Om het uitslijten van rivierbodems van de Waal en de IJssel te stoppen en te herstellen is een investering nodig van minimaal 2,5 miljard euro, terwijl voor Ruimte voor de Rivier 2.0 nu een reservering op de rijksbegroting staat van 702 miljoen euro.
Dat schrijft minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer. Niettemin is de minister optimistisch over een aanpak. Het voorstel is om te beginnen met de aanleg van een zogeheten meergeulensysteem in de Waal tussen Nijmegen en Tiel, in combinatie met het aanbrengen van zand op de rivierbodem. Hoewel het budget voor Ruimte voor de Rivier 2.0 vooralsnog beperkt is, wil de minister “een betekenisvolle eerste stap zetten die bijdraagt aan de verbetering van de waterveiligheid en bevaarbaarheid van de grote rivieren".
Voeding IJsselmeer
De bodem van de Waal is de afgelopen vijftig jaar plaatselijk 1,5 tot 2 meter uitgesleten, waardoor waterstanden dalen en de vaargeul smaller en hobbeliger is geworden bij laag water. Dat heeft ook gevolgen voor grondwaterstanden in de omgeving van de grote rivieren, waardoor landbouw en natuur sneller te maken krijgen met verdroging.
De dalende rivierbodems leiden ook tot een probleem met de verdeling van zoetwater. Door de verdieping van de Waal trekt de rivier meer water naar zich toe, ten koste van de IJssel. De IJssel is cruciaal om het IJsselmeer van zoetwater te voorzien. Het IJsselmeer is een cruciale bron van zoetwater voor een groot deel van Nederland.
Met de aanleg van een stelsel van nieuwe nevengeulen moet de stroomsnelheid van de Waal worden afgeremd, waardoor de erosie van de bodem stopt. Deze investering in nevengeulen kost 20 tot 30 jaar en vraagt om 2,5 miljard euro voor aanleg en minimaal 2 miljard euro voor beheer en onderhoud.
Om tijd te winnen wil het ministerie beginnen met het aanbrengen van grote hoeveelheden zand op de bodem van de Waal. Naar verwachting is hier gemiddeld 150.000 kubieke meter sediment per jaar voor nodig, met een mogelijk jaarlijkse uitbreiding van 50.000 kuub. Suppleren wordt gezien als symptoombestrijding en een tijdelijk middel totdat een grootschalig herontwerp van het riviersysteem met het meergeulensyseem kan worden gerealiseerd. Het is niet duidelijk welk prijskaartje hieraan hangt.
Een kanttekening bij het suppleren van zand is de concurrentie op de bouwgrondstoffenmarkt. Zand is schaars in Nederland. Het zand dat wordt benut om rivierbodems te versterken, kan niet worden gebruikt voor de bouw van huizen.
Bodemligging Maas
De bodemligging van de Maas wordt later aangepakt, zo blijkt uit de brief die minister Karremans naar de Tweede Kamer stuurde. De minister stelt voor om 2,4 miljoen euro beschikbaar te stellen voor onderzoek naar de rivierbodem van de Maas. Tijdens het extreme hoogwater in 2021 ontstonden op tenminste 21 plekken diepe uitgesleten kuilen in de rivierbodem, zogeheten erosiekuilen.
Hoewel het morfologisch gedrag van deze kuilen uitvoerig is onderzocht door Hermjan Barneveld en Ralph Schielen, wil de minister extra geld steken in nader onderzoek in de Maas in Limburg. Het gaat om een onderzoek naar de geologische ondergrond, betere kennis van het bodemmateriaal en beter inzicht in aanwezige bestortingen, plus een inschatting van risicoplekken voor erosie in de rivierbodem. Het bedrag van 2,4 miljoen euro voor de Maas wordt afgetrokken van het budget dat beschikbaar is voor het uitvoeren van sedimentsuppleties in het stroomgebied van de Waal.
De ministerraad hakt deze zomer een knoop door over de maatregelen voor verbetering van de rivierbodems. Eind dit jaar volgt nog een tweede besluit over het rivierengebied, namelijk over het reserveren van binnendijkse ruimte voor de lange termijn bij extreme afvoeren in de rivieren. Hiervoor zijn onderzoeksgebieden aangewezen, onder meer in de gemeente Altena, Wijchen, Heumen, Beuningen, Hattem en Zutphen.
“We zijn hierover constructief in gesprek met de gemeenten”, meldt minister Karremans aan de Tweede Kamer. Eind dit jaar neemt het kabinet een beslissing over binnendijkse ruimtelijke reserveringen. Tot op heden zijn de precieze plekken niet bekend. Daarover zijn de meningen verdeeld bij gemeenten.
Afvoerverdeling
De minister kondigt aan dat over de afvoerverdeling van het Rijnwater over de Rijntakken overeenstemming is bereikt in het Bestuurlijk Platform Zoetwater. Door de bodemdaling op de Waal gaat er in laagwatersituaties steeds meer water naar de Waal en steeds minder water naar het Pannerdensch Kanaal, de IJssel en het IJsselmeergebied.
Om beter te kunnen sturen, wil Rijkswaterstaat met name bij laagwater de afvoerverdeling zodanig herstellen dat bij een afvoer van 1.300 kubieke meter per seconde bij Lobith, minimaal 315 kubieke meter over het Pannerdensch Kanaal wordt afgevoerd. Dit komt overeen met hoe de afvoerverdeling in het verleden was. Deze ambitie wordt als vertrekpunt gehanteerd in het programma Ruimte voor de Rivier 2.0.