De verwachte uitbreiding van windparken op zee kan richting 2050 de hydrodynamica van uitgestrekte gebieden binnen de Noordzee veranderen, door onder andere lokale en regionale vertraging van getijdestromingen. Dat blijkt uit onderzoek van het Duitse Hereon Institute of Coastal Systems, gepubliceerd in Nature Communications Earth & Environment.
De grootste afremming van oppervlaktestroomsnelheden vindt volgens het onderzoek plaats langs de Nederlandse en Belgische kust, en in de Duitse Bocht. In deze regio’s, met een hoge dichtheid windparken, zouden regionale stroomsnelheden met minstens 10 procent kunnen afnemen. Minder afremming zal volgens de studie plaatsvinden in Britse delen van de Noordzee, waar windparken verder uit elkaar staan.
Richting 2050 zal de offshore windenergiecapaciteit in de Noordzee naar verwachting meer dan vertienvoudigen. En dat ‘baart zorgen over mogelijke systematische hydrodynamische veranderingen’, aldus de onderzoekers. Volgens de modelleringen van het Hereon Institute kan de uitbreiding van windenergie impact gaan hebben op oppervlaktestroomsnelheden in het gehele midden en zuiden van de Noordzee. Ten zuiden van de Doggersbank zouden deze snelheden met zo’n 5 procent kunnen worden afgeremd over een gebied dat zich uitstrekt van de Britse kust tot aan Duitse en Deense wateren. Binnen windparken kunnen stroomsnelheden met zo’n 10 tot 15 procent afnemen. In de Duitse Bocht zou het zelfs kunnen gaan om een remming van meer dan 20 procent.
Offshore windparken beïnvloeden de dynamiek van de atmosfeer en de oceaan, op zowel lokaal als regionaal niveau. Windstromen beïnvloeden de grenslaag tussen de atmosfeer en de zee, met gevolgen voor oppervlaktestromingen en menging. Uit eerdere studies was al bekend dat de weerstand van dichtbebouwde windparken in ondiepe Noordzeewateren stroomsnelheden beïnvloedt en turbulentie in de omgeving veroorzaakt, en dat dit kan leiden tot remmende effecten op getijdestromingen.
Het effect van windparken op de hydrodynamica kan volgens de onderzoekers grootschalige veranderingen teweegbrengen in sedimenttransport, de menging van zeewater, en biochemische processen in mariene ecosystemen. Ook hebben veranderingen in het stromingspatroon gevolgen voor de nauwkeurigheid van stromingsvoorspellingen, die belangrijk zijn voor bijvoorbeeld de scheepvaart, rampenbestrijding, milieubescherming en de visserij.