In de voortgangsrapportage over 2024 van Sustainable Development Goal 6 (SDG 6) presenteren Vewin en de Unie van Waterschappen hun gezamenlijke inspanningen voor schoon en voldoende water in Nederland aan de Tweede Kamer. Hoewel er belangrijke stappen zijn gezet, blijven er aanzienlijke uitdagingen bestaan, met name op het gebied van waterkwaliteit en beschikbaarheid.
De twee koepelorganisaties vermelden in de rapportage dat de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in Nederland onder druk staat door verontreinigingen vanuit landbouw, industrie en huishoudens. Specifieke zorgen betreffen de aanwezigheid van nitraat, stikstof, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, PFAS en microplastics. Deze stoffen vormen een bedreiging voor zowel de ecologische systemen als de drinkwaterbronnen.
De Kaderrichtlijn Water stelt dat alle waterlichamen in 2027 een \'goede\' ecologische en chemische toestand moeten bereiken. In de rapportage schrijven de organisaties dat, ondanks inspanningen, het behalen van deze doelen onzeker is. De watersector pleit daarom voor een bronaanpak: het verminderen of stoppen van de uitstoot van schadelijke stoffen bij de bron, om zo de waterkwaliteit te verbeteren en ecosystemen te beschermen.
Ook de beschikbaarheid van voldoende en veilig drinkwater is een groeiende zorg. De toenemende vraag, mede door bevolkingsgroei en economische ontwikkeling, legt druk op de drinkwatervoorziening. Alle tien Nederlandse drinkwaterbedrijven moeten voor 2030 hun productiecapaciteit uitbreiden om aan de vraag te kunnen blijven voldoen. Echter, vergunningprocedures en ruimtelijke inpassing vormen belemmeringen voor deze uitbreidingen.
Voorgestelde maatregelen
Om deze uitdagingen aan te pakken, is het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023–2030 opgesteld. Dit programma identificeert knelpunten en stelt maatregelen voor, zoals het versnellen van vergunningprocedures en het aanwijzen van nieuwe drinkwaterbronnen. De drinkwaterbedrijven hebben in 2024 geïnvesteerd in extra zuiveringsmaatregelen om de kwaliteit van het drinkwater te waarborgen. Daarnaast hebben zij samengewerkt met overheden en landbouworganisaties om de vervuiling van drinkwaterbronnen te verminderen.
Ondertussen werkten de waterschappen aan het verbeteren van de zuivering van afvalwater, onder andere door voorbereidingen te treffen voor de implementatie van de herziene Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Deze richtlijn vereist aanvullende zuiveringsstappen op circa 100 rioolwaterzuiveringsinstallaties om microverontreinigingen, zoals medicijnresten, beter te kunnen verwijderen.
In de rapportage wordt het belang van samenwerking tussen verschillende partijen benadrukt om de doelen van SDG 6 te bereiken. Door gezamenlijke inspanningen op nationaal, regionaal en lokaal niveau kan worden gewerkt aan het verbeteren van de waterkwaliteit en het waarborgen van de beschikbaarheid van schoon drinkwater voor iedereen.
Hoewel er vooruitgang is geboekt, blijft het behalen van de gestelde doelen een uitdaging. Verdere inzet en samenwerking zijn noodzakelijk om de waterkwaliteit te verbeteren en de drinkwatervoorziening veilig te stellen voor de toekomst.