Ga naar inhoud

Trump-regering beëindigt groot oceaanmeetnetwerk, zorgen over onderzoek naar AMOC en klimaat

Door Tim Koorn
Trump-regering beëindigt groot oceaanmeetnetwerk, zorgen over onderzoek naar AMOC en klimaat
Foto Marcel Molle
Gepubliceerd:

De Amerikaanse regering stopt met het Ocean Observatories Initiative (OOI), een omvangrijk netwerk van honderden meetinstrumenten in de Atlantische en Stille Oceaan. Wetenschappers waarschuwen dat het besluit grote gevolgen kan hebben voor onderzoek naar oceaanstromingen, klimaatverandering, stormen en de Atlantische Meridionale Overturning Circulatie (AMOC), de zeestroming die mede verantwoordelijk is voor het relatief milde klimaat in West-Europa.

Het OOI bestaat uit bijna duizend sensoren verspreid over vijf locaties voor de Amerikaanse kust. De meetapparatuur verzamelt continu gegevens over onder meer watertemperatuur, stromingen, chemische samenstelling van het zeewater en de opname van CO2. De infrastructuur omvat 924 kilometer aan kabels en levert elke seconde grote hoeveelheden data op.

Volgens de National Science Foundation (NSF), het Amerikaanse agentschap dat het programma beheert, worden de eerste diepzee-instrumenten al deze maand verwijderd. De volledige ontmanteling moet binnen ongeveer vijftien maanden zijn afgerond. Daarmee komt een einde aan een programma waarvoor circa tien jaar voorbereiding nodig was en waarin ongeveer 368 miljoen dollar is geïnvesteerd. De installaties waren oorspronkelijk bedoeld om tot 2040 of 2041 operationeel te blijven.

Belangrijke gegevens voor wetenschap en voorspellingen
Europese onderzoekers benadrukken dat de gegevens uit het OOI van grote waarde zijn voor weersvoorspellingen, onderzoek naar klimaatverandering en het monitoren van oceaanstromingen. Ook worden de gegevens gebruikt om beter inzicht te krijgen in stormen, tsunami’s en veranderingen in mariene ecosystemen.

René van Westen, AMOC-onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, spreekt tegenover RTL Nieuws zijn zorgen uit. Volgens hem zijn de meetreeksen “cruciaal voor ons onderzoek, om te weten wat er gebeurt met de AMOC in de nabije toekomst”.

De AMOC transporteert warm oceaanwater vanuit het zuiden naar het noorden van de Atlantische Oceaan. Wetenschappers verwachten dat deze stroming als gevolg van klimaatverandering zal verzwakken, maar er bestaat nog veel onzekerheid over de snelheid waarmee dat gebeurt.

Sjoerd Groeskamp van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) noemt het besluit “pure symboolpolitiek”. Hij stelt dat juist de langlopende meetreeksen noodzakelijk zijn om klimaatmodellen te toetsen aan waarnemingen. Tegen NRC vergelijkt hij het belang van de oceaanmetingen met dat van weerballonnen voor weersvoorspellingen. Zonder dergelijke gegevens wordt het moeilijker om de huidige toestand van de oceaan nauwkeurig in kaart te brengen.

Groeskamp wijst er bovendien op dat de meetstations bij Groenland belangrijke informatie leveren over de AMOC. Volgens hem wordt het risico groter dat veranderingen in de stroming pas worden opgemerkt wanneer de gevolgen al merkbaar zijn.

Vlaams Instituut voor de Zee
Ook in België zijn er zorgen. Jan Mees, directeur van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ), noemt vooral de diepzeemetingen belangrijk. Tegen VRT NWS zegt hij: “Er zijn méér metingen nodig, niet minder.” Volgens Mees is er nog veel onzekerheid over ontwikkelingen in de AMOC, waardoor langdurige meetreeksen essentieel zijn.

De NSF stelt dat de beëindiging van het programma past binnen een strategie om flexibeler prioriteiten te kunnen stellen en middelen anders in te zetten. Eerdere pogingen van de regering-Trump om het budget van het programma sterk te verlagen werden nog teruggedraaid door het Congres.

De kritiek vanuit de wetenschappelijke gemeenschap is echter stevig. Oceanograaf Filip Meysman van de Universiteit Antwerpen zegt in een interview met VRT NWS: “Dit is jezelf in de voet schieten. En niet met een pistool, maar met een bazooka.” Volgens hem heeft het besluit niet alleen gevolgen voor de wetenschap, maar ook voor de strategische kennispositie van de Verenigde Staten.

Ook de Amerikaanse klimaatwetenschapper Craig McLean spreekt tegenover The New York Times van een gebrek aan begrip voor wetenschap. Volgens hem dreigt de VS hierdoor zijn leidende positie in het internationale onderzoek verder te verliezen.

OceanEye
Tegelijkertijd probeert Europa zijn positie op het gebied van oceaanobservaties te versterken. De Europese Commissie kondigde deze week aan 92 miljoen euro te investeren in het programma OceanEye. Volgens Eurocommissaris Costas Kadis is die investering noodzakelijk nu de Verenigde Staten systemen voor oceaanmonitoring afbouwen. Of Europese partijen ook delen van het Amerikaanse meetnetwerk kunnen overnemen, is nog onduidelijk.

De beëindiging van het OOI staat niet op zichzelf. Eerder kondigde de NSF ook aan te stoppen met de inzet van de Nathaniel B. Palmer, één van de belangrijkste onderzoeksschepen voor Antarctica. Het schip speelde al meer dan dertig jaar een sleutelrol in onderzoek naar gletsjers, zeespiegelstijging, oceaanstromingen en ecosystemen in de Zuidelijke Oceaan. Nederlandse onderzoekers maakten regelmatig gebruik van de ijsbreker.

En vorig jaar beëindigde de regering ook de financiering van het klimaatobservatorium op de Hawaiiaanse vulkaan Mauna Loa, waar dagelijks de CO2-concentratie in de atmosfeer wordt gemeten.

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners