De Haagse rechtbank verplicht Silvio Erkens, de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, om opnieuw te beslissen over een verzoek van natuurorganisaties om handhavend op te treden tegen bodemberoerende visserij op de Doggersbank.
De zaak draait om visserij met zogenoemd mobiel bodemberoerend vistuig, specifiek in het Nederlandse deel van de Doggersbank. Dit is een beschermd Natura 2000-gebied in de Noordzee, ongeveer 275 kilometer ten noorden van Den Helder. Natuurorganisaties stellen dat deze vorm van visserij schadelijk is voor de beschermde natuur in het gebied en daarom alleen mag plaatsvinden met een omgevingsvergunning.
Een verzoek om handhaving werd eerder afgewezen door het ministerie van LVVN. Volgens het ministerie zijn activiteiten die onder het Europese gemeenschappelijk visserijbeleid vallen en plaatsvinden in de exclusieve economische zone (EEZ) uitgezonderd van de vergunningplicht.
De rechtbank denkt daar anders over. Volgens de rechter is dit in strijd met de Europese Habitatrichtlijn. Deze schrijft voor dat activiteiten, die mogelijk schadelijke gevolgen hebben voor beschermde natuurgebieden, alleen mogen worden toegestaan als vooraf voldoende zekerheid bestaat dat de natuurwaarden niet worden aangetast. Volgens de rechtbank kunnen er nu bepaalde visserijactiviteiten plaatsvinden zonder voorafgaande beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied.
Omdat vaststaat dat Nederlandse vissers momenteel op de Doggersbank met bodemberoerend vistuig vissen zonder omgevingsvergunning, is volgens de rechtbank sprake van een overtreding. Dat betekent dat de staatssecretaris in beginsel verplicht is om handhavend op te treden. De staatssecretaris krijgt zes weken de tijd om een nieuw besluit te nemen.
De zaak werd aangespannen door de natuurorganisaties Stichting Doggerland, ARK Rewilding Nederland, ClientEarth en Blue Marine Foundation. In een eerste reactie noemt Emilie Reuchlin, directeur van Doggerland, de uitspraak fantastisch nieuws voor de Noordzee. Ze schrijft: “Deze uitspraak legt de bewijslast weer bij de Nederlandse overheid: zij is wettelijk verplicht om de Nederlandse visserij aan een vergunningplicht te onderwerpen. Om een vergunning te krijgen, moet een passende beoordeling aantonen dat visserijactiviteiten het zeeleven in het beschermde zeegebied niet schaden."