Er zwemmen weer meer snoekbaarzen, baarzen, blankvoorns en brasems in het IJsselmeer. Dat blijkt uit een analyse van meer dan dertig jaar monitoringgegevens door onderzoekers van Wageningen Marine Research (WMR). ‘De ingrijpende visserijbeperkende maatregelen uit 2014 hebben een duidelijk effect gehad’.

“We beschikken over meer dan dertig jaar aan monitoringsdata over de snoekbaars, baars, blankvoorn en brasem in het IJsselmeer en Markermeer”, vertelt Joey Volwater, visecoloog bij WMR. “Vanwege hun belang voor de visserij worden ze jaarlijks gemonitord. Beginnend in 1992 zien we dat er een hoge visstand is met een historisch dieptepunt rond 2014-2015.”
Dat dieptepunt was voor de politiek aanleiding om maatregelen te nemen. Staandwant- en zegenvisserij werden sterk beperkt. En dat had effect. “Voor snoekbaars wordt de hoogste stand sinds de start van de monitoring in de jaren negentig gemeten. De baars volgt ook. De blankvoorn en de brasem zijn daar nog niet. Maar daarbij is ook de vraag of dat realistisch is. De nutriëntenhuishouding in het IJsselmeer is ook veranderd en daarmee ook de uitgangspositie van deze soorten. Bij alle soorten nam ook het aantal grotere vissen toe.”
De belangrijkste conclusie van de onderzoekers, die hun bevindingen onlangs publiceerden in het wetenschappelijk tijdschrift Fisheries Management and Ecology, is dan ook dat de beheersmaatregelen effect hebben gehad. “Natuurlijk hebben ook andere ontwikkelingen parallel een rol gespeeld. Bijvoorbeeld natuurontwikkelingsprojecten als Marker Wadden. Maar het effect daarvan is vooralsnog moeilijk te kwantificeren.”
Minder visserij in een bepaald gebied leidt tot een hogere visstand. Tegelijkertijd is het doel van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voor het IJsselmeer de maximale duurzame opbrengst, oftewel de grootste hoeveelheid vis die gemiddeld en voortdurend kan worden gevist zonder de populatie in gevaar te brengen. Visserij heeft dus een rol binnen dit beleid. “Of je dergelijke maatregelen zoals genomen in het IJsselmeer zou willen toepassen in andere gebieden hangt erg af van de precieze beleidsdoelen die door beheerders worden opgesteld.”
Los van grotere aantallen van deze vier onderzochte vissen, zien Volwater en zijn collega’s ook in den brede een hogere visstand in het IJsselmeer. Maar dat betekent volgens de onderzoeker niet dat het waterbeheer daarmee is afgesloten. “We kunnen niet achteroverleunen. Waakzaamheid en monitoring blijven belangrijk. Door klimaatverandering of de introductie van uitheemse soorten bijvoorbeeld, kan er zo weer iets veranderen. En dan is het heel belangrijk om daar snel zicht op te krijgen, zodat je het momentum behoudt om maatregelen te kunnen blijven nemen.”