Ga naar inhoud

‘Schuilen is niet hetzelfde als evacueren’ – Waddeneilanden in protest tegen verlaging dijknormering

Door Tim Koorn
‘Schuilen is niet hetzelfde als evacueren’ – Waddeneilanden in protest tegen verlaging dijknormering
Texel | Beeld: Rudy & Peter Skitterians via Pixabay
Gepubliceerd:

De gemeentebesturen van de Waddeneilanden, de Provincie Noord-Holland en Provinsje Fryslân, Wetterskip Fryslân en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier maken zich zorgen over het voornemen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om waterveiligheidsnormen voor de Waddeneilanden te verlagen. Dat schrijven de partijen in een gezamenlijke oproep aan de Tweede Kamer.

De normen voor de maximaal toelaatbare overstromingskans van een aantal primaire keringen op de Wadden kunnen worden versoepeld vanwege voortschrijdend inzicht, schreef demissionair minister Robert Tieman vorige week in een Kamerbrief. De kans op dodelijke slachtoffers blijkt volgens het ministerie in sommige gebieden namelijk lager dan gedacht werd bij vaststelling van de huidige normen in 2017.

De huidige eisen aan de keringen van de Waddeneilanden zijn berekend op basis van de aanname dat evacuatie naar hoger gelegen delen, zoals de duinen, op de eilanden niet mogelijk is. De zogeheten evacuatiefractie – een maatstaf voor de mogelijkheid om een gebied tijdig te verlaten in geval van een overstroming – is voor de eilanden daarom op 0 procent vastgesteld. Die aannames over de evacuatiefractie waren conservatief, schrijft de minister in zijn brief. Het ministerie wil deze fractie voor de eilanden nu verhogen, wat een versoepeling van de normering voor een aantal dijktrajecten zou betekenen.

Schuilmogelijkheden
Uit veiligheidsstrategieën die in het kader van het Deltaprogramma Wadden zijn opgesteld blijkt dat elk van de eilanden voldoende schuilmogelijkheden heeft, aldus de Kamerbrief. Daarbij gaat de minister “uit van schuilen óp de eilanden, maar schuilen is niet hetzelfde als evacueren. Dit betekent bijvoorbeeld schuilen in de duinen en andere hoger gelegen gronden”, reageren de gemeente Terschelling en enkele andere eilandgemeenten. “Daar zijn echter geen voorzieningen zoals elektriciteit, stromend water, voedsel en medische voorzieningen. Er is geen zogenaamd achterland van waaruit hulp en ondersteuning mogelijk is, zoals dat op het vaste land wel het geval is.”

En dat is dan ook de crux: wat men – in de context van de Waddeneilanden – onder evacuatie verstaat. Waar de Kamerbrief van minister Tieman evacuatie definieert als ‘tijdig op een veilige droge plek te zijn’, betekent evacuatie volgens de noordelijke overheden ‘verplaatsing naar een gebied met voldoende zorg en voorzieningen’.

Eens per mensenleven
Voor vier dijktrajecten op de eilanden zouden de normverlagingen betekenen dat eens per 100 jaar een overstroming geaccepteerd wordt. Dat is ongeveer eens in een mensenleven, aldus de protesterende overheden. ‘Het is moeilijk te accepteren dat bewoners van de Waddeneilanden bewust een reëel risico lopen op een ernstige overstroming (eens in een mensenleven), zonder dat meerlaagsveiligheid goed is uitgewerkt’.

Volgens hen is het plan ‘niet verantwoord’ en vergroot het ‘bewust het overstromingsrisico, terwijl evacuatie in de praktijk onmogelijk is’. Tijdens een overstroming met storm kunnen de veerboten immers niet varen, schrijven ze, en is het moeilijk om op de eilanden aan te leggen. De partijen spreken daarom van een risico op verlies van mensenlevens, mede omdat voorraden en medische voorzieningen op de eilanden beperkt zijn.

Daarnaast dragen ze aan dat een overstroming voor langdurige drinkwaterproblemen kan zorgen, door verzilting van grondwater, en krimp van de zoetwaterbel waar Schiermonnikoog en Vlieland volledig van afhankelijk zijn.

‘Bezuinigingsmaatregel’
In zijn brief geeft de minister aan dat de betreffende waterschappen hebben aangegeven dat ze graag eerder betrokken hadden willen worden, en dat hij met de bestuurders in Noord-Nederland heeft gesproken over hun zorgen. Toch benadrukt hij dat het ‘belangrijk is om in heel Nederland dezelfde werkwijze te hanteren’, waarbij iedere kering aan de hand van dezelfde randvoorwaarden een passende norm krijgt.

‘We kunnen het ons namelijk niet permitteren om onnodig strengere normen te bepalen en daarmee onnodige dijkversterkingen te financieren en op deze manier geld uit te geven wat ten koste gaat van dijkversterkingen elders, waar het wel dringend nodig is’, aldus de Kamerbrief. Zo heeft het Hoogwaterbeschermingsprogramma tot 2050 nog ongeveer 1.170 kilometer dijkversterking te gaan, waar een verwachte 14 tot 23 miljard euro voor nodig is. Deze kosten liggen hoger dan de afgesproken budgetten, en stijgen harder dan de inflatie.

De kosten voor een dijkversterking zijn echter vele malen lager dan de herstelkosten na een overstroming, aldus burgemeester Michiel Schrier (Vlieland) namens de eilandgemeenten, die zich verenigd hebben in een gemeenschappelijke regeling. “Waarom de minister nu eenzijdig wil afwijken van eerder gemaakte afspraken terwijl er niets is veranderd in de situatie op de Waddeneilanden lijkt een bezuinigingsmaatregel”, stellen de gemeentebesturen. Ze noemen het voornemen een ‘korte termijn besparing’, die op de langere termijn kan leiden tot hoge kosten voor schadeherstel en hulpverlening.

Motie
Het afgelopen jaar hebben verschillende gesprekken over de gewijzigde koers plaatsgevonden tussen de minister en de provincies, waterschappen en eilandgemeenten. ‘Het is niet gelukt de Minister te overtuigen van de specifieke eilandsituatie en een daarbij passende norm’, aldus de gemeenten.

Tijdens het wetgevingsoverleg water van afgelopen maandag dienden Marieke Vellinga-Beemsterboer (D66), Luciënne Boelsma-Hoekstra (CDA) en Laura Bromet (GroenLinks-PvdA) een motie in waarin ze stellen dat er ‘onvoldoende rekening lijkt te worden gehouden met specifieke factoren zoals de lange evacuatieduur en de impact van zout water’. De Kamerleden verzoeken de regering daarom te wachten met de voorgenomen herziening van dijknormeringen totdat er ‘uitgebreid is gesproken met de betrokken lokale bestuurders en waterschappen, en er meer duidelijkheid is over de integrale veiligheidsstrategie en mogelijke alternatieve plannen voor de bescherming van de eilanden’.

In zijn brief onderschreef de minister dat het van belang is dat de integrale veiligheidsstrategie voor de Waddeneilanden nader wordt uitgewerkt, en dat dit zal worden opgepakt in het kader van het Deltaprogramma Waddengebied. De regio pleit voor ‘het hanteren van de juiste volgordelijkheid en het eerst volledig uitwerken van de meerlaagswaterveiligheidsstrategie, voordat onomkeerbare besluiten worden genomen over normering en evacuatie’. 


EVACUATIEFRACTIE

Voor de Waddeneilanden zijn in de loop der tijd sterk verschillende evacuatiefracties variërend van 0 tot 100 procent evacuatie geschat, schreef Deltares in 2024 in een evaluatie van zaken die mogelijk aanleiding konden vormen tot heroverweging van waterveiligheidsnormen. Deze grote verschillen hebben te maken met de vraag welk gebied als veilig beschouwd wordt. Als er vanuit wordt gegaan dat inwoners van de dijkringen naar hoger gelegen delen van een eiland kunnen gaan en daar veilig zijn, zal de evacuatiefractie hoog ingeschat worden. Indien echter wordt aangenomen dat inwoners naar het vasteland geëvacueerd moeten worden, komt men uit op een heel lage waarde, omdat de kans dat alle inwoners vóór een storm het vasteland bereikt hebben nihil is, aldus het onderzoeksinstituut. 

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners