Volgens de Vereniging van Waterbouwers dreigt de uitvoering van dijkversterkingsprojecten te vertragen door complexe procedures, versnipperde besluitvorming en een steeds krapper wordende arbeidsmarkt. In de brochure Uitvoeringsversnellers roept de brancheorganisatie op tot fundamentele veranderingen in de manier waarop waterveiligheidsprojecten worden aangepakt.
De Vereniging van Waterbouwers die circa 90 lidbedrijven vertegenwoordigt, stelt dat de voorbereiding van projecten steeds meer tijd in beslag neemt en dat kansen voor efficiëntere uitvoering niet worden benut. De vereniging pleit daarom voor structurele aanpassingen die moeten leiden tot minder papierwerk, minder administratieve lasten, en vooral: snellere uitvoering.
Centrale regie
Het voornaamste punt in de notitie betreft centrale regie. "Het beeld bestaat dat het Hoogwaterbeschermingsprogramma gaat over de waterveiligheidsopgave, maar in feite ligt dit mandaat versnipperd bij de waterschappen", zegt Femke Zevenbergen, voorzitter van de Vereniging van Waterbouwers. "Ieder waterschap heeft zo zijn eigen prioriteiten, expertises en handelswijzen, dus van een uniforme, doelgerichte aanpak is geen sprake. Dit zorgt ook voor wisselende marktbenaderingen en samenwerkingen met de markt en dat zorgt zowel bij opdrachtgever als opdrachtnemer voor inefficiëntie en verspilling."
In Uitvoeringsversnellers presenteert de Vereniging van Waterbouwers vijf maatregelen die volgens hen kunnen bijdragen aan een effectievere uitvoering van waterveiligheidsprojecten:
- Centrale regie, regionale uitvoering
De vereniging pleit voor een centrale uitvoeringsorganisatie die de regie voert. Volgens hen leidt dit tot meer politieke slagkracht, betere afstemming met andere programma’s en efficiëntere inzet van personeel. Inspiratie wordt gehaald uit eerdere programma’s zoals “Ruimte voor de Rivier”. - Portfoliocontracten in plaats van losse aanbestedingen
Door projecten te bundelen in regionale portfoliocontracten kan het aantal aanbestedingen gehalveerd worden, stelt de vereniging. Dat zou aanzienlijke besparingen opleveren in tijd, kosten en arbeidscapaciteit. - Samenvoegen van programma’s
Opgaven voor waterveiligheid, waterkwaliteit en rivierbeheer worden nu vaak los van elkaar aangepakt. De vereniging ziet kansen voor integratie van programma’s zoals HWBP, KRW en PAGW. Dat zou leiden tot minder omgevingshinder, kortere voorbereidingstijden en meer hergebruik van materialen. - Tweefasen-aanpak als standaard
Bij complexe projecten pleit de vereniging voor een werkwijze waarbij opdrachtgever en aannemer in de eerste fase samen het ontwerp en de vergunningen uitwerken. Dit zou risico’s verlagen en de kans op succesvolle uitvoering vergroten. - Verruimen van de fastlane-aanpak HWBP-projecten
De zogenoemde fastlane-aanpak, waarbij subsidies voor meerdere fasen tegelijk worden aangevraagd, is nu beperkt tot kleine projecten. De vereniging stelt voor om deze aanpak ook toe te passen bij HWBP-projecten, om tijd en middelen te besparen.
De brochure noemt diverse voorbeelden waarin gebrek aan centrale regie of samenwerking leidde tot gemiste besparingen. Zo werd bij het project Markermeerdijken een potentieel kostenvoordeel van 15 miljoen euro ter zijde geschoven. Tegelijkertijd wijst de vereniging op projecten zoals Meanderende Maas en de Maasparkontwikkeling Ooijen-Wanssum, waar een integrale aanpak wel degelijk tot succes leidde.
De Vereniging van Waterbouwers benadrukt dat zij de voorstellen doet om bij te dragen aan snellere, goedkopere én duurzamere uitvoering van projecten. Volgens de vereniging is het essentieel dat de overheid ruimte biedt voor deze nieuwe werkwijzen en de randvoorwaarden aanpast.
Politieke steun
Aanstaande woensdag spreekt de Tweede Kamer met het kabinet onder meer over het tekort aan financiële middelen voor de waterveiligheidsopgave. “We gaan ervan uit dat deze handreiking vanuit de markt, die overigens al op diverse projecten in de praktijk is toegepast, op brede steun vanuit politiek Den Haag kan rekenen", zegt Zevenbergen. "Uiteindelijk zal iedereen die betrokken is bij de waterveiligheidsopgave erkennen, dat de tendens van een almaar oplopende doorlooptijd - inmiddels 8,5 jaar - moet worden doorbroken. Dat kan alleen door samen te werken op basis van vertrouwen en te stoppen met eindeloos polderen en geschuif met papier.”
LUISTER OOK naar de H2O-podcast met Andrea Vollebregt, directeur van Vereniging van Waterbouwers