Een landsdekkende, uniforme dataset van technische dijkdata, openbaar toegankelijk via een webapplicatie: met dat doel voor ogen is onlangs het project Dijken van Data gelanceerd. Een consortium van kennisinstellingen, waterschappen en ingenieursbureaus zal zich hier de komende twee jaar over buigen, onder leiding van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN).

“Ik vraag weleens aan waterbeheerders: hoeveel tijd schat je in dat je kwijt bent aan het zoeken en op orde brengen van dijkdata voordat je ermee aan de slag kan?”, vertelt projectleider Maarten Podt aan de telefoon. Podt is onderzoeker bij het lectoraat Sustainable River Management van de HAN, en promoveert aan de TU Delft op de vraag hoe datafragmentatie bij waterschappen ontstaat, en hoe zij hun datamanagement beter kunnen organiseren.
“Vaak vindt men het lastig om daar dan een getal aan te hangen, maar wat we terugkerend horen is de inschatting dat soms wel de helft van de beoordelingsfase [van periodieke waterveiligheidsbeoordelingen, red.] zou opgaan aan het zoeken en op orde brengen van dijkdata”, zegt Podt.
“Dat is best een probleem, want tijd is geld, en we staan voor de grootste dijkversterkingsopgave sinds de Deltawerken. Vóór 2050 moet 1.400 van de 3.500 kilometer primaire keringen worden versterkt. Betrouwbare en actuele dijkdata zijn daarbij cruciaal voor het nemen van beslissingen over of, hoe en wanneer een dijk aan versterking toe is.”
Versnippering
In alle fasen van de levenscyclus van een dijk worden data verzameld, legt Podt uit. “Bij periodieke waterveiligheidsbeoordelingen, bij dijkversterkingen, en tijdens inspecties en herstelmaatregelen in de beheerfase. Voor het verwerken van al deze data gelden standaarden om gegevens gestandaardiseerd vast te leggen, maar waterbeheerders geven daar elk op een net iets andere manier invulling aan.”
De 21 waterschappen en Rijkswaterstaat beheren ieder hun eigen dataregisters, en hanteren soms verschillende definities voor bepaalde parameters of datasets. Deze versnippering zorgt voor extra werk, een inefficiënte uitwisseling van gegevens tussen organisaties, en hogere maatschappelijke kosten per kilometer dijk.
“Ook zien we dat met name veel waardevolle data uit de beoordelings- en versterkingsfasen ‘verloren’ gaan; de data zijn er wel, maar worden tijdens de beheerfase niet ten volle benut”, aldus Podt. “Vaak ontbreekt het waterbeheerders aan tijd en budget om alle data die uit versterkingsprojecten komen goed te laten landen in de organisatie.”
Dijkatlas
Volgens het consortium is er dan ook behoefte aan uniform, landelijk inzicht in de kwaliteit, actualiteit en beschikbaarheid van technische dijkdata. Naast de HAN wordt het consortium gevormd door Deltares, TU Delft, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Waterschap Rivierenland, Waterschap Vallei en Veluwe, Aveco de Bondt en BZ Ingenieurs en Managers. “We hopen nog te groeien”, zegt Podt, “en dat onder andere meer waterschappen zich bij het project zullen aansluiten.”
De komende twee jaar gaan de partijen werken aan de ontwikkeling van een Dijkatlas: een landsdekkende, uniforme dataset van technische dijkdata, openbaar toegankelijk via een webapplicatie. “Voor een eerste versie van de Dijkatlas, die binnenkort online gaat, hebben we workflows ontwikkeld om data te onttrekken uit openbare registers, zoals kniklijnen uit het Actueel Hoogtebestand Nederland, en data over dijkopbouw en -ondergrond uit de Basisregistratie Ondergrond”, aldus Podt. De atlas wordt een groeiende dataset, en een community-based website waar belangstellenden tijdens het project commentaar kunnen achterlaten voor verbetering.
In eerste instantie zal het project gericht zijn op primaire keringen. Mogelijk wordt de scope later uitgebreid naar regionale keringen, “omdat de dataproblematiek daar misschien nog wel veel groter is”, aldus Podt. “Primaire keringen zijn gebonden aan strengere veiligheidseisen en worden daardoor onderworpen aan uitgebreidere inwinning van data. Wat dat betreft zijn regionale keringen een beetje een ondergeschoven kindje. Misschien dat we later in het project een zijstap gaan maken naar regionale keringen, want de workflows die we bouwen kunnen we in principe ook op regionale keringen toepassen.”
Gedeelde informatiebasis
Aan de hand van drie proof-of-concepts willen de partijen de meerwaarde van de Dijkatlas gaan beproeven en demonstreren. Doel hiervan is te laten zien hoe centraal datamanagement de drie kerntaken van het dijkbeheer (dijken beoordelen, beheren en versterken) kan ondersteunen.
Daarom zal de Dijkatlas in de proof-of-concepts worden toegepast op automatische dijkbeoordeling (het integreren van faalmechanismemodellen met de Dijkatlas), voorspellend beheer (machine learning toepassingen om schadepatronen te voorspellen) en parametrisch dijkontwerp (het op landelijke schaal genereren van dijkontwerpvarianten ter ondersteuning van voorverkenningen en beleidskeuzes).
“Over het ‘uit handen geven’ van data-analyses aan algoritmen klinken soms weleens kritische geluiden, en dat is goed”, denkt Podt. “Maar uiteindelijk zal er altijd een expert te pas komen aan het beoordelen en interpreteren van dijkdata. De Dijkatlas is puur bedoeld om dat werk te ondersteunen en efficiënter te maken, door van een versnipperd datalandschap naar een gedeelde informatiebasis toe te werken.”