Ga naar inhoud

Nieuw STOWA-raamwerk voor verantwoord infiltreren en aanvullen grondwater

Door Tim Koorn
Nieuw STOWA-raamwerk voor verantwoord infiltreren en aanvullen grondwater
De Groote Peel | Foto Waterschap Aa en Maas
Gepubliceerd:

Om overheden en initiatiefnemers te helpen onderzoeken of het infiltreren en aanvullen van grondwater uit waterkwaliteitsoogpunt toelaatbaar is, heeft de STOWA het raamwerk ‘Verantwoord infiltreren en aanvullen van grondwater’ gepubliceerd. Doel van het rapport: onduidelijkheid en onzekerheid wegnemen die initiatiefnemers en overheden ervaren bij het implementeren van alle relevante wet- en regelgeving. Het raamwerk is toepasbaar op iedere denkbare maatregel voor infiltreren of aanvullen, op ieder bodem- en grondwatersysteem in Nederland, en op ieder type herkomstwater voor infiltratie.

Het rapport komt voort uit het STOWA-kennisprogramma DROOGTE! en is bedoeld als hulpmiddel bij het voorbereiden en beoordelen van grondwaterinfiltratie en grondwateraanvulling als maatregelen om bijvoorbeeld zoetwatervoorraden veilig te stellen of verdroging van natuur tegen te gaan.

Aanleiding voor het rapport is de onduidelijkheid en onzekerheid die vergunningverleners, beleidsmedewerkers en initiatiefnemers ervaren bij het treffen en reguleren van zulke maatregelen. Zo vereist de Kaderrichtlijn Water dat zowel de kwalitatieve als kwantitatieve toestand van grondwaterlichamen goed moet zijn. Dat deze doelen gelijkwaardige prioriteit hebben gekregen, betekent dat het bevoegd gezag soms een afweging moet maken tussen het verbeteren van de waterkwantiteit en het beperken van de risico’s voor de waterkwaliteit. 

Waterkwaliteitseisen
Het raamwerk geeft daarom advies over de waterkwaliteit die infiltratiewater moet hebben, afhankelijk van de kwetsbaarheid van het ontvangend grondwaterlichaam; strikte eisen voor geohydrologisch kwetsbare systemen (zoals een dekzandrug), minder strenge eisen voor systemen met een lagere kwetsbaarheid (zoals een kreekrug). Belangrijke pijlers bij het opleggen van waterkwaliteitseisen moeten de onomkeerbaarheid en beheersbaarheid van de genomen maatregel zijn. Behalve waterkwaliteitseisen worden ook operationele richtlijnen voor monitoring en risicobeheersing gegeven.

Met maar liefst 16 beslisbomen loodst het raamwerk initiatiefnemers en overheden door de juridisch te doorlopen puzzel, die voor het infiltreren en aanvullen van grondwater vervat is in de Omgevingswet en, afhankelijk van het type maatregel, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) of het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Ook moet rekening worden gehouden met decentraal beleid, zoals provinciale omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en gemeentelijke omgevingsplannen.

Hoe het raamwerk kan worden toegepast wordt geïllustreerd aan de hand van praktijkvoorbeelden, zoals de opslag van hemelwater en rwzi-effluent in wadi’s (Breda) en het ‘s winters aanvullen van grondwater met inlaatwater op hoge droogtegevoelige koppen (Waterschap De Dommel).

Kritische aanbevelingen
Het rapport gidst niet alleen door de wet- en regelgeving, maar is ook kritisch op de leemten en onduidelijkheden die het bevat. Zo bestaan er geen handreikingen voor de invulling van de specifieke zorgplicht, terwijl in de praktijk geworsteld wordt met de vraag hoe deze zorgplicht op een goede manier kan worden ingevuld. “Deze onduidelijkheid werkt verlammend”, aldus de STOWA. Gevolg is dat verschillende overheden verschillend met deze zorgplicht omgaan. Om deze leemte op te vullen geeft het rapport adviezen voor een eenduidige invulling hiervan.

Een flinke lijst aanbevelingen doet de STOWA aan het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten. Zo noemt de STOWA het opmerkelijk dat in het Bkl de streef- en interventiewaarden uit de Circulaire bodembescherming (2013) zijn overgenomen, terwijl deze waarden zijn afgeleid voor de periode 1989 - 1998 en daarmee sterk verouderd zijn. Ook wordt een kritische noot geplaatst bij het gebrek aan afspraken over niet-genormeerde antropogene verontreinigingen, zoals PAK\'s en PFAS. Om dit hiaat op te vullen geeft het rapport praktische adviezen voor de korte termijn. Voor de langere termijn zal echter gewerkt moeten worden aan met name meer kennis over het verwijderen van deze stoffen uit infiltratiewater.

Ook zou de STOWA graag zien dat de wetgever geen terminologie gebruikt die verwarring veroorzaakt. Juridische terminologie op het gebied van infiltratie en grondwateraanvulling wijkt op sommige punten af van de terminologie die in de praktijk gehanteerd wordt door hydrologen. Maatregelen die hydrologisch gezien weinig verschillen, kunnen hierdoor onder verschillende juridische regimes komen te vallen. Ook wijst de STOWA erop dat infiltratie en grondwateraanvulling worden aangeduid met begrippen die een negatieve connotatie hebben (zoals ‘milieubelastende activiteit’ of ‘lozen’), terwijl het doel juist veelal positief is (waterkwantiteit verbeteren).

Webinar
Op 16 juni houdt STOWA een webinar waarin onderzoekers Klaasjan Raat (KWR), Willemijn van Doorn-Hoekveld (Deltares) en jurist Simon Handgraaf (Flo Legal) dieper ingaan op het raamwerk.


LEES OOK
H2O Actueel: Meer infiltratie naar diep grondwater; kan dat met beregeningsputten?

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners

Meer inzicht in uw installatie

Meer inzicht in uw installatie

Digitalisering speelt een steeds grotere rol binnen de procesindustrie. Moderne instrumentatie levert niet alleen meetwaarden, maar ook diagnostische informatie en gegevens over de conditie van apparatuur. Bedrijven beschikken daardoor over

Door Tim Koorn
/