Wat functioneert er nog in Europa, mocht de levering van Amerikaanse technologie bij wijze van chantage ooit gestaakt worden? ‘Bijna niets’, volgens een uitgebreide analyse van het Duitse weekblad Der Spiegel. Geruststellender antwoorden klonken de afgelopen maanden al evenmin in Nederlandse kranten en radio- en televisieprogramma’s, waar steeds vaker de vraag werd gesteld of Amerika “ons met één druk op de knop kan uitzetten”. We zijn sterk afhankelijk van Amerikaanse informatietechnologie – zoveel is duidelijk. Hoe zit dat met onze watervoorzieningen?
‘De aardverschuivende veranderingen die we dezer dagen doormaken zijn een kans en noodzaak om een nieuw en onafhankelijk Europa te bouwen’, sprak voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen vorige week op het World Economic Forum, na een turbulente tijd waarin Donald Trump dreigde EU-landen importheffingen op te leggen als vergelding voor het afvaardigen van militairen naar Groenland.
De president steekt zijn afkeer voor de EU niet onder stoelen of banken, en veel van zijn topadviseurs evenmin. Zo is het volgens Nile Gardiner, directeur van de Europa-tak van The Heritage Foundation (de conservatieve denktank die het boek Project 2025 schreef, dat tot dusver grotendeels de blauwdruk voor het regeringsbeleid van Trump lijkt te vormen), ‘in het belang van de Verenigde Staten en Europa’ dat de Europese Unie wordt opgeheven. ‘Vergeet Ursula von der Leyen’, aldus Gardiner onlangs in zijn blog. De ‘ware leider van Europa’, schreef hij, is Donald Trump.
De veranderde trans-Atlantische verhoudingen zorgden vorig jaar voor een toenemend besef van hoe chantabel Europese organisaties en bedrijven zijn, wanneer het aankomt op onze afhankelijkheid van onder meer Amerikaanse satellietdiensten, servers, cloudproviders en software. In Nederland werd die vrees vorig jaar al werkelijkheid voor de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag, toen Microsoft in reactie op sancties van de regering-Trump zijn e-mail afsloot.
Meer dan de helft van de Nederlandse publieke clouddiensten wordt bij Microsoft, Amazon en Google ingekocht, en daar zijn verschillende risico’s aan verbonden, waarschuwde de Algemene Rekenkamer vorig jaar januari al. De wens om digitaal onafhankelijker te worden is in de Tweede Kamer inmiddels breed gedragen. Zo waren Kamerleden het er vorig jaar unaniem over eens dat onder andere kritieke infrastructuur zoals ‘stormkeringen, sluizen en kritieke transportinfrastructuur’ niet afhankelijk mag zijn van clouddiensten die onder controle staan van een niet-Europese mogendheid. Afgelopen maandag bezochten Nederlandse cloudaanbieders de Tweede Kamer om mogelijkheden voor data-opslag op eigen bodem te presenteren.
Om overheden en bedrijven te helpen met het vergroten van hun digitale autonomie verschenen het afgelopen jaar allerhande plannen, onderzoeksrapporten en adviezen. Zo publiceerde het Rathenau Instituut een drietal rapporten met handelingsopties voor het spreiden van risico’s, en ontwierp de Duitse Bertelsmann Stiftung een plan voor een ‘EuroStack’, een technologische keten van in Europa ontwikkelde chips, hardware, software, netwerken, clouds en applicaties, met per sector allerlei Europese bedrijven en allianties die daar een schakel in kunnen zijn. In Nederland zijn dat bijvoorbeeld Philips en ASML. Stellen we géén ‘EuroStack’ samen, dan is het alternatief volgens de stichting ‘een Europa dat is gereduceerd tot digitaal kolonialisme, met uitgeholde industrieën, burgers onder buitenlandse surveillance en klimaatdoelen gegijzeld door monopolies’.
Wat gebeurt er allemaal al in de watersector, om dit schrikbeeld te voorkomen?
Unie van Waterschappen
“De afgelopen maanden hebben we onderzoek uitgevoerd naar handelingsperspectieven waarmee waterschappen hun weerbaarheid en veerkracht kunnen verhogen bij risicovolle IT-afhankelijkheden”, vertelt Floor Wissing-Kunst, lid van het dagelijks bestuur van de Unie van Waterschappen en portefeuillehouder digitalisering. “De resultaten daarvan zijn net opgeleverd, en de risico’s en oplossingsrichtingen hebben we nu goed in beeld. Onze grootste afhankelijkheid van Amerikaanse technologie zit in kantoorautomatisering. Voor de vitale, operationele processen hebben we het al goed georganiseerd. De software en data van kritieke processen staan al op onze eigen veilige omgevingen.”
Toewerken naar strategische digitale autonomie, zoals overstappen op een ander softwaresysteem, is een complexe operatie waar je niet zomaar aan begint, aldus Wissing-Kunst. “Vaak hebben we nu al een jaar, of twee jaar, nodig om van het ene naar het andere Microsoft-pakket over te stappen. Daarnaast is de voorsprong van Microsoft in office-producten enorm groot. Stel dat je van Microsoft afstapt, dan zet je mogelijk ook weer wat stappen terug en haal je mogelijk nieuwe kwetsbaarheden in huis, die we ons niet kunnen veroorloven. En als verschillende waterschappen met verschillende systemen werken, hoe gaat het dan met onderlinge samenwerking? Het levert, kortom, veel nieuwe vragen op. Daarom maken we juridisch houdbare afspraken met Microsoft, bijvoorbeeld over leveringsgaranties en het opslaan van data op Europese servers, en onderzoeken we wat mogelijkheden zijn om data op te slaan bij Europese cloudproviders.”
“Bij al deze stappen kunnen we nationale regie over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, die het ministerie van Binnenlandse Zaken vorig jaar heeft uitgerold, goed gebruiken. Dat is ook waarom ik binnenkort graag een minister voor Digitalisering bij de koning op het bordes zou zien staan. Nu is dat een staatssecretaris, maar een minister kan op nationaal en Europees niveau meer voor elkaar krijgen.”
“De wens om digitaal autonomer te worden was er bij de waterschappen al langere tijd. Als we terugkijken naar pakweg tien jaar geleden denk ik dat we allemaal nog een beetje naïef waren, maar nu kijken we bij alles wat we doen continu heel bewust hoe we autonomer kunnen worden. De waterschappen zijn al een aantal jaren bezig om daar stappen in te zetten, maar de huidige geopolitieke ontwikkelingen zorgen wel dat die stapjes soms wat sneller gaan, en dat het gevoel van urgentie groter is geworden.”
Rijkswaterstaat
Een woordvoerder van Rijkswaterstaat geeft aan dat ‘vanuit inkoop en contractmanagement onder andere wordt gekeken naar robuustheid, leveringszekerheid en marktontwikkelingen’ en dat de dienst op de leveringsketen doorgaans geen directe invloed heeft, maar daar wel de gevolgen van ondervindt. Rijkswaterstaat ‘houdt hier waar mogelijk rekening mee in de uitvoering’, en ‘de urgentie wordt hierin zeker gevoeld’. “Voor digitale voorzieningen en ICT werkt Rijkswaterstaat binnen rijksbrede kaders en afspraken. Daarbij is continu aandacht voor veiligheid, continuïteit en beheersing van risico’s. Over concrete systemen, leveranciers of afhankelijkheden doen wij geen uitspraken.”
Vewin
Branchevereniging van waterbedrijven Vewin geeft aan dat drinkwaterbedrijven onder andere op basis van de Drinkwaterwet verplicht zijn om risicoanalyses te maken van alle dreigingen en gevaren die op hen afkomen en mitigerende maatregelen te nemen, en dat afhankelijkheid van andere partijen onderdeel uitmaakt van die analyse. “Als drinkwaterbedrijven nemen we dit soort zaken heel serieus. De leveringszekerheid is van topprioriteit”, aldus een woordvoerder. Uit veiligheidsoverwegingen kan de vereniging geen verdere uitspraken doen.
Zoete koek
Een bedrijf dat er in onze afhankelijkheid met kop en schouders bovenuit steekt is Microsoft. ‘Geen BigTech-bedrijf is tegenwoordig zo breed in de Nederlandse samenleving, economie en overheid vertakt’, schrijft Jochem de Groot, ex-Microsoftlobbyist en voormalig politiek adviseur in Washington, Londen en Den Haag, in zijn pas verschenen boek Kolonisten van de cloud. Hierin beschrijft hij hoe innig de relatie van Nederland met Microsoft is, en reconstrueert hij hoe dat zo gekomen is.
Als lobbyist had De Groot de taak om ‘de opkomst van de cloud als onvermijdelijke digitale toekomst tussen Nederlandse politieke en ambtelijke oren te krijgen (..) en de Haagse geesten alvast rijp te maken voor kunstmatige intelligentie als panacee voor allerlei economische en maatschappelijke problemen’. In zijn taak om te overtuigen dat Microsoft de beste keus was ondervond hij dat Nederland aan ‘een visionaire leemte’ leed, waardoor ‘Amerikaanse verhalen vaak voor zoete koek werden geslikt’. Nederlandse overheidsinstanties zoals de Raad van State, Gemeente Hollands Kroon en basisscholen, illustreert hij, lieten zich zelfs lenen voor het maken van reclame voor Microsoft. Ook kreeg het Netherlands Foreign Investment Agency, een tak van het ministerie van Economische Zaken, opdracht om internationale techbedrijven te verleiden om in Nederland te investeren.
Het leverde ons ‘voorspoed, economische groei en innovatiekracht’ op, aldus De Groot, maar we namen op de koop toe dat ‘de normen, taal en toekomstdromen van een ander continent ons discours zijn gaan domineren’. Het antwoord ligt volgens De Groot, inmiddels verbonden aan de Atlantische Commissie en de Adviesraad Internationale Vraagstukken, ‘niet in protectionisme of blind antiamerikanisme’. Volgens hem ligt de oplossing in ‘een Europees digitaal project met een eigen ziel’, maar kunnen we dat pas opzetten nadat we hebben ingezien ‘hoe diep Amerikaanse techwaarden ons denken hebben gevormd’.