De herziene Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) die minister Vincent Karremans vrijdag aan de Tweede Kamer heeft aangeboden, kijkt verder vooruit, stelt concretere doelen om klimaatbestendig te worden, en omvat nu ook een strategie voor Caribisch Nederland.
Ook bevat de nieuwe NAS “adaptatiepadenkaarten” die laten zien welke beleidsopties er op de korte en (middel)lange termijn zijn en welke consequenties die opties zouden hebben. Daarnaast moet de nieuwe strategie zorgen voor een verbeterde samenhang tussen de adaptatieopgaven van verschillende domeinen, zoals tussen water, landbouw en energie, of tussen hitte, woningbouw en infrastructuur.
Onvoldoende richting gegeven
“De afgelopen jaren hebben we fors geïnvesteerd in klimaatmitigatie, oftewel het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Veel minder aandacht en middelen zijn uitgegaan naar het aanpassen aan de veranderende klimaatomstandigheden”, schrijft minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) namens alle betrokken ministeries in een begeleidende brief aan de Kamer.
De huidige NAS dateert bovendien van 2016 en voldoet niet meer. Uit een evaluatie in 2022 bleek dat de inzet van veel decentrale overheden en bedrijven sinds de publicatie van de NAS’16 “onvoldoende is, gezien het huidige tempo van klimaatverandering”. “Daarnaast is gebleken dat we als Rijksoverheid onvoldoende richting geven aan en sturen op de klimaatbestendigheid van Nederland”, erkent het Rijk. Met de nieuwe strategie wordt daarom ‘een stap extra’ gezet.
De NAS bevat sectorale en integrale adaptatieopgaven, ambities, verbeterdoelen en rijksinspanningen. Zo gaat het Rijk “scherper aangeven tot hoever wij regio’s nog kunnen faciliteren, bijvoorbeeld vanuit het hoofdwatersysteem”. Deze keuzes zullen onder andere belanden in de Nota Ruimte, waar momenteel aan gewerkt wordt. Wat betreft maatregelen die op het bordje van de rijksoverheid komen, is de NAS “zelfbindend” voor het Rijk.
De NAS is een programma van de Rijksoverheid, maar het is belangrijk dat provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en bedrijven ermee aan de slag gaan, benadrukt minister Karremans. Bijvoorbeeld door ontwerpen voor de ruimtelijke inrichting te toetsen aan klimaatrisico’s en die toets mee te nemen in business modellen.
Adaptatiepaden
Nieuw in de NAS zijn ‘adaptatiepadenkaarten’ waarin de consequenties van verschillende beleidsopties gepresenteerd worden voor (twee) verschillende snelheden van klimaatverandering: ‘langzame’ of ‘snelle’ klimaatverandering. “Hiermee wordt duidelijk dat er op korte of (middel)lange termijn verdergaande aanpassingen aan de voortschrijdende klimaatverandering nodig zijn dan we tot nu toe gewend zijn”, aldus de brief van minister Karremans.
Deze kaarten zijn ontwikkeld voor sectorale opgaven, zoals ‘goed beschermd tegen overstromingen’ en ‘klimaatrobuuste landbouw’, en schrijven in (zeer) grove lijnen voor wat de voorkeursstrategie is. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee adaptatiestrategieën: intensiveren en transformeren. ‘Intensiveren’ zet in op het behoud van huidige functies en landgebruik. ‘Transformeren’ zet in op het aanpassen van functies en landgebruik zodat deze beter aansluiten bij het water- en bodemsysteem en het veranderende klimaat.
Met intensiveren kan ‘snelle, sectorale winst’ geboekt worden tot circa 2050, maar nemen systeemrisico’s (door o.a. zeespiegelstijging, verdroging en verzilting) richting 2100 toe. Transformeren vraagt eerder in de tijd om ingrijpendere keuzes, maar levert op de lange termijn een robuuster systeem met integrale oplossingen op. Een sociale-impactanalyse die voor de nieuwe NAS is uitgevoerd, laat zien dat transformeren op korte termijn voor frictie zorgt, maar op lange termijn vaak meer positieve sociale effecten oplevert dan intensiveren.
Onderstaand voorbeeld toont ter illustratie de mogelijke adaptatiepaden voor Seveso-inrichtingen, kortweg de zware industrie. Hierin heeft het Rijk als uitgangspunt gekozen voor zo lang mogelijk inzetten op ‘intensiveren’ (groene, donkergroene en bruine paden) en ‘zo laat mogelijk’ kiezen voor opties die vallen onder een meer transformatieve aanpak (oranje en rode paden). Bij dat laatste moet gedacht worden aan het stellen van ‘zwaardere functionele eisen’ aan nieuwe installaties (oranje), en het beëindigen of verplaatsen van bedrijven (rood).
Adaptatiepaden voor Seveso-inrichtingen | Beeld Ontwerp-Nationale Adaptatiestrategie 2026
De adaptatiepaden onderstrepen ook de noodzaak om op korte termijn in actie te komen, zoals in de sector cultureel erfgoed. Het meeste erfgoed kan nog maar zo’n 24 jaar goed beschermd worden, aldus de NAS. Met maatregelen zoals calamiteitenplannen en het inrichten van nooddepots kunnen we de impact van ‘extreme situaties’ tot die tijd (circa 2050) beperken. Daarna zal het steeds moeilijker worden om cultureel erfgoed te behouden, door de impact van onder andere droogte, hitte en zeespiegelstijging.
Klimaatscenario’s
De NAS is gebaseerd op de klimaatscenario’s die het KNMI in 2023 uitbracht. “De komende decennia kunnen we onverkort rekening blijven houden met de klimaateffecten zoals die in de KNMI’23-klimaatscenario’s zijn opgenomen”, aldus het ontwerp voor de nieuwe NAS.
“West-Europa warmt op dit moment al harder op dan dat we in de klimaatmodellen zien”, waarschuwde klimaatwetenschapper Karin van der Wiel echter in 2023 al bij de presentatie van deze scenario’s. Vrijdag wees ook Peter Siegmund van het KNMI erop dat de opwarming in Nederland sneller gaat dan de KNMI-klimaatscenario\'s beschrijven. “We trekken lijntjes van 2005 tot 2050, volgens de verschillende klimaatscenario\'s die we hebben”, zegt Siegmund in een bericht van de NOS. “Maar als je kijkt hoe de temperatuur in de praktijk omhooggaat, dan zie je dat de opwarming sneller gaat dan zelfs het hoogste lijntje. Als het zo doorgaat komen we in 2050 uit op een temperatuur die hoger is dan het hoogste scenario van het KNMI.”
Inspraak
De nieuwe NAS is tot stand gekomen op basis van een breed scala aan onderzoeksrapporten en adviezen, van onder andere het Planbureau voor de Leefomgeving, de Wetenschappelijke Klimaatraad, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en het Klimaatonderzoeksinitiatief Nederland. Ook is bij medeoverheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven inbreng opgehaald via klankbordgroepen en participatiebijeenkomsten.
Voor het eerst wijdt de NAS ook een hoofdstuk aan Caribisch Nederland. Hiertoe zijn onder andere ambtenaren van Sint Eustatius en Saba, ambtenaren en wetenschappers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, deelnemers van de Klimaattafel Bonaire en jongeren uit de Caribische diaspora betrokken bij de ontwikkeling van de strategie.
Heel Nederland mag van 9 juni tot en met 20 juli reageren op het ontwerp voor de nieuwe NAS. Op basis van de ingediende zienswijzen zal het kabinet de definitieve NAS’26 en een nieuw Nationaal Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie opstellen. Beiden wil het kabinet eind dit jaar aan de Kamer aanbieden.
H2O Vakartikel: Zoutindringing in de Rijn-Maasmonding: kortetermijnmaatregelen of systeemtransformatie
H2O Vakblad: ‘Nederland verdroogt – en dat raakt alles’
H2O Wateragenda: Stadswerk Excursie Genk: vergroening, klimaatadaptatie en biodiversiteit (23 juni van 10:00 tot 16:30 in Genk)