, maar hij vlakt ook af. Dat maakt de Westerschelde, en daarmee dus de provincie, kwetsbaarder.”
De komende jaren moeten er nieuwe keuzes gemaakt worden over de vergunningen voor het baggeren in de Westerschelde. “Ik betwist niet dat er gebaggerd moet worden om de vaargeul te behouden. Waar het om gaat is dat we een betere manier zoeken om het slib te verwerken. Wij pleiten ervoor het baggerslib te behouden voor de Westerschelde, maar dat wel op een andere manier te doen dan nu het geval is.”
Grandjean wijst ter inspiratie op de Eems Dollard. “Daar is een veel vrijere omgang met het slib. Je hebt daarbij verschillende opties. Je kunt het slib beter spreiden in het estuarium. Je kunt het ook zowel binnen- als buitendijks als bouwstenen gebruiken. Belangrijk is dat er keuzes gemaakt worden en dat we bij die keuzes niet alleen maar kijken naar de belangen van nu, maar ook naar de belangen van de toekomstige generaties Zeeuwen.”