Ga naar inhoud

Waterschap De Dommel: civielrechtelijke uitspraak dat wij ‘intimiderend’ te werk zijn gegaan klopt niet

Door Tim Koorn
Waterschap De Dommel: civielrechtelijke uitspraak dat wij ‘intimiderend’ te werk zijn gegaan klopt niet
Foto: Truong Tuyet Ly via Unsplash
Gepubliceerd:

De Rechtbank Oost-Brabant vindt dat Waterschap De Dommel “op intimiderende wijze” een burger “het mes op de keel” heeft gezet in een conflict over het gebruik van een stuk grond als tuin en terras. Het waterschap had een inwoonster van Sint-Oedenrode gesommeerd deze grond te ontruimen, maar deed dat ‘zonder enige juridische basis’, oordeelde de rechtbank gister in een kort geding. Volgens het waterschap was die juridische basis er wel, en ligt de zaak genuanceerder dan de rechterlijke uitspraak doet voorkomen.

Het gaat om een perceel van zo’n 200 m² grenzend aan de rivier de Dommel, waarvan een kleiner deel al lange tijd als tuin en terras gebruikt wordt door een inwoonster van Sint-Oedenrode. Kadastraal gezien is het perceel eigendom van het waterschap, maar de vrouw meent door verjaring eigenaar te zijn geworden.

Het waterschap echter vindt dat er geen sprake is van verjaring, en wil als grondeigenaar voor zijn taakuitvoering onbelemmerd over het perceel kunnen beschikken. Wel bood het waterschap een gebruiksovereenkomst aan, maar dat wilde de vrouw niet. Daarop verzocht het waterschap haar om de grondstrook binnen twee maanden te ontruimen.

Het waterschap vindt dat het voldoende tijd en gelegenheid voor ontruiming heeft geboden, omdat het om ‘eenvoudig te verwijderen zaken’ gaat. Dit betreft onder andere een verharding van zo’n drie bij drie meter, licht een woordvoerder van het waterschap toe.

Toen De Dommel constateerde dat ontruiming niet gebeurd was, meldde het waterschap zelf over te zullen gaan tot ontruiming, in die zin dat het de aanwezige verharding zou gaan verwijderen, tenzij een kort geding tegen het waterschap zou worden aangespannen. Daarop spande de vrouw inderdaad een kort geding aan.

‘Mes op de keel’
De voorzieningenrechter heeft “met grote zorg kennisgenomen van de handelswijze van het waterschap”, en stelt dat het waterschap ‘zonder enige juridische basis’ eigenrichting heeft gepleegd. De handelswijze van het waterschap zou de vrouw er volgens de rechtbank toe gedwongen hebben een gerechtelijke procedure te beginnen om ontruiming te voorkomen. “Onbegrijpelijk dat (..) het waterschap op een dergelijke intimiderende wijze een burger in een privaatrechtelijke kwestie het mes op de keel zet”, aldus de rechter. “Zo hoort de overheid niet met burgers om te gaan.”

Hoe het volgens de rechter wél had gemoeten, is dat het waterschap een gerechtelijke procedure had moeten beginnen om een rechter te laten bepalen of er sprake is van onrechtmatig gebruik van de strook. “Dit is niet alleen een basisregel in een democratische rechtstaat, maar volgt nota bene ook uit het onlangs door het waterschap zelf vastgestelde grondbeleid”, aldus de rechter. “Uit dit beleid blijkt bovendien dat het waterschap ermee bekend is dat het waterschap in het verleden gebruik van gronden door derden regelmatig niet had vastgelegd, oneigenlijk gebruik nauwelijks aandacht kreeg en het waterschap daardoor het risico liep door verjaring eigendom te verliezen.” Ook geeft het volgens de rechtbank te denken dat het dagelijks bestuur van het waterschap geen aanleiding heeft gezien om de zaak te onderzoeken en te interveniëren.

Wake-up call
De rechter verbiedt het waterschap om de strook te ontruimen, en ziet ‘alle aanleiding’ om daar een dwangsom aan te verbinden. Gaat het waterschap over tot ontruiming, dan moet het een dwangsom van 50.000 euro aan de vrouw betalen. De rechter “verwacht dat dit vonnis voor het waterschap als een wake-up call heeft te gelden en dat ingezien wordt dat de grondhouding van het waterschap tegenover de burger een ingrijpende aanpassing behoeft”.

Reactie De Dommel
“We hebben veel respect voor de Nederlandse rechtspraak”, vertellen de advocaten van het waterschap. “Maar dat heeft nu wel een deuk opgelopen. Over het algemeen is een rechter objectief en zakelijk, en belicht die een verhaal van twee kanten. Dit vonnis vinden we echter opmerkelijk en eenzijdig, omdat onze kant van de zaak compleet uit beeld verdwenen is. Het waterschap wordt neergezet als de intimiderende overheid, terwijl dat helemaal niet het geval is als je de zaak in totaliteit bekijkt.”

“We hebben – al vanaf 2024 – het minnelijke overleg en het compromis gezocht”, aldus de advocaten. “Maar als dat niet tot overeenstemming leidt, moeten we op gegeven moment wat strenger worden, omdat het ons ernst is. Het kan immers niet zo zijn dat een burger 200 vierkante meter van het waterschap in bezit neemt. Naast dat wij te allen tijde toegang tot het perceel nodig hebben om bijvoorbeeld waterveiligheidsmaatregelen te kunnen treffen, ligt de grond in de ecologische verbindingszone, dus het is onwenselijk dat dit bij iemands tuin getrokken wordt en dat er bijvoorbeeld uitheemse planten geplant zouden worden. Het perceel maakt onderdeel uit van het projectbesluit Klimaatrobuust Beekdal Sint-Oedenrode, en is ook de beschermingszone en profielvrije ruimte. Daarom is het belangrijk dat er geen obstakels zijn en dat we altijd toegang hebben tot de grond die van ons is.”

In de behandeling van de zaak heeft het waterschap een tegenvordering ingesteld en ontruiming gevorderd, merken de advocaten nog op. “Deze tegenvordering hebben we ingesteld zodat de rechter kon bepalen of er sprake was van onrechtmatig gebruik van het perceel. De rechter heeft daar in onze optiek onzakelijk op gereageerd en zich van allerlei kwalificaties bediend zonder inhoudelijk in te gaan op onze stukken, zoals foto’s waarop te zien is dat er geen omheining rondom de gebruikte grond staat – een criterium voor verjaring – en mailwisselingen over de instemming met een gebruiksovereenkomst, die we de familie op hun eigen verzoek hebben aangeboden.”

“In een kort geding hoort de voorzieningenrechter bovendien een soort ‘voorspelling’ te doen van wat een rechter zou oordelen in een zogeheten bodemprocedure. Maar zo’n voorlopig oordeel – over of er sprake is van verjaring, en wie volgens de voorzieningenrechter de rechtmatige eigenaar van de grond zou zijn – is nu in het geheel niet geveld. Daarmee worden zowel het waterschap als de familie het bos in gestuurd.”

Het waterschap gaat zich beraden op juridische vervolgstappen.

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners