Het RIVM onderzocht de Nederlandse drinkwatervoorziening tussen 2030 en 2050 en komt tot de conclusie dat het nodig zal zijn om nieuwe, onconventionele drinkwaterbronnen te benutten, in te zetten op besparing en de waterbronnen zo schoon mogelijk te houden.
Dit valt te lezen in het rapport ‘De drinkwatervoorziening van de toekomst’, dat het RIVM onlangs publiceerde. Het rapport is gebaseerd op nieuw onderzoek en is een vervolg op een RIVM-rapport uit 2023, waarin de beschikbaarheid van het drinkwater tot 2030 is geanalyseerd.

Robin van Leerdam“Uit het onderzoek gericht op de korte termijn is inmiddels het Actieprogramma beschikbaarheid drinkwaterbronnen 2023-2030 gevolgd”, vertelt Robin van Leerdam, adviseur drinkwater bij het RIVM. “De Tweede Kamer heeft echter ook de behoefte uitgesproken naar een visie voor de langere termijn. Dat hebben wij met dit rapport opgepakt.”
Het RIVM ging er daarbij vanuit dat de watervraag, ondanks de inzet op besparing, zal blijven toenemen. “Dat zet de beschikbaarheid van drinkwater onder druk. Met als uitgangspunt dat we onze huidige bronnen niet uit willen putten, kom je dan tot de conclusie dat we meer bronnen nodig hebben.”
Daarbij denkt het RIVM aan meer locaties waarop water kan worden gewonnen op de manier waarop we dat nu al doen en ook aan de aanvullende strategische voorraden met grondwater, die al door meerdere provincies zijn aangewezen. “Hierbij weten we dat het lang duurt voor gebieden aangewezen kunnen worden voor de winning en dat de bouw van de zuivering ook tijd kost. Daarnaast is het natuurlijk zo dat alle gebieden in Nederland al een functie toegewezen hebben gekregen.”
Dat maakt het niet vanzelfsprekend dat de traditionele manier van waterwinning nog voldoende is om de drinkwaterbeschikbaarheid te garanderen. Daarom kan het volgens het RIVM ook nodig zijn om naar onconventionele bronnen te zoeken. “Dan denken we in de eerste instantie aan brak water en in een later stadium mogelijk ook aan zeewater en gezuiverd afvalwater. Door verschillende bronnen te gebruiken, zijn drinkwaterbedrijven ook flexibeler als een bron tijdelijk uitvalt bijvoorbeeld.”
Dat vraagt sowieso aanpassingen van de wetgeving en daarnaast wordt ook meer verlangd van de zuiveringen. Daarom is het volgens het RIVM zo belangrijk om de bronnen zo schoon mogelijk te houden. Van Leerdam: “We weten allemaal hoe we er voor staan met de Kaderrichtlijn Water, dus daar hebben we echt nog het nodige werk te doen.”