Staatssecretaris Chris Jansen van Infrastructuur en Waterstaat wil het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) versterken door wettelijke kwaliteitsindicatoren en ‘robuustheidscriteria’ voor omgevingsdiensten vast te leggen. Deze criteria moeten ervoor gaan zorgen dat omgevingsdiensten opgewassen zijn tegen de veelheid en diversiteit aan taken die zij opgedragen krijgen. Over deze en andere maatregelen voor het versterken van het VTH-stelsel heeft hij de Tweede Kamer gisteren geïnformeerd.
Jansen acht de maatregelen nodig om de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren en de regierol van het Rijk te verstevigen. In 2021 concludeerde de commissie Van Aartsen in het rapport ‘Om de leefomgeving’ dat het VTH-stelsel van het milieudomein niet goed functioneert, en deden zowel de Algemene Rekenkamer als de commissie Van Aartsen aanbevelingen voor verbetering.
Wetswijzigingen
Om hier invulling aan te geven, stelt de staatssecretaris nu voor om wettelijke kwaliteitsindicatoren voor het VTH-stelsel en ‘robuustheidscriteria’ voor omgevingsdiensten vast te leggen. Deze criteria moeten ervoor gaan zorgen dat omgevingsdiensten opgewassen zijn tegen de veelheid en diversiteit aan taken die zij opgedragen krijgen. Dit vereist onder andere dat de diensten voldoende technische en juridische kennis in huis hebben om het omgevingsrecht effectief te kunnen toepassen en handhaven. Ook wordt voorgesteld de staatssecretaris wettelijke bevoegdheid te geven om in te grijpen wanneer blijkt dat de kwaliteit van de uitvoering daartoe aanleiding geeft.
De ‘kringen van gemeenten’ die deelnemen aan een omgevingsdienst wil het ministerie opheffen. Het werkgebied van een omgevingsdienst moet voortaan overeenkomen met één of meerdere veiligheidsregio’s. Voor omgevingsdiensten die op 1 april 2026 al voldoen aan de robuustheidscriteria, wordt hierin een uitzondering gemaakt.
Duidelijkere taakopvatting
Verder wil de staatssecretaris het basistakenpakket van omgevingsdiensten verbreden en ‘beter uitlegbaar en duidelijker’ maken. Hiermee geeft hij invulling aan zijn toezegging aan kamerlid Natascha Wingelaar (Nieuw Sociaal Contract), dat hij zal onderzoeken of omgevingsdiensten door het verschuiven van ‘plustaken’ naar basistaken robuuster kunnen worden.
Ook wordt ingezet op het verduidelijken van de provinciale coördinatietaak die door provincies zeer verschillend opgevat wordt, en het intensiveren van horizontaal interbestuurlijk toezicht. Daarbij gaat het om bijvoorbeeld het informeren van de gemeenteraad door het college van burgemeester en wethouders, wanneer adviezen van omgevingsdiensten niet worden overgenomen.
Volgens de commissie Van Aartsen was dergelijke verantwoording ‘een bestuurlijke fictie’ en liet ‘onderzoek na onderzoek (…) zien dat gemeenteraden deze functie niet vervullen’. Aanpassingen in het Omgevingsbesluit, en het onder de aandacht brengen van de reeds bestaande mogelijkheden, moeten ervoor gaan zorgen dat hier verandering in komt.
Landelijke uitvoeringsagenda VTH
Al met al is het een breed maatregelenpakket. Samen met alle stelselpartijen wil de staatssecretaris daarom een landelijke uitvoeringsagenda VTH opstellen, waarin de partijen kunnen aangeven welke maatregelen volgens hen prioriteit verdienen.
Het voorstel tot wetswijziging verwacht de staatssecretaris rond de zomer voor openbare internetconsultatie te kunnen aanbieden. Op 21 mei vergadert de Tweede Kamer over het maatregelenpakket.