In het Watermanifest 2026 - Samen sterk voor water roepen de Unie van Waterschappen en Vewin de politiek op om water en bodem daadwerkelijk sturend te maken bij ruimtelijke keuzes en om structurele maatregelen te nemen voor waterkwaliteit, waterbeschikbaarheid en drinkwatervoorziening. De uitdagingen raken namelijk direct de bestaanszekerheid van Nederland, stellen Jeroen Haan, voorzitter van de UvW, en zijn evenknie bij Vewin Pieter Litjens.
In het voorwoord van het manifest hameren de organisaties er opnieuw op dat water de sleutel is voor een gezond leefmilieu, natuurherstel en een toekomstbestendige economie. Zonder schoon en voldoende water is er volgens hen geen goede volksgezondheid, geen veiligheid, geen landbouw, geen natuur en geen welvaart. Tegelijkertijd nemen de uitdagingen rond waterkwaliteit en -beschikbaarheid toe en raken deze direct aan de bestaanszekerheid in Nederland. Waterschappen en drinkwaterbedrijven stellen dat zij deze verantwoordelijkheid niet alleen kunnen dragen en dat samenwerking met het nieuwe kabinet, andere overheden en binnen EU-verband noodzakelijk is.
Water bufferen
Het manifest schetst een watersysteem dat steeds meer uit balans raakt. Door hogere temperaturen en grilligere weersextremen neemt de watervraag toe, terwijl de beschikbaarheid van water in het voorjaar en de zomer juist afneemt. Tegelijkertijd neemt op jaarbasis de totale neerslaghoeveelheid toe. Er is volgens de organisaties voldoende water, maar niet op het juiste moment en niet op de juiste plaats. Dit vraagt om een omslag: naast het aan- en afvoeren van water moeten waterschappen meer prioriteit geven aan het vasthouden en bufferen van water, terwijl ook maatregelen nodig blijven om overal droge voeten te houden.
Voor drinkwaterbedrijven is die balans eveneens cruciaal. Een beter vasthouden van water maakt het uitbreiden van de drinkwaterproductie eenvoudiger en vergroot de reserves voor droge en hete zomers, wanneer pieken in het watergebruik optreden.
Ook komt waterkwaliteit aan bod in het manifest. Grond- en oppervlaktewater, de belangrijkste drinkwaterbronnen, worden bedreigd door vervuiling vanuit industrie, landbouw en huishoudens. Meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen leiden tot verslechtering van de ecologische waterkwaliteit, met negatieve gevolgen voor de natuur. Daarnaast komen door een vergrijzende bevolking steeds vaker medicijnresten in het water terecht. Deze ontwikkelingen maken het steeds moeilijker én kostbaarder om water te zuiveren tot de vereiste kwaliteit.
Stijgende watervraag
Waterschappen en drinkwaterbedrijven beschrijven in het manifest welke stappen zij zelf zetten. Waterschappen werken al jaren aan een omslag naar meer water vasthouden en herstel van de waterbalans, onder meer door hogere slootpeilen, het laten meanderen van beken en het benutten van de sponswerking van de bodem. Drinkwaterbedrijven investeren in een duurzame inpassing van winningen, bijvoorbeeld via buffers en grondwateraanvulling.
Tegelijkertijd stellen de organisaties dat deze inspanningen onvoldoende zijn zolang de watervraag blijft stijgen. In tijden van extreme droogte kan er geen extra water worden ‘bijgemaakt’. Daarom pleiten zij ook voor maatregelen om zuiniger om te gaan met water, zoals het terugdringen van onttrekkingen uit met name het grondwater via meldings- en vergunningsplichten.
Op het gebied van zuivering investeren waterschappen jaarlijks circa 1,1 miljard euro om rioolwater steeds beter te reinigen, onder meer door medicijnresten te verwijderen. Ook drinkwaterbedrijven maken extra kosten voor aanvullende zuivering, omdat de druk op de kwaliteit van drinkwaterbronnen toeneemt.
Watertoets
De waterschappen en drinkwaterbedrijven vragen de landelijke politiek om ruimte te reserveren voor water: zowel voor het vasthouden van water als voor nieuwe drinkwaterbronnen. Het principe ‘water en bodem sturend’ moet leidend worden bij ruimtelijke keuzes, waarbij de watertoets een centrale rol krijgt. Ook vragen zij het kabinet andere overheden actief aan te spreken op hun zorgplicht voor de drinkwatervoorziening, bijvoorbeeld binnen het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023–2030.
Daarnaast pleiten zij voor een strengere bronaanpak van watervervuiling. Investeren in zuivering alleen is volgens het manifest niet voldoende zolang schadelijke stoffen het watersysteem blijven binnenkomen. De organisaties willen een strenger stoffenbeleid, verankerd in wetgeving, met als uiterste middel wettelijke verboden. Specifiek noemen zij de aanpak van PFAS-lozingen en de inzet op een PFAS-totaalverbod in Brussel.
Regie op waterbesparing
Ook vragen zij het kabinet om regie te nemen bij een nationale aanpak van waterbesparing, waarbij alle gebruikers betrokken worden. Naast bewust watergebruik kunnen hergebruik van drinkwater en het benutten van regenwater bijdragen aan het beheersen van de watervraag, mits dit geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid.
Tot slot vragen waterschappen en drinkwaterbedrijven om voldoende financiële ruimte om hun wettelijke taken te kunnen blijven uitvoeren. De komende jaren zijn extra investeringen nodig voor onder meer dijkversterkingen, uitbreiding van productiecapaciteit, vernieuwing van het leidingnet en extra zuivering. Volgens het manifest houdt de huidige drinkwaterregelgeving (WACC) onvoldoende rekening met de sterk stijgende investeringsbehoefte, waardoor structurele oplossingen voor de lange termijn noodzakelijk zijn.