Dertig jaar geleden leek het herstel van de Atlantische zalm in de Rijn een succesverhaal. Dankzij internationale samenwerking en miljoeneninvesteringen in vistrappen en passages keerde de soort, na decennia van afwezigheid, terug in de rivier. De zalm werd het boegbeeld van het ecologisch herstel van de Rijn. Maar dat optimisme is verdwenen. Waarom is de herintroductie van de zalm in de Rijn nog altijd niet geslaagd?
Aanvankelijk leek de gezamenlijke inzet van Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en Nederland zijn vruchten af te werpen. Het uitzetten van jonge zalmen die uitgroeien tot smolts, leidde in eerste instantie tot de terugkeer van volwassen zalmen tot in de zijrivieren van de Rijn in Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. Toch lopen de terugkerende zalmen vanaf 2015 sterk terug.
Nog altijd worden jaarlijks 1,5 tot 2 miljoen zalmpjes uitgezet, maar minder dan 1 procent keert terug naar de paaigronden. In totaal zouden nog slechts 400 tot 800 zalmen per jaar via Nederland de Rijn opzwemmen. De vraag waarom de herintroductie na dertig jaar nog altijd niet slaagt, staat centraal in een podcastaflevering die de discussie opnieuw aanwakkert.
In opdracht van de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn verscheen eind 2025 een rapport over de oorzaken van de zieltogende zalmstand. Predatie wordt daarin genoemd als een van de belangrijkste factoren, naast scheepsschroeven, waterkrachtcentrales en stijgende watertemperaturen. Met name meervallen, aalscholvers, zaagbekken en zeehonden zouden veel jonge zalmen verschalken.
Die conclusies roepen kritiek op. Visonderzoeker Jacco van Rijssel van Wageningen Marine Research zet er in de podcast vraagtekens bij. “Het onderzoek is geen wetenschappelijk onderbouwde studie naar de oorzaken, maar een opsomming van verzamelde ervaringen en een oordeel van deskundigen.” Ecoloog Van Rijssel probeerde zelf aan de hand van vijftien jaar zenderonderzoek naar de trek van zalmen, uit te dokteren waar de schoen wringt.. “We weten dat de grootste verliezen van uitgezette zalmen zich afspelen op het zoetwater-deel van de levenscyclus. Dat vraagt om nader onderzoek zodat we causale verbanden kunnen leggen waarom de zalm er niet in slaagt een levensvatbare populatie te vormen in de rivier.”
Tegelijkertijd wuift hij predatie niet weg. “We weten uit zenderonderzoek dat een deel van de zalmsmolts door aalscholvers wordt gepredeerd in Duitsland. Ook weten we uit studies in Frankrijk dat meervallen aanzienlijk op zalm jagen bij migratiebarrières, zoals stuwen en waterkrachtcentrales.” Bij de stuw van Iffezheim zijn bijtsporen van meervallen op passerende zalmen aangetroffen.
Ook het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat plaatst kanttekeningen bij het rapport. “De conclusies van de studie over predatie zijn niet gebaseerd op wetenschappelijke data, maar op kennis en inschatting van de onderzoekers.” Volgens het ministerie ligt de belangrijkste drukfactor bij de mens. “Een gezonde populatie kan tegen predatie, dat is een natuurlijk fenomeen in het voedselweb.”
Dat geldt ook voor zeehonden, die volgens het rapport in het Haringvliet een rol spelen. Wetenschappelijk bewijs ontbreekt vooralsnog. Voorstellen om zeehonden te verjagen met onderwatersignalen vindt het ministerie prematuur. Eerst moet duidelijk worden wat hun daadwerkelijke invloed is op trekvissen.
De Nederlandse overheid zet voorlopig in op betere passeerbaarheid, herstel van zalmhabitat en het testen van vispassages, vooral bij lage waterstanden. Of maatregelen als de vismigratierivier in de Afsluitdijk helpen, betwijfelt Van Rijssel. “Slechts een procent kiest de route van de IJssel. Zalmen volgen de meeste afvoer, dus de Waal.” Wat weten we wél, en wat vooral nog niet over de zalm?
Beluister het gesprek dat Wim Eikelboom voerde met visonderzoeker Jacco van Rijssel over de zalm in de Rijn, in de podcast De Toekomst van Ons Water.