Ga naar inhoud

Waterverbruik Amerikaanse datacenters in Nederland blijft in nevelen gehuld

Door Tim Koorn
Waterverbruik Amerikaanse datacenters in Nederland blijft in nevelen gehuld
Foto: Leif Christoph Gottwald via Unsplash
Gepubliceerd:

Nederland is de Europese nummer drie wat betreft beschikbare datacentercapaciteit. In het licht van zomerse droogtes en schaarse zoetwatervoorraden is het interessant om te weten: wat voor soort water gebruiken des lands datacenters om hun servers te koelen, en hoeveel? Wetenschappers, journalisten en overheden proberen hier grip op te krijgen, maar met name Amerikaanse techbedrijven geven niet thuis.

Wie over de bedoelingen achter de Europese Energie-efficiëntierichtlijn (EER) leest, krijgt de indruk dat datacenters bij de jaarlijkse rapportage en publicatie van hun energie- en waterverbruik geacht worden openheid te geven over hun zoetwaterconsumptie. Wanneer het op het invullen van de formulieren aankomt mag men echter ‘per vraag aangeven dat uw antwoord bedrijfsvertrouwelijk is. Dat antwoord wordt dan niet gepubliceerd’, staat op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die in Nederland toezicht houdt op deze rapportageplicht.

Het blijkt een optie waar met name Amerikaanse techbedrijven graag gebruik van maken, bleek eind 2025 uit onderzoek van Stichting Leitmotiv, een vorig jaar opgerichte ‘denk- en doe-tank’ wiens leitmotiv het is om bij te dragen aan een digitale economie die binnen de planetaire grenzen opereert en waarin buitensporige concentratie van bedrijfsmacht in toom gehouden wordt door democratische waarden.

‘Het kan nog beter’
Nederlandse eigenaren vullen de gevraagde gegevens vaak wél in. Van de 27 datacenters die verbruiksgegevens achterwege lieten in de rapportage over 2024, zijn er 24 in Amerikaanse handen. Ook zijn er volgens Leitmotiv datacenters die überhaupt geen rapport indienden. Van de ‘minstens 160’ datacenters waarvan de stichting inschat dat ze in 2024 rapportageplichtig waren (i.e. grotere datacenters met meer dan 500 kilowatt IT-capaciteit), ontving de RVO van slechts 104 datacenters een rapport. Althans, er zijn er slechts 104 openbaargemaakt, aldus de stichting. Volgens Leitmotiv ontbreken onder andere rapporten van hyperscalers – de grootste datacenters in Nederland, met een elektriciteitsvraag van 70 megawatt of meer – van Microsoft en Google.

En dan is dit nog relatief transparant voor Europese begrippen, benadrukken de onderzoekers. Reden dat de denktank Nederland namelijk als eerste onderzoeksobject uitkoos voor haar Data Center Environmental Transparency Project, was dat onze overheid één van de weinigen is die de EER-jaarrapporten openbaargemaakt heeft.

Dat datacenters niet staan te popelen om het over hun waterverbruik te hebben werd ook duidelijk uit een rapport dat de Europese Commissie in 2025 liet maken over de milieuprestaties van Europese datacenters. Slechts 36 procent van de datacenters in de EU leverde hier gegevens voor aan, waarvan op zijn beurt slechts 60 procent iets invulde over het waterverbruik. ‘Het rapport laat zien dat de kwaliteit en volledigheid van de gegevens nog beter kunnen’, was de diplomatiek verwoorde conclusie van de RVO.

Vertrouwelijk
Techbedrijven verdedigen zich met het argument dat ze niet verplicht zijn bedrijfsgevoelige gegevens te openbaren, schreef het NRC gisteravond. In antwoord op vragen van de krant schreef Google dat het gegevens niet deelt vanwege ‘bedrijfsvertrouwelijkheid, zoals bepaald in de Europese richtlijn en erkend in de rapportagerichtlijnen van de Nederlandse overheid’, en liet Microsoft weten dat hun rapportage ‘voldoet aan de vereisten waarbij we zorgvuldig een balans hebben gevonden tussen transparantie, veiligheid en bedrijfsvertrouwelijke informatie’.

Geheimhouden mocht inderdaad, liet de RVO desgevraagd aan NRC weten. In 2024 hoefden de bedrijven bedrijfsgevoelige informatie niet aan te leveren. Volgens de RVO was dat geen overtreding van de huidige Nederlandse regelgeving. Voor de rapportage over 2025 moeten de bedrijven het waterverbruik wél rapporteren maar mogen ze aangeven dat dit bedrijfsgevoelige informatie is. Het waterverbruik wordt dan alleen op geaggregeerd niveau openbaargemaakt in een database die de Europese Commissie bijhoudt.

Koelwaterbronnen
Wat in het onderzoek van de Commissie en de jaarlijkse EER-rapportageplicht wellicht interessant was geweest om in kaart te brengen maar waar bedrijven niet zo specifiek naar gevraagd wordt, is wat voor water datacenters gebruiken om hun servers te koelen. Dit moet water van relatief hoge kwaliteit zijn omdat koelsystemen gevoelig zijn voor onder andere kalk, zouten en biologische aangroei, maar hoeft niet per se water van drinkwaterkwaliteit te zijn.

Daarom gebruikt bijvoorbeeld het datacenter van Google in de Groningse Eemshaven oppervlaktewater uit het Eemskanaal, na behandeling door North Water, van wie Google in 2018 een launching customer was door 45 miljoen euro in te leggen voor de bouw van de benodigde industriewaterzuivering. Ook wordt een datacenter van Microsoft in de Noord-Hollandse Wieringermeerpolder sinds deze zomer gekoeld met regenwater, dat in een ondergrondse berging gebufferd wordt en waar zowel Microsoft als naastgelegen tuinbouwkassen gebruik van maken.

Onder meer Microsoft, Amazon en Google hebben aangekondigd in 2030 ‘water positive’ te willen zijn, waaronder verstaan wordt dat ze dan meer water aan lokale gemeenschappen zullen teruggeven dan dat ze zullen verbruiken. Daarmee lijken de bedrijven een beduidend andere weg te willen inslaan dan waar ze tot nu toe de kranten mee haalden, zoals het Belgische datacenter van Google dat slechts 30 procent van de miljoen kubieke meter (hoofdzakelijk oppervlakte)water die het verbruikte terugloosde, en zo’n 70 procent deed verdampen.

Schattingen uit de wetenschap
Het gebrek aan meetgegevens is al langer en ook in andere werelddelen aan de orde, en leidt ertoe dat wetenschappers en overheden, zoals het Internationaal Energie Agentschap (IEA), zich genoodzaakt zien om het waterverbruik van datacenters in te schatten. Van sommige datacenters wordt geschat dat de helft van hun waterverbruik nog steeds uit drinkwater bestaat.

Vanwege de toevlucht die kunstmatige intelligentie (AI) de afgelopen paar jaar nam, besloot Alex de Vries-Gao, onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en De Nederlandsche Bank, (naar eigen inschatting als eerste) het waterverbruik van niet zozeer alleen datacenters maar de bredere ‘keten’ van AI te ramen. Het viel hem namelijk op dat bijvoorbeeld Google in haar milieurapport over Gemini (een AI-assistent) het water dat nodig is voor het opwekken van de elektriciteit waar Gemini op draait, buiten beschouwing liet. 

Hij trachtte daarom het waterverbruik van techbedrijven als Google, Amazon, Apple, Meta, Microsoft en Tesla breder in te schatten dan voorheen werd gedaan, en betrok daarin niet alleen hun directe (geschatte) waterverbruik maar ook dat van elektriciteitscentrales die de stroom genereren waar datacenters op draaien. Volgens zijn onderzoek, dat hij in december in wetenschappelijk tijdschrift Patterns publiceerde, is het waterverbruik van AI zo bezien aanzienlijk groter dan dat van eerdere schattingen die zich enkel tot datacenters beperkten. Maar ook De Vries-Gao onderstreept: het blijft giswerk wat datacenters en AI aan water verbruiken, en het is dringend nodig dat daar meer transparantie over komt.

Moratorium
Hoe groot de werkelijke hoeveelheden ook moge zijn, verwacht wordt dat het waterverbruik van datacenters voorlopig zal blijven stijgen. Het IEA verwacht dat de wereldwijde elektriciteitsvraag van datacenters op koers ligt om zich in aanloop naar 2030 te verdubbelen, wat gepaard zal gaan met een groeiende watervraag. Er zijn weliswaar mogelijkheden in ontwikkeling om zonder water toe te kunnen, zoals bijvoorbeeld Microsoft in zijn duurzaamheidsverslag van 2025 aankondigde, maar voorlopig zullen vele datacenters nog water nodig hebben.

Volgens een recente rondvraag van NU.nl zijn momenteel meer dan 25 grote nieuwe datacenters in Nederland in voorbereiding of in aanbouw, met name op plekken waar al veel andere datacenters zitten. Wel geldt voor de allergrootsten, de hyperscalers, in 340 van de 342 gemeenten een vestigingsverbod, en in Amsterdam is tot 2035 een moratorium van kracht voor datacenters in algemene zin.

Capaciteit nog onbenut?
Hyperscalers mogen zich alleen nog vestigen in de kop van Noord-Holland en Noord-Groningen, waar al datacenters van Microsoft en Google staan. Bij de Eemshaven komt hier binnenkort 50 hectare voor vrij. Een ruime meerderheid van de Groningse Provinciale Staten stemde daar weliswaar tegen, maar de voorbereidingen voor het bedrijventerrein waren al te ver gevorderd om ze nog tegen te kunnen houden, bleek uit een juridische analyse die de provincie liet uitvoeren.

Oud-ASML-topman Peter Wennink hekelde in zijn veelbesproken rapport van december deze weerstand tegen datacenters, en spoorde het kabinet aan om flink in datacenters te investeren, omdat Nederland ‘zonder ruimte voor verdere groei van datacenters technische kennis en werkgelegenheid dreigt te verliezen’. Ook de Europese Commissie wil de datacentercapaciteit van de EU in de komende 5 tot 7 jaar verdrievoudigen.

Leitmotiv twijfelt eraan of er wel zo haastig bijgebouwd moet worden, omdat Nederlandse datacenters volgens hun onderzoek ‘op slechts een derde van hun totale elekriciteitscapaciteit opereren, of simpeler gezegd: ze zijn voor tweederde leeg’. Ook hier blijft het weer enigszins gissen omdat voldoende data ontbreken, maar ‘zelfs wanneer we het royaal inschatten’, schrijft de denktank, ‘zitten Nederlandse datacenters op zijn hoogst op 50 procent van hun capaciteit’.

‘Eis het gewoon op’
Uit verschillende hoeken klinkt, kortom, een verzoek om openheid. Wetenschappers, journalisten en overheden krijgen niet alle gegevens te zien die nodig zijn om te identificeren waar mogelijk nog kansen liggen voor een rechtvaardig en klimaatbestendig watergebruik door deze sector. De transparantieverplichtingen van de jaarlijkse EER-rapportage dienen ‘als basis voor transparante en empirisch onderbouwde planning en besluitvorming’, maar zonder empirische gegevens zal het voor beleidsmakers lastig zijn om zulke besluiten te nemen, en voor de rest van de democratie om die besluitvorming te controleren.

Volgens een onderzoeker die het NRC sprak, Fieke Jansen van de Universiteit van Amsterdam, ontbreekt het aan politieke wil om de data op tafel te krijgen. Die opstelling ziet ze ook in Brussel, zegt Jansen, die als wetenschapper wordt uitgenodigd bij rondetafelgesprekken van de Europese Commissie over datacenters. “Dit jaar nog zei iemand van het Directoraat Energie daar: ‘We gaan de verbruiksgegevens sowieso niet per datacenter publiceren, want als we dat gaan doen leveren ze helemaal niks meer aan”, aldus Jansen. “Wat is dat nou voor opstelling? Eis het gewoon op.”

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners