Als het aan staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen van Financiën ligt, wordt het heffingsplafond in de belasting op leidingwater (BOL) in 2026 verhoogd naar 50.000 m³. In 2027 moet het volledig komen te vervallen.
Het plan staat in de Fiscale beleids- en uitvoeringsagenda 2025 die Van Oostenbruggen eind vorige maand publiceerde. Doel van afschaffing van het plafond is om bedrijven te stimuleren zuiniger met water om te gaan en de belastingdruk eerlijker te verdelen tussen huishoudens en bedrijven.
Waterbesparing is conform de doelstellingen in het vorig jaar vastgestelde Nationale Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing. Daarin staat dat huishoudens en grootgebruikers uiterlijk in 2035 20 procent minder drinkwater mogen gebruiken. Financiële prikkels (beprijzing) is een van de beleidsinstrumenten om water besparing te stimuleren, aldus het plan van aanpak.
Volgens de agenda van Van Oostenbruggen heeft afschaffen van het heffingsplafond echter primair een budgettaire functie, \'maar draagt het ook in beperkte mate bij aan waterbesparing\'. Volgens het plan wordt per 2027 tevens de belastinggrondslag versmald naar \'water van drinkwaterkwaliteit\' in combinatie met afschaffing van de zogeheten 1.000 klantenregeling, wat leidt tot een hogere belastingdruk voor centrale voorzieningen met veel kleine gebruikers.
De afschaffing van het plafond in twee stappen ‘stelt grote waterverbruikers in staat om, waar mogelijk, te investeren in waterbesparende maatregelen en zo een lastenverhoging te beperken’, schrijft de staatssecretaris in zijn uitvoeringsagenda.
Klein deel
Met afschaffing van het heffingsplafond zet Van Oostenbruggen een stap die al lang in de lucht hangt. Door het huidige heffingsplafond betalen grootverbruikers alleen belasting over de eerste 300 m³ die per jaar wordt geleverd. Het geldende tarief bedraagt 0,425 per m³. Dit betekent dat grootverbruikers slechts over een klein deel van hun totale waterverbruik belasting betalen. Het leidt tot situaties dat grote bedrijven als Heineken en DSM per jaar 126 euro aan BOL betalen, terwijl ze miljoenen kuub aan leidingwater afnemen en gebruiken.
In de Tweede Kamer leidde dit tot amendementen met als motivering dat het heffingsplafond niet rechtvaardig is, omdat het
grootverbruikers bevoordeelt ten opzichte van huishoudens, die niet profiteren van het plafond. Het afschaffen van het plafond sluit ook beter aan bij principes zoals de gebruiker/vervuiler betaalt, zoals verankerd in Europese regelgeving als de Kaderrichtlijn Water.
Forse lastenstijging
Afschaffing van het plafond betekent dat grootverbruikers te maken krijgen met een forse lastenstijging. Meerdere organisatie zoals VNO-NCW, VEMW en Vewin hebben zich uitgesproken tegen afschaffing van het plafond. Ook Glastuinbouw Nederland is tegen. Ze vreest dat het gietwater fors duurder wordt, want leidingwater is niet alleen drinkwater, maar al het water dat via een leiding wordt geleverd, dus ook gietwater.
Belangrijk argument dat de tegenstanders aanvoeren: verhoging of afschaffing van de BOL zal niet of nauwelijks effect hebben op de beoogde waterbesparing. Dat blijkt ook uit het rapport Verkenning beprijzen watergebruik, dat adviesbureau Witteveen+Bos vorig jaar in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opstelde.
Daarin staat onder meer: een beperkte prijsstijging zal op zichzelf niet leiden tot aanzienlijke waterbesparing. “Het geringe aandeel van water in de totale kostprijs, de benodigde kwaliteit in de bedrijfsvoering en de hoge investeringskosten in waterbesparende technologie spelen hierin een rol.”
Prijselasticiteit
Minister Barry Madlener van Infrastructuur en Waterstaat trok op basis van het rapport de conclusie dat de prijselasticiteit - de relatie tussen de prijs van water en de mate waarin bedrijven hun watergebruik aanpassen aan verandering in deze prijzen - van water laag is. “Een lage prijselasticiteit betekent dat een verhoging van de prijs van water slechts een zeer beperkt effect heeft op de vraag naar water”, schreef hij vorig jaar november in een brief aan de Tweede Kamer.
Desalniettemin stelde Madlener ook: “Om ook grootverbruikers te stimuleren waterverspilling tegen te gaan, kan het een logische stap zijn het heffingsplafond te verhogen. Ook vanuit budgettair oogpunt is dit te overwegen.”
Die lijn trekt staatssecretaris Van Oostenbruggen nu door in zijn fiscale agenda. Vóór Prinsjesdag komt er meer duidelijkheid over de toekomstige tarieven, schrijft Glastuinbouw Nederland. Daarna neemt de Tweede Kamer een besluit over aanpassing van de BOL.